Amsterdam heeft er met de Hermitage aan de Amstel een nieuwe blikvanger bij. Het voormalige verzorgingstehuis Amstelhof, dat voorheen als een anoniem en somber bastion in de stad lag, is verbouwd tot een licht en open museum.
Vanavond openen koningin Beatrix en de Russische president Medvedev de Nederlandse dependance van de Hermitage, het beroemde museum in Sint-Petersburg in Rusland. Vanaf morgenochtend tien uur kan het publiek terecht in het nieuwe museum, dat vervolgens 31 uur achter elkaar is geopend, tot zondagmiddag vijf uur.
De verbouwing en restauratie van het kolossale monument, dat in 1683 door de Hervormde diaconie werd gebouwd voor de opvang en verzorging van ’oude besjes’, is onder leiding van architect Hans van Heeswijk in alle opzichten geslaagd. Volgens de architect heeft hij zich vooral bezig gehouden met het ’opruimen, ordenen en ruimte maken’. Door een reeks van verbouwingen was van de Hollands classicistische stijl niets overgebleven. Nu heeft het gebouw weer de sobere, haast kloosterachtige uitstraling die het oorspronkelijk had.
De verbouwing heeft twee jaar geduurd en bleef met 42 miljoen euro binnen het budget, wat tegenwoordig een prestatie mag heten in Amsterdam, waar de verbouwing van andere musea gepaard gaat met jarenlange vertragingen en enorme kostenoverschrijdingen.
De omwonenden krijgen er met het nieuwe museum aan de Amstel ook een stadsparkje bij. De grote binnentuin is voor iedereen gratis toegankelijk.
De openingsexpositie is gewijd aan het Russische hof. Het is de bedoeling dat elk half jaar de tentoonstelling wordt gewisseld. Ernst Veen, directeur van de Nieuwe Kerk en de initiatiefnemer en opdrachtgever van Hermitage aan de Amstel, verwacht minstens 400.000 bezoekers per jaar. Maar het gebouw (drie etages van 80 bij 102 meter) kan het dubbele aantal aan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.