Airconditioners vreten steeds meer energie. Strenge Europese normen worden tegengehouden door Italië, dat zijn industrie beschermt.
Europese burgers gebruiken thuis en op het werk steeds meer airconditioners om bij warm weer ruimtes te koelen. Volgens cijfers van de EU groeit hun aantal met tien procent per jaar. Als dat zo doorgaat, zullen alleen al deze stroomvreters in 2020 vijftien kolencentrales nodig hebben om te blijven draaien.
Dat is absurd en onnodig, zegt Natuur en Milieu, maar de EU is heel mild voor airco’s. De milieuorganisatie pleit ervoor dat de EU de regels fors aanscherpt. Dat zou mooi passen bij het streven van de EU om in 2020 twintig procent energie te besparen.
Het is niet te verkopen, aldus Natuur en Milieu, dat in Japan – de grootste producent van airco’s – twee soorten apparaten worden gemaakt: een voor Japan, Australië en Nieuw-Zeeland en een voor de Europese markt. De airco’s die naar de EU worden verscheept, mogen twee maal zo veel energie verbruiken als de machines die bestemd zijn voor Oost-Azië.
De airco’s die door de warmere zomers ook steeds meer verkocht zullen worden, kosten de Europeaan gemiddeld 140 euro per jaar aan stroom, zo heeft de consumentenorganisatie Milieu Centraal uitgerekend. Dat kan worden gehalveerd als de regels aan de Japanse en Australische normen worden aangepast.
De EU is echter wankelmoedig, zegt de milieuclub. Er is in Europa één fabrikant van airco’s: DeLonghi uit Italië. Daarom blokkeren de Italianen elke poging om de energienormen voor airco’s aan te passen. Van die houding profiteren ook de fabrikanten van buiten de EU, die zo straffeloos hun energievreters in de EU kunnen blijven afzetten.
Natuur en Milieu en Milieu Centraal adviseren consumenten in plaats van airco’s ventilatoren aan te schaffen. Die voldoen ook aan het doel om op warme dagen het lijf te verkoelen, zijn veel goedkoper in aanschaf en gebruiken een fractie van de hoeveelheid energie die een airconditioner nodig heeft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.