Vier weken geleden was Yvo de Boer, hoofd van het klimaatbureau van de Verenigde Naties, somber over de klimaatonderhandelingen. Die moeten in december in Kopenhagen uitmonden in een klinkend mondiaal akkoord, waarin de wereld precies afspreekt hoe zij de opwarming van de aarde voor de langere termijn te lijf gaat. Maar eind augustus zag hij vooral een gapend gat tussen de wensen van de ontwikkelingslanden om meer geld en een westerse wereld die dat alleen onder strikte voorwaarden beschikbaar wil stellen.
Deze week zagen we een veel optimistischer De Boer. Hij ziet grote kansen nu de grootste vervuiler, China, ook werk begint te maken van schone energie. Dat de Chinezen daar ook munt uit proberen te slaan - het land is nu al de grootste producent van zonnepanelen - kan andere landen als voorbeeld dienen. Met de omslag naar een duurzame wereld is geld te verdienen – en als dat samenvalt met de noodzaak het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen, is dat louter een extra argument om de koers ingrijpend te wijzigen.
Des te schrijnender is het dat het overgrote deel van het Nederlandse parlement en het kabinet het vorige week op het punt van duurzaamheid volkomen af lieten weten. Het pleidooi van GroenLinks om niet het miljardentekort op de rijksbegroting, maar duurzaamheid bovenaan de agenda te zetten, viel op rotsige bodem. Kabinet en parlement lieten daarmee een gouden kans liggen voor een fundamenteel andere benadering van de werkelijkheid. In plaats daarvan heeft het parlement toegelaten dat er ook op het energie- en klimaatbeleid wordt gekeken hoe daar twintig procent bezuinigd kan worden.
Deze zoveel geringere prioriteit voor duurzaamheid in deze tijd van crisis wreekte zich helaas ook op de klimaattop afgelopen week in New York. Harde toezeggingen bleven uit. Zowel president Obama, die nog niet zo lang geleden aankondigde dat de VS een leidende rol willen hebben in de klimaatonderhandelingen, als Europa beperkten zich tot mooie woorden. Zodat als enige winst genoteerd kon worden de positieve opstelling van China, hoewel ook dat land de kaarten angstvallig tegen de borst houdt.
Er zijn nog drie maanden te gaan naar de top in Kopenhagen. Maanden waarin, naar we hopen, het optimisme van De Boer alsnog meer dan gerechtvaardigd wordt. De crisis mag geen excuus zijn duurzaamheid op een laag pitje te zetten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.