Iedereen heeft wel iets waarvan hij denkt: dát zou ik willen maken. Bij het FabLab kan dat. Personal fabrication komt eraan.
Een jurk maken die opbolt als iemand te dicht in de buurt komt. Een kinderwagen bouwen naar eigen ontwerp. Of een zaklantaarnhouder creëren voor op je fiets, zodat je via je dynamo zowel je zaklamp als je mobiele telefoon kunt opladen. Dat laatste is de 23-jarige Christopher Witmer aan het doen deze dinsdagmiddag, voordat hij over een week naar Denemarken vertrekt met zijn ligfiets. Witmer staat bij een van de machines in het Utrechts FabLab – kort voor Fabulous of Fabrication Laboratory. In het laboratorium kan iedereen terecht om zelf iets te creëren.
„Tijdens het fietsen wil ik mijn telefoon als navigatie gebruiken”, legt Witmer uit. „Maar die moet ik dan wel kunnen opladen. Ik had nog een zaklamp waarmee je ook telefoons kunt opladen, maar de output van de zaklamp matcht niet met de telefoon, dus moest ik wat anders verzinnen.” Uiteindelijk bedacht hij de dynamoconstructie. „Ik studeer luchtvaarttechniek, dus ik ben nerderig genoeg om dit soort dingen leuk te vinden”.
Een van de dingen die hij nodig had, was een houder voor zijn zaklamp. Met de freesmachine in het FabLab kan hij die maken: Witmer voert eerst het ontwerp in de computer in, en geeft bij wijze van spreken een print-opdracht, waarna de machine zijn ontwerp uit een soort piepschuim freest. „Straks hoef ik het materiaal alleen maar te behandelen met polyester zodat het tegen de regen kan, en dan ben ik klaar.”
Wereldwijd bestaan tientallen van dergelijke laboratoria waar iedereen die dat leuk vindt, zelf kan creëren. Nederland telt vier labs – in Amsterdam, Den Haag en Utrecht – en acht labs in oprichting in onder meer Groningen, Enschede, Tilburg en Dordrecht. Het idee voor de laboratoria komt van Neil Gershenfeld, professor aan het Massachusetts Institute for Technology (MIT) in de Verenigde Staten. Hij startte een cursus ’How to make almost anything’ en ontdekte dat niet alleen zijn studenten geïnteresseerd waren in het creëren, maar ook ’gewone’ mensen. Het idee voor een FabLab was geboren.
De FabLabs bevatten een set machines van 20.000 dollar waarmee mensen gewoonlijk niet zo maar kunnen werken. Zoals een laserprinter en een 3D-printer, waarmee je bijvoorbeeld de haken voor een kapstok kunt printen. Niet alleen westerse landen als de VS , Nederland en Noorwegen hebben FabLabs, ook Afghanistan, Japan en Ghana. In het FabLab in India werd een melktester ontwikkeld, zodat boeren niet meer afhankelijk waren van de fabriek die testte hoeveel vet hun melk bevatte. En in Boston werd het laboratorium geopend in een achterstandswijk. Jongeren die niet meer naar school gaan, worden er opgeleid tot (computer)technische vakmensen. De labs draaien op overheidssubsidie en krijgen hulp van hogescholen en universiteiten.
Het eerste Nederlandse lab opende in het najaar van 2007 in Amsterdam, het Utrechtse FabLab ProtoSpace bestaat sinds een jaar. Er komen echt allerlei mensen, vertelt Siert Wijnia (35), labmanager van het FabLab in Utrecht. Van modestudenten die met de laserprinter patronen uitsnijden, tot uitvinders die het lab afhuren om aan hun vinding te werken. „We proberen het werken met deze machines uit de technische sfeer te halen”, zegt Wijnia. „Iedereen heeft wel iets waarvan hij denkt: dát zou ik willen maken. We willen dat iedereen hier creëert, en niet alleen maar mensen die al technisch bezig zijn.” Het maakt niet zo veel uit wat mensen willen maken, zegt Wijnia. Het belangrijkste is dat de mensen die op de gratis dagen in het FabLab aan de slag gaan, aan anderen laten zien wat ze gemaakt hebben, en hoe ze dat hebben gedaan. „Zodat we van elkaar kunnen leren. Zo ontstaat steeds meer kennis, ook door het netwerk van FabLabs wereldwijd.”
En dat gaat steeds verder. Want uiteindelijk is het de bedoeling dat je thuis je eigen FabLab kunt creëren. Het idee van FabLab-bedenker Gershenfeld is dat personal fabrication de nieuwe digitale revolutie zal zijn; hij denkt dat iedereen in de toekomst thuis bijvoorbeeld een 3D-printer zal hebben. Wijnia: „Dat lijkt misschien gek, maar vroeger dachten we ook dat mensen thuis geen computer zouden willen.”
De oorspronkelijke FabLab-machines zijn groot en kostbaar, en dus zeker niet makkelijk aan te schaffen voor een gemiddeld huishouden. Maar in het Engelse Bath is inmiddels een 3D-printer ontwikkeld die je voor 500 euro aan onderdelen zelf kunt maken. Wereldwijd zijn inmiddels duizend van die machines gebouwd, met instructies uit Bath. Ook in Utrecht wordt aan de printer gebouwd, onlangs lukte het om er een vormpje mee te printen. Wijnia: „Alles is open source, wat betekent dat we de kennis die we opdoen openbaar maken. We laten aan elkaar zien wat we gemaakt hebben en hoe we dat gedaan hebben. Zo vergroten we de collectieve kennis, en komt het zelf maken van dingen door iedereen, steeds een stapje dichterbij.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.