*

 

Historisch Museum is in goede handen

Steven Engelsman, directeur Museum Volkenkunde Leiden − 15/06/09, 00:00

De twee jonge directeuren verdienen alle ruimte en steun bij hun plannen voor een spraakmakend concept.

Een nieuw museum maken is geen eenvoudige opgave. Zie de lijdensweg van het Nieuwe Rijksmuseum. Bedenken welk verhaal je moet vertellen, en aan welke doelgroepen. Een nieuw gebouw neerzetten, tentoonstellingen inrichten, een nieuwe organisatie opbouwen met een bataljon geïnspireerde en eigenwijze professionals. En ondertussen kijken opdrachtgevers, financiers, toezichthouders, gemeenteraden en Tweede Kamer met argusogen over je schouders mee. Ga er maar aanstaan! Het directiekoppel van het nieuwe Nationaal Historisch Museum heeft daarom alle steun en ruimte nodig.

Vandaag hakt minister Plasterk de knoop door over het nieuwe Nationaal Historisch Museum. Dat begint een slopende kwestie te worden. Terwijl het Museum zo voortvarend begon. Historicus Frits van Oostrom zorgde voor de canon, de Kamer wilde een museum, en minister Plasterk ging aan de slag. Drie steden werden uitgenodigd om met voorstellen te komen. Daarnaast dienden ook anderen –ongevraagd– plannen in. Zo had Leiden het briljante plan om helemaal geen museum te bouwen, maar een netwerk van musea te vormen die allen een deel van de canon laten zien.

Het werd Arnhem. Het vrolijke plan van directeur Jan Vaessen van het Openluchtmuseum en huisarchitecte Francine Houben voor een heuse ’canon-toren’ op het parkeerterrein voor hun museum kwam als winnaar uit de bus. Toen had de minister het Openluchtmuseum de opdracht kunnen geven. Nederland had snel klaar kunnen zijn: het NHM als paviljoen van het nationale folkloremuseum.

Maar zo eenvoudig en zo haastje repje wilden we het niet. Een nieuw museum bouwen is meer dan een invuloefening van een historische canon, die niet als museumplan maar voor het onderwijs is geschreven.

Terecht dus dat er een aparte organisatie kwam voor het NHM, met statuten en een Raad van Toezicht. Er zijn twee goede directeuren gevonden: Erik Schilp uit Enkhuizen en Valentijn Byvanck uit Middelburg. Juist zij hebben de afgelopen jaren laten zien dat ze musea drastisch en spraakmakend kunnen vernieuwen.

De twee directeuren stellen niet de canon centraal, maar vijf thema’s die de geschiedenis van Nederland in een aansprekende context plaatsen, en waarin de 50 ’vensters’ tot leven komen. Ze willen het museum niet op het voorplein van het Openluchtmuseum bouwen, maar in de binnenstad van Arnhem.

Vreemd dat toen opeens de rapen gaar waren. Jan Marijnissen zag ’zijn’ canon-museum uit beeld verdwijnen, riep moord en brand en deed het directiekoppel af als postmoderne yuppen. Het Openluchtmuseum zag de hoofdprijs verloren gaan, en liet de president van de Nederlandse Bank (die ook chef toezicht van het Openluchtmuseum is) schande roepen. Ook bestempelde de inmiddels gepensioneerde directeur van het Openluchtmuseum de nieuwe plannen als ’onbegrijpelijk en acultureel’.

Komende woensdag spreekt de vaste Kamercommissie voor Cultuur met de minister. Ik vrees voor een veldslag die eindigt in compromissen en de overwinning van deelbelangen, waarbij de plannen van het directiekoppel Schilp/Byvanck worden geamputeerd en gecastreerd. Bijvoorbeeld doordat het Openluchtmuseum de hoofdprijs terugkrijgt en de canon dwingend wordt voorgeschreven.

Een ander zwart scenario is dat D66 het voor elkaar krijgt om de keuze voor Arnhem weer ter discussie te stellen en het museum alsnog naar de Randstad te halen.

Aan het einde van deze veldslag druipen betrokkenen beschadigd af en mogen ze van voren af aan beginnen. Dan kan Nederland nog lang op zijn Nationaal Historisch Museum wachten en staan we aan het begin van een volgende museale lijdensweg.

Er is ook een gunstiger uitkomst denkbaar. Hopelijk stapt iedereen over zijn eigen schaduw heen, vergeet zijn eigen belangetjes en besluit het hogere doel te steunen: het directiekoppel alle steun en ruimte geven om voortvarend een mooi nieuw museum te maken, waarin de canon duidelijk aanwezig is, maar niet als leidraad. Zodat binnenkort drommen bezoekers kunnen ontdekken wat hun eigen geschiedenis en die van Nederland met elkaar te maken hebben, om daarna alle andere musea in Nederland te bezoeken, om nog veel meer over het gedeelde verleden te ontdekken.

mailIcon print |