Etenstijd: poes laat het onder luid gespin weten, maar het klinkt toch minder tevreden dan anders. Het lijkt wel een soort bedelspinnen, zeggen kattenhouders. Zij smelten bij zoveel smart, en haasten zich wat aan het lijden te doen. Het is poes weer gelukt. Troost u, biologen laten in Current Biology zien dat vrijwel iedereen, met of zonder kat, door dit klaaglijke knorren de zorg in zich voelt opborrelen. Er zit iets dwingends in wat om spoed vraagt, in tegenstelling tot het gespin door de dag heen.
De biologen analyseerden de akoestische eigenschappen en ontdekten dat het hongerige dier knorretjes met een hogere frequentie in zijn oproep doet. Die pieken verdwijnen na het eten, het kattengespin gaat dan weer in frequentie omlaag en verliest zijn smartelijke toon. Dat bleek toen de onderzoekers de hogere frequenties eruit wisten en de smeekbede toen aan kattenhouders en kattenleken lieten horen: zij ervoeren er geen gebedel meer in.
Vloeken helpt om de ergste pijnen te onderdrukken
Vloeken lijkt toch ergens goed voor: het vermindert pijn. Bijvoorbeeld als je je hand zo lang mogelijk in ijswater moet houden, wat al na korte tijd erg zeer gaat doen. Britse onderzoekers melden in het vakblad NeuroReport dat proefpersonen dat bijna twee keer langer volhielden als ze steeds een krachtterm naar eigen believen eruit konden gooien. Het uiten van een neutraal woord hielp niet.
Vandaar dat mensen wereldwijd een hevige verwensing rondsturen als ze op hun duim slaan. Maar waar komt de verlichting vandaan? Zeker weten de onderzoekers het niet, maar de verhoogde hartslag tijdens het bezigen van de krachtterm doet vermoeden dat vloeken een natuurlijk verdedigingsmechanisme opwekt. Mens en dier maken zich bij acuut gevaar op om te knokken of er vandoor te gaan. Zo’n vecht- of vluchtreactie vraagt om verhoogde agressie, en onderdrukken van pijn en zwakte. Tip daarbij: vloek alleen in nood, anders helpt het niet meer.
De amfibie paart bij volle maan: succes verzekerd
Je verdenkt kikkers er niet van ’By the Light of the Silvery Moon’ te neuriën, maar amfibieën blijken een voorkeur te hebben voor paren bij volle maan. Niet om de romantiek, maar om de kans op een ontmoeting te verhogen en het risico te worden gegeten te verlagen. Het viel biologe Rachel Grant in 2005 bij een meer in Italië op dat het aantal padden ’s nachts op de weg steevast toenam als de maan groeide. Observaties van padden en kikkers in Wales, rond Oxford en op Java overtuigden Grant en collega’s ervan dat amfibieën overal bij volle maan voor een partner gaan.
Nooit geweten, schrijven ze in Animal Behavior, hoewel bekend is dat sommige dieren reageren op schommelingen in de zwaartekracht en het magnetisch veld. En daar heeft de maancyclus invloed op. Kikker en pad lijken gecharmeerd van het volle maanlicht, omdat de club dan gemakkelijker bijeenkomt en succes verzekerd is. Rovers blijven dan juist liever thuis, wat de overlevingskansen van kikker en ei verhoogt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.