Turkse en Marokkaanse meisjes en jonge vrouwen die seksueel geweld hebben mee gemaakt, zoeken nauwelijks professionele hulp. Het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren van het UMC Utrecht maakte vandaag bekend deze groep speciale traumahulp te gaan bieden.
Meisjes en vrouwen van die afkomst zoeken nauwelijks professionele hulp na een aanranding of verkrachting terwijl er door een dergelijke ervaring psychische en lichamelijke klachten kunnen ontstaan, meldt het UMC Utrecht .
Sinds 2005 meldden zich bij het Landelijk Psychotraumacentrum zo'n 250 aangerande en verkrachte meisjes tussen de 13 en 25 jaar, voornamelijk van Nederlandse of Westerse afkomst. Van de meisjes was geen enkel meisje van Turkse of Marokkaanse afkomst, terwijl seksueel geweld onder die groep net zo vaak voorkomt. Volgens het UMC melden de Turkse en Marokkaanse meisjes zich niet omdat ze bang zijn voor ongeloof, eerwraak en stigmatisering.
„Allochtone meisjes kunnen bijvoorbeeld bang zijn dat ze de eer van de familie beschamen of zelfs worden verstoten als ze vertellen dat ze zijn verkracht”, zegt psycholoog en onderzoeker Iva Bicanic.
Een team van het Landelijke Psychotraumacentrum trekt daarom aan het begin van dit schooljaar langs scholen, buurthuizen en moskeeën om verkrachte Turkse en Marokkaanse meisjes naar het traumacentrum te krijgen. „Traumahulp is heel belangrijk omdat een onverwerkte ervaring van seksueel geweld kan leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Daardoor kunnen meisjes zich niet meer concentreren op school, worden ze somber en slikken ze medicijnen. Maar deze meisjes hebben professionele hulp nodig, geen paracetamol.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.