Er zijn zeker vmbo-directeuren te vinden die het prima vinden, maar insiders die Trouw deze week raadpleegde, waren duidelijk: het is niet goed als kwetsbare vmbo’ers die recht hebben op zogeheten leerwegondersteuning alleen de eerste twee jaar apart zitten in kleine klassen en daarna opgaan in grote, reguliere klassen.
Dat is wel de praktijk aan de meeste vmbo-scholen. “En dat wreekt zich. We halen niet uit deze leerlingen wat erin zit”, zei een van hen. Wat gaat er precies mis?
Leerwegondersteuning is bedoeld voor leerlingen die met leerachterstanden of met sociaal-emotionele problemen van de basisschool komen. Hun vmbo-school krijgt 3700 euro extra van de overheid om hen zo te steunen dat ze toch een diploma halen.
Kleine klassen zijn een goed middel om dit leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) gestalte te geven – daarover is weinig discussie. Maar in de hogere klassen lukt dat veel scholen niet. Vmbo’ers zwermen dan uit over vele leerwegen, sectoren en afdelingen. Het is praktisch onuitvoerbaar én onbetaalbaar om in al die afdelingen aparte lwoo-klasjes op te zetten.
Een lezer vertelde deze week op de site van Trouw wat dat in de praktijk betekent. Na de tweede klas “werd onze zoon opeens met dertig à veertig jongens in een technieklokaal gezet en moest hij in grote groepen gaan werken. Dat is helemaal misgegaan (vechten) en onze zoon werd geschorst.”
Is geldgebrek het probleem? Of besteden scholen het geld verkeerd? Dat is vreemd genoeg niet duidelijk. Uit onderzoek in opdracht van het ministerie van onderwijs bleek vorige week dat het niet te achterhalen is waaraan scholen het lwoo-geld uitgeven. Scholen zijn niet verplicht dat te verantwoorden, en dat doen ze dus ook niet.
Aanwijzingen dat het geld onrechtmatig wordt besteed, zijn er niet Maar staatssecretaris Van Bijsterveldt was het met de onderzoekers eens: bevredigend is deze onduidelijkheid niet. Het gaat ten slotte om grofweg 370 miljoen euro. En om 100.000 kwetsbare leerlingen.
Nieuw is dit alles niet. Vijf jaar geleden stelde de Algemene Rekenkamer ook al vast dat niemand weet waar het geld voor leerwegondersteuning blijft Ook toen zei het ministerie dat dat anders moest. Binnenkort zou het beleid voor deze groep leerlingen geëvalueerd worden, kondigde het ministerie aan, en dan zou ook deze kwestie aandacht krijgen.
Daarna is er niets gebeurd: geen evaluatie, geen helderheid over het geld. Beleidsmakers en ook politici lijken het bestaan van leerwegondersteunend onderwijs vergeten te zijn.
Neem de commissie-Dijsselbloem. Die boog zich wel over de vorming van het vmbo, in 1999. Maar aan de tegelijkertijd ingevoerde leerwegondersteuning besteedde ze slechts terloops aandacht. Terwijl ook dat een ingrijpende stelselwijziging was – het ging bijvoorbeeld gepaard met het verdwijnen van het speciaal voortgezet onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (svo-lom).
Al met al is weinig bekend van leerwegondersteunend onderwijs en van de leerlingen die het volgen. Ze vallen vrij vaak voortijdig uit, naar het schijnt, maar velen halen een diploma. Maar halen de scholen eruit wat erin zit? Doen lwoo’ers het beter of slechter dan degenen die vroeger naar het svo-lom gingen of 'individueel beroepsonderwijs' kregen (een andere voorloper van het lwoo)? Zouden ze met goede steun een hoger diploma kunnen halen? Er valt slechts naar te gissen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.