*

 

Oversteek naar Europa

Bart Zuidervaart, fotografie Joël van Houdt − 20/06/09, 00:00

Duizenden Marokkanen wagen jaarlijks de oversteek naar Europa. Een tocht vol risico’s, in gammele boten, tegen hoge bedragen. Fotograaf Joël van Houdt volgde één van hen: Mohamed.

  • (\N)
  • Aankomst op 'La Graciosa' bij Lanzarote, na een boottocht van 36 uur. (Joël van Houdt)

Het is augustus 2008 en in het Marokkaanse Mirleft slentert een jongen langs de kust. Zijn blik richt zich op de oceaan. Daar, driehonderd kilometer verderop, ligt het beloofde land. Hij zegt: „Hier is niets te doen. Je kunt beter met de boot omslaan en snel verdrinken, dan langzaam doodgaan in Marokko.”

Dit is het verhaal van Mohamed, een 26-jarige Marokkaan. In zijn stad, in het zuiden van het land, komt de verveling de mensen tegemoet. Mohamed brengt de dagen door aan de pooltafel in een internetcafé. Hij ziet er geen toekomst. De jongen droomt sinds zijn zestiende van een leven in Europa. Zoals eigenlijk iedereen daar doet. Maar Mohamed is vastberaden om Marokko te verlaten.

Het werd óók het verhaal van de Nederlandse fotograaf Joël van Houdt (27). Hij is gefascineerd door migranten die huis en haard inruilen voor een levensgevaarlijke reis en een onzeker bestaan. Van Houdt wil die reis meemaken en vastleggen op camera.

De twee ontmoetten elkaar op 19 augustus 2007 op de markt in Mohameds stad. Een week eerder was Van Houdt in Casablanca de Gambiaan Kara tegengekomen. Kara woonde er toen vier jaar en acht maanden als illegaal. Zijn eerste poging om Marokko per boot te verlaten, strandde. Kara was direct al het geld dat zijn familie hem had meegegeven, kwijt aan de mensensmokkelaren. Een nieuwe vluchtpoging was onbetaalbaar en terug naar Gambia durfde hij niet. Hij was tot Marokko veroordeeld. Het zou geen makkelijk ’project’ worden voor de fotograaf.

Mohamed is een ander type, merkt Van Houdt al snel. Optimistisch, vastbesloten over zijn toekomst in Europa. Mohamed voelt de druk om weg te gaan. Hij heeft acht broertjes en zusjes en moet als oudste de succesvolste worden. Voorlopig is die rol weggelegd voor een broer die carrière maakt in het leger.

Mohamed dankt dat optimisme aan een telefoongesprek, twee jaar geleden. Zijn jeugdvriend Ali belde plotseling vanaf Tenerife. Het was hem gelukt. Dat was genoeg motivatie voor ons, zegt Mohamed. Hij zou spoedig volgen, samen met zijn vriend Ahmed.

Het is niet moeilijk om smokkelaars te vinden in Marokko. Het is een industrie op zich. Iedereen kent wel iemand die betrokken is bij vluchtpogingen. Ahmed, Mohamed en Van Houdt hebben al snel de keuze uit drie. Een man zegt: „Wij hebben een boot en we hebben genoeg mensen om mee te nemen. Het is nog wachten op het juiste weer.”

Dan begaan Mohamed, Ahmed en Van Houdt een grote fout. Ze hebben geen ervaring en kennen de trucs niet. Ze ontmoeten de smokkelaars in een café in Guelmim, een stadje middenin de woestijn. Er is vertrouwen, de deal wordt gesloten. De Marokkaanse jongens betalen ieder 500 euro, de gangbare prijs. De fotograaf moet het zevenvoudige neerleggen, omdat een Westerse man extra risico met zich meebrengt.

Daarna begint het wachten. Volgens de smokkelaars is het weer niet goed. „De golven zijn 1,50 meter, dat is te hoog.” Een week later zegt een van hen: „Er liggen nu twaalf boten te wachten. We zijn als eerste aan de beurt.” Na twee maanden is ieders geduld op. De smokkelaars laten de jongens naar een groot huis in de kustplaats Sidi Ifni komen. Daar verblijven nog eens 25 mannen. Ze zijn allemaal klaar voor de oversteek.

