Uit eten in biologische restaurants wordt almaar populairder. Ook bedrijfskantines schotelen hun bezoekers steeds vaker hapjes en drankjes van biologische makelij voor. Maar wie controleert of alle producten echt biologisch zijn?
Je kunt wel stellen dat de buitenshuisconsumptie van biologisch eten tegen de klippen op groeit. Vorig jaar zelfs met bijna 100 procent. Met name de vraag vanuit de overheid – voor catering van haar vele kantoren – groeit hard. De rijksoverheid heeft zich namelijk ten doel gesteld dat volgend jaar alle inkopen uit duurzame producten moeten bestaan. Voor de catering betekent het dat minstens 40 procent van de producten biologisch moet zijn.
Deze vorm van verduurzaming is toe te juichen, maar geeft tevens ruimte aan slimmeriken