Het kabinet wil voorkomen dat de inenting tegen Mexicaanse griep net zoveel weerstand oproept als die tegen baarmoederhalskanker.
Wie zou zich wel of niet laten inenten? En waarom is dat zo? Aan welke informatie hebben mensen behoefte om hun keus te maken?
Op deze vragen probeert de overheid antwoord te krijgen. Zij onderzoekt in hoeverre burgers ervoor voelen om zich te laten inenten tegen Mexicaanse griep. Het is de bedoeling dat de vaccinatie, die mogelijk al in oktober begint, minder weerstand oproept dan de inenting tegen baarmoederhalskanker. Bij die mislukte campagne, eerder dit jaar, kwam minder dan de helft van de opgeroepen meisjes de prik halen.
Het ministerie van volksgezondheid is daarom alvast te rade gegaan bij het publiek, laat een woordvoerder weten. „We raadplegen allerlei focusgroepen en burgerpanels. Ook kijken we nadrukkelijk wat er de vorige keer misging met de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker.”
Destijds is veel te weinig aandacht besteed aan emotie, stelt de Amsterdamse hoogleraar medische publieksinformatie Frans Meijman. „Deskundigen hebben er vaak geen benul van wat medische aangelegenheden voor leken betekenen.”
Wat hem betreft worden burgers daarom nog intensiever bij de voorbereiding betrokken dan nu gebeurt. Hij pleit voor een open dialoog met leken en deskundigen. „Organiseer maar een debat op tv en zwengel de discussie maar aan. Zo kom je erachter hoe zo’n vaccin bij verschillende groepen ligt en welke emoties er spelen. Dat is goed voor de geloofwaardigheid.”
Het RIVM wil alleen ’nuchtere, neutrale’ informatie geven. Te gemakkelijk, vindt Meijman. „Angst laat zich niet beteugelen door feiten, alleen door een echte dialoog.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.