Twee dagen later verzamelt iedereen zich in de haven van de stad. Het is twee uur ’s nachts en de groep houdt zich schuil. Enkele uren later dringt het bij de mannen door. Er komt geen boot. De vraag is of er ooit wel sprake was van een boot. Waarschijnlijk niet. Ze druipen af. Het geld zijn ze kwijt. Wat kan je doen? Niet naar de politie. De smokkelaars zijn nergens te bekennen.

Mohamed geeft niet op. Hij wil een nieuwe poging wagen. Volgende keer, zo spreekt hij af met de fotograaf, betalen ze pas wanneer ze de boot instappen.

Het is op dat moment eind oktober 2007 en Van Houdt moet terug naar Nederland. Mohamed heeft tijd nodig om geld te verdienen. Hij regelt via verre familie een baan als beveiliger bij rijke mensen in Tunesië.

Joël van Houdt keert in maart 2008 terug. Mohamed heeft aangegeven dat hij klaar is voor een nieuw avontuur. Ahmed is er weer bij, nu met een broer en twee vrienden. Een smokkelaar is opnieuw snel gevonden en weer is een neutraal café de ontmoetingsplek. Mohamed zegt dat hij eerst de boot wil zien. Hij is van plastic. Mohamed heeft er vertrouwen in en ze gaan in zee met de man.

Twee weken later brengt een Landrover het gezelschap naar een huisje in de woestijn. Daar worden de ongeveer 25 reizigers samengebracht. Mohamed hoort later dat enkelen van hen door de politie worden gezocht vanwege misstanden in het conflictgebied bij Laayoune.

Wanneer iedereen ’s nachts naar de kust wordt gereden, haakt de broer van Ahmed af. Hij is bang. Al eerder had een ingehuurde kapitein geweigerd mee te gaan op een plastic boot. Het had een teken voor de rest moeten zijn. De anderen willen toch en betalen de smokkelaars. Mohamed en Van Houdt zijn ongeveer hetzelfde bedrag kwijt als de eerste keer.

Het gaat meteen mis. De mannen klimmen van verschillende kanten de boot in. Er ontstaat paniek. Mensen schreeuwen. Dan breekt de boot op een golf in tweeën. Het avontuur eindigt enkele meters van het strand. Achteraf was dat ons geluk, zeggen Mohamed en Van Houdt. Deze boot had nooit de Canarische Eilanden bereikt. Wie midden op zee omslaat, verdrinkt.

Een jaar later zou een boot vol Afrikanen vlak voor de Canarische eilanden omslaan. 22 opvarenden verdrinken, onder wie vrouwen en minderjarige kinderen. Vermoedelijk omdat ze niet kunnen zwemmen.

Van Houdt en Mohamed gaan wederom uit elkaar. De een neemt het vliegtuig naar Nederland, de ander de bus naar zijn familie. Vier maanden later zien ze elkaar weer, op Plage Blanche, het witte strand, ten zuiden van Sidi Ifni. Ahmed is definitief afgehaakt. Hij is bang geworden na de mislukte eerdere avonturen.

De derde poging lijkt veel op de vorige. Zo zal bij de meeste vluchtpogingen gaan: een smokkelaar – of tussenpersoon – verzamelt tussen de 25 en 30 mensen, genoeg om een boot te vullen. Als de weersverwachtingen goed zijn, worden de gelukszoekers samengebracht, ergens in de woestijn.

Er zijn smokkelaars die een boot het liefst in de Nieuwjaarsnacht laten vertrekken, in de hoop dat de guardia civil (Spaanse militaire politie) aan de champagne zit. Zo lang wil deze smokkelaar niet wachten. Hij kiest het begin van de ramadan. Dat moet geluk brengen.

Bij nacht rijden ze in Landrovers naar het strand, de boot – vijf meter lang – op het dak gebonden. Onderweg klinkt er Arabische muziek uit een mobiele telefoon. Ze proberen de spanning weg te zingen.

Op 6 september 2008, om zes uur ’s ochtends, begint de reis voor Mohamed en Van Houdt, ruim een jaar na de eerste kennismaking. Ze hebben ook voor de derde keer weer betaald. Er zijn 28 mensen bij de boot, onder wie zeker vijf kinderen en een vrouw. Op de bodem liggen drie grote vaten benzine. Wanneer de boot te water gaat, klimt iedereen erin. Het past ternauwernood. Als sardientjes in blik liggen de Marokkanen – en de fotograaf – opgestapeld. De kapitein zet koers naar Lanzarote, ruim driehonderd kilometer varen.

