*

 

De verhalenvertellers van klein Canada

Hinke Hamer − 12/09/09, 00:00

De Zweedse provincie Vürmland is beroemd om haar verhalenvertellers en adembenemende omgeving. Geen wonder dat er volk trekt naar ’klein Canada’.

  • De Zweedse provincie Vÿrmland is adembenemend mooi. (FOTO EDDY VAN WESSEL)

Voor de verhalen van Selma Lagerlöf geldt: the sky is the limit. ’Haar’ Nils Holgersson is een klierig ventje dat, zoals dat gaat met jongetjes die zich vervelen, onschuldige dieren het leven zuur maakt. Hij krijgt zijn welverdiende loon als een pientere kabouter hem tot minutieuze proporties verkleint. Nils heeft dan precies de juiste afmetingen om bovenop de rug van een gans het ganse Zweedse land te kunnen bereizen. En zo geschiedt.

Waar Selma Lagerlöf het vandaan haalde lijkt een raadsel, maar haar afkomst kan een rol hebben gespeeld. Geboren in de Zweedse provincie Vürmland – alwaar haar ouderlijk huis nu als museum is ingericht – groeide zij op in een cultuur van verhalenvertellers. Sprookjes, proza en poëzie: de beste Zweedse vertellers komen uit Vürmland.

Geen wonder, want in Vürmland kun je zonder afgeleid te worden door stadse fratsen je fantasie de vrije loop laten en de natuur op je in laten werken. Bijna tachtig procent van het gebied is bebost, er wonen slechts zeventien mensen per vierkante kilometer en in de provincie liggen ruim 11.000 meren. Niet voor niets noemt men het land van de verhalenvertellers ook wel ’klein Canada’, zo vertelt Anders Ekblom.

De Zweedse Ekblom voelt zich op zijn plek in de verhalencultuur van het platteland. Tot zijn 45ste werkte hij als vertegenwoordiger in de Vürmlandse hoofdstad Karlstad, maar toen hij zijn 50ste verjaardag steeds dichterbij zag komen, ontsproot bij hem een ’nu-of-nooit-gevoel’. In 2005 kocht hij een oude boerderij bij Lakene, doopte haar Lakene GÃ¥rd en begon zijn eigen toeristische sprookje.

Grote stallen bouwde hij om tot slaapplekken, hij nam een paar mensen in dienst, er kwam een hond en een dozijn paarden. Voor koeien vond hij zichzelf te oud, dan zou hij er meteen véél moeten nemen en de expertise ontbrak, vond hij zelf. Met een brede glimlach vertrouwt hij zijn gasten in charmant Zweeds-Engels toe: „I’m milking tourists now, instead of cows”.

Ekblom vangt forellen, bakt ze op zijn eigen kampvuur in het bos en eet ze op. Hij vertelt verhalen aan zijn gasten. Alleen zijn witgestreepte overhemd verraadt dat hij nog niet zo lang geleden een zakenman was. „Behoorlijk gelukkig” is hij hier, in zijn eigen mini-samenlevinkje.

Van de rivier de Klarülven, die vlak langs de boerderij van Ekblom meandert, zijn de laatste jaren steeds meer de toeristische mogelijkheden ontdekt en daaraan ontleent Ekblom voor een deel zijn succes. De rivier is 460 kilometer lang, waarvan 300 kilometer door Zweden stroomt. Kleine bedrijfjes organiseren er vaartochten per vlot – soms met barbecue en overnachting inbegrepen – en in 2005 is er de Klarülvsbanan aangelegd: een negentig kilometer lang geasfalteerd fietspad langs de rivier. Oorspronkelijk een spoorbaan, nu een slingerpad van de zuidelijk gelegen hoofdstad Karlstad naar het noordelijke Hagfors.

Niet alleen Zweden trekken naar het Vürmlandse platteland, ook veel Nederlanders volgden Ekbloms voorbeeld en gooiden het roer om. Janke Nobel (45) en Leo Krabbendam (53) ruilden in 2004 hun verbouwde boerderij aan de voet van de Sallandse heuvelrug in voor een stek in Vürmland. Zij vond een baan als lerares op een middelbare school, hij zette een bedrijfje op in GPS-artikelen. Over één nacht ijs gingen de twee ’zeker niet’, toch was het in het begin niet eenvoudig om rond te komen. „De grote denkfout van Nederlanders is te verwachten dat ze hier in het toerisme aan de slag kunnen, maar daar kun je écht niet van leven”, weet Nobel. De Bed & Breakfast doet het als concept bijvoorbeeld niet erg goed in Vürmland.

Toch hebben Nobel en Krabbendam hun toeristische niche gevonden door van hun grote hobby – husky-honden – hun bijbaan te maken. Nu trekken ze er elk seizoen met hun achttien honden op uit en hebben ze waarvoor ze kwamen: „Quality time buiten de vier muren”.

Vraag Janke Nobel naar het waarom, en ze antwoordt als een geboren Vürmlandse in de verhalende stijl die de omgeving zo eigen is.

„Hoe clichématig ook: de rust, de ruimte, de vier seizoenen. De vuur-en-vlam-herfst, de sneeuwrijke wondere sprookjeswereld-winters, het sprankelende voorjaar en de doorgaans stabiele zomer: elk seizoen zijn eigen feestje.”

mailIcon print |