CDA-voorstel voedt wantrouwen tegen stichters nieuwe scholen. Zij hebben juist recht op erkenning en steun.
Het CDA Tweede Kamerlid Jan-Jacob van Dijk heeft voorgesteld het toezicht bij nieuw bekostigde scholen aan te scherpen. De Onderwijsinspectie moet vanaf de aanvang van de bekostiging van de nieuwe school terstond toezicht gaan uitoefenen door het opstellen van een risicoanalyse. Daarin wordt vooral gekeken naar de naleving van de eisen over het schoolwerkplan, de bekwaamheid van de leerkrachten en het voldoen aan voorschriften inzake onderwijstijd. Met dit wetsvoorstel wordt een nieuwe bekostigingssanctie mogelijk; een nieuwe school kan dan al na vijf maanden gesloten worden gesloten als blijkt dat niet geheel voldaan is aan de verschillende documenten die wettelijk vereist zijn.
Met dit voorstel is iets wonderlijks aan de hand. Eigenlijk loopt het voor nieuw bekostigde scholen met een sisser af. Eerder is de indruk gewekt dat er een vergunning zou worden vereist. Nieuwe bijzondere scholen zouden dan alleen kunnen worden gesticht met een voorafgaande vergunning van de overheid. In de toelichting wordt nadrukkelijk erkend dat een dergelijke vergunning in strijd is met de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Die eis is juist bij de wijziging van de Grondwet in 1848 komen te vervallen. Dat ze dat bij het CDA even over het hoofd hadden gezien, geeft toch wel te denken. In de drang om toch een daad te stellen in het debat over (radicale) vernieuwingsscholen kiest het CDA nu voor het wettelijk vastleggen van de huidige praktijk van de Onderwijsinspectie.
Ziet de politiek nog wel het belang van burgerinitiatieven in ons onderwijsbestel? Eén van de belangrijkste pijlers van de vrijheid van onderwijs is het recht een bijzondere school te kunnen stichten, die op bekostiging door de overheid kan rekenen. Ik wijs in dit verband op een interessante publicatie van de nationale ombudsman eerder dit jaar.
In een procedure aangespannen door niet-bekostigde radicale vernieuwingsscholen trekt de ombudsman de conclusie, dat er voldoende ruimte in het bestel moet zijn voor vernieuwing. Het hanteren van al te traditionele toetsingskaders kan ertoe leiden dat blokkeren. Hij werpt in zijn rapport een prikkelende vraag op: Is het recht om via vernieuwing te leren hoe aan goed onderwijs vorm kan worden gegeven eigenlijk niet de kern van de onderwijsvrijheid?
Voor dat leerproces moet ruimte zijn in het onderwijsbestel. Want is het niet zo, dat wat eens radicale vernieuwing in het onderwijs heette (Montessori, Dalton, Vrijeschool) heeft geleid tot nieuwe onderwijsinzichten, die bijdragen tot noodzakelijke vernieuwing van het onderwijs op alle scholen?
Het voorstel-Van Dijk past in een reeks van nieuwe wettelijke maatregelen; deze zijn er allemaal opgericht om op basis van verscherpte controle en het dreigen met bekostigingssancties kwaliteitsverbetering op scholen af te dwingen. Dit geeft blijk van wantrouwen in het maatschappelijk ondernemerschap van burgers gericht op verbetering van het onderwijs door het nemen van eigen initiatieven.
Natuurlijk mag pedagogisch ondernemerschap geen onbezonnen avontuur worden. Verantwoord vernieuwen moet de norm zijn. Maar de praktijk is juist dat ondernemende burgers allang beseffen, dat ze er verstandig aan doen om vroegtijdig de inspectie te vragen hun aanpak en plannen te beoordelen. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de start van enkele Iederwijsscholen, waar de VBS bij betrokken was. Wij begeleiden jaarlijks uiteenlopende initiatieven tot schoolstichting; een aantal daarvan introduceren een vernieuwende aanpak. Initiatiefgroepen van ouders die zich in vrije tijd ervoor inzetten om een nieuwe school op te richten, hebben recht op ondersteuning en maatschappelijke erkenning.
Zonder deze op vernieuwing van onderop gerichte initiatieven verliest het onderwijs zijn maatschappelijke dynamiek. Met zijn symboolwetgeving ondermijnt het CDA het ondernemerschap voor de publieke zaak, dat in het onderwijs juist tot uiting komt in burgerinitiatieven tot schoolstichting. Het wettelijk positioneren van de Onderwijsinspectie als waakhond van net gestarte scholen doet afbreuk aan de kritische dialoog die deze scholen zelf al met de Inspectie zijn aangegaan. Duurzame onderwijskwaliteit ontstaat niet door het wettelijk regelen van publiek wantrouwen, maar staat of valt met directe betrokkenheid van ouders en leraren bij de kwaliteit van het onderwijs op de eigen school.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.