De klimaatverandering slaat niet overal in Nederland gelijk toe. Het kustgebied krijgt vaker een hoosbui te verwerken dan het binnenland.
Nu al is het voor mensen die niet houden van extreme regen geen pretje om in de Randstad te wonen. Met name in de regio Rijnmond: daar is de kans fiks groter op heftige neerslag dan in de rest van het land. En het ziet ernaar uit dat de verschillen door de klimaatverandering groter worden.
Dat schrijven onderzoekers van het KNMI in hun rapport ’Klimaatverandering in Nederland’, dat ze gisteren in De Bilt presenteerden. Het is een aanvulling op de studie uit 2006 waarin het KNMI scenario’s introduceerde om de gevolgen van de klimaatverandering voor Nederland in kaart te brengen.
Nederland is eigenlijk te klein voor de bestaande klimaatmodellen. Ze spreken elkaar soms tegen als het gaat om regionale effecten. Zo voorspelt het ene model veranderingen in de luchtstromen boven Nederland, terwijl een ander dat niet ziet gebeuren. Dergelijke verschillen hebben grote gevolgen voor Nederland en daarom had het KNMI ze in de scenario’s verwerkt.
Intussen zijn de inzichten over de klimaatverandering zelf gewijzigd. Nederland is bijvoorbeeld in de afgelopen jaren twee maal zo sterk opgewarmd als het wereldgemiddelde. Toch geven deze inzichten geen aanleiding om de scenario’s aan te passen, meldt het KNMI nu. De versnelde opwarming hier is goed te verklaren met het scenario waarin de luchtstromen zijn veranderd: meer westenwind in de winter en meer oostenwind in de zomer.
De voorspellingen uit 2006 over het Nederlandse klimaat in 2050 staan dan ook nog overeind. De winters worden zachter en natter, de zomers warmer en droger, met een grotere kans op heftige buien. Nieuw is dat het KNMI nu ook uitspraken doet over de lente en de herfst, en zelfs per maand voorspellingen geeft.
Ook nieuw, en met opmerkelijker uitkomsten, is dat men geprobeerd heeft de veranderingen in neerslagextremen te kwantificeren. Dat was niet eenvoudig: extremen laten zich niet zo gemakkelijk in statistieken vangen. Maar toen men de computer kon laten rekenen met modellen, waarin Nederland in vakjes van 6 bij 6 kilometer was verdeeld – in plaats van de oude 50 bij 50 km – en men gericht ging rekenen aan hoosbuien die de voorbije jaren waren opgemeten, werden er patronen zichtbaar.
Zo voorspelde de theorie dat bij een opwarming van één graad Celsius de lucht 7 procent meer waterdamp bevat, zodat bij een fikse bui 7 procent meer water naar beneden zou komen. De metingen leerden dat het 14 procent was. Kennelijk leidt een heftige turbulentie in een warmere regenwolk ertoe dat meer waterdamp wordt omgezet in druppels, schrijven de onderzoekers.
Uit de verfijnde modellen kwam naar voren dat de kuststreek vaker wordt getroffen door zomerse hoosbuien, en dat dit effect de laatste jaren is versterkt. Dat moet te maken hebben met een hogere temperatuur van het water van de Noordzee, denkt het KNMI. En dat betekent dat dit verschil in 2050 nog groter is.
Dergelijke regionale verschillen kan het weerinstituut nog niet met zijn scenario’s verklaren. Deze scheren Nederland nu nog over één kam. De onderzoekers hopen dat ze in 2013, als het IPCC (de VN-klimaatcommissie) met zijn nieuwe rapportage komt, wel beschikken over scenario’s met regionale verschillen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.