De reis is een beproeving. Met tien kilometer per uur sukkelt de boot over de Atlantische Oceaan. Opvarenden worden zeeziek en hangen kotsend over de reling. Slapen is onmogelijk. Praten ook, vanwege het monotone gebrul van de motor. 36 uur later komen de Canarische Eilanden in zicht. Maar de kapitein ziet ook een speedbootje en raakt in paniek. Voor de kust wordt streng gecontroleerd op boten met Afrikaanse vluchtelingen. Hij stuurt de boot naar het dichtbijzijnde eiland. Daar aangekomen springt iedereen overboord en klautert aan wal. Moe, hongerig, verbrand, ziek.

De kunst voor illegale migranten is om niet op te vallen op het eiland. Iedereen heeft schone, droge kleding meegenomen. Al snel blijkt dat een kansloos plan. Ze zijn niet op Lanzarote afgezet, maar op Isla Graciosa. Een eilandje er vlak boven, met een vulkaan en het dorpje Caleta del Sebo dat slechts bestaat uit enkele straten. Meer is er niet. Het is onmogelijk om hier niet op te vallen.

Daarna gaat alles razendsnel. De politie hoort van de boot vol illegalen. De lokale bevolking assisteert de agenten bij het oppakken en zelfs ondervragen van de Marokkanen. Een grote boot van de Guardia Civil komt van Lanzarote gevaren om de illegalen op te halen. Ook de fotograaf wordt ingerekend. De politie neemt zijn spullen – camera’s en geheugenkaarten – in beslag. Hij zal deze pas maanden later terugkrijgen. Van Houdt wordt verhoord en staat diezelfde avond weer buiten. De Marokkanen niet.

De meesten, inclusief Mohamed, worden teruggevlogen naar Marokko. Volgens Mohamed wordt hij daar twee dagen lang hardhandig ondervraagd. Hij geeft zijn identiteit niet prijs. Papieren heeft hij niet. Marokko weet niet wat het met Mohamed aanmoet. Hij wordt naar de gevangenis op het Canarische eiland Fuerteventura gebracht. Daar doet Mohamed zich voor als een inwoner van Mauretanië. Het is onmogelijk hem uit te zetten.

Na dertig dagen komt Mohamed vrij. Hij wordt een kilometer buiten de gevangenismuren gedropt met een brief dat hij binnen vier weken Spanje moet verlaten. Dat betekent ook dat Mohamed binnen het land mag reizen.

Joël van Houdt is inmiddels ook op Fuerteventura en samen reizen ze naar Tenerife, naar jeugdvriend Ali. Zijn leven blijkt toch minder mooi dan hij had voorgespiegeld. Ali was eerder bananenplukker maar is nu werkloos. Van Houdt en Mohamed reizen door naar Gran Canaria. Daar doet Mohamed een asielaanvraag op basis van zijn echte gegevens. Hij heeft ooit twee maanden vastgezeten in Marokko. Als student schreef Mohamed activistische leuzen op een muur. De Spaanse immigratiedienst is hier niet van onder de indruk en wijst zijn asielverzoek af. Zijn identiteit is nu bekend, maar hij wordt niet uitgezet. Mohamed krijgt een nieuwe brief met de boodschap dat hij het land snel moet verlaten. Met dat document kan hij naar het Spaanse vasteland vliegen.

Daar is hij op dit moment nog. Mohamed houdt zich schuil in een Spaanse stad. Door de asielaanvraag is zijn identiteit bekend bij de autoriteiten. Het gevaar dat hij wordt opgepakt en uitgezet is groot. Het overkwam Nourdin twee weken geleden, een jongen die in dezelfde boot als Mohamed zat. Hij liep op Gran Canaria tegen de lamp en is inmiddels terug in Marokko.

Dit is dus Mohameds gedroomde leven. Hij heeft geen werk en geen familie in de buurt. Via een kerk komt hij aan gratis eten. Spanje valt hem tegen. De plaatselijke bevolking vindt hij racistisch. Dan maar terug naar huis? „Nooit. Alles is beter dan Marokko.” Mohamed verwacht dat het leven snel beter wordt. Daar is hij optimistisch genoeg voor.

Entering Europe

Fototentoonstelling van Joël van Houdt

27 juni t/m 27 september

Gemak - Gemeentemuseum

Paviljoensgracht 20-24

Den Haag

mailIcon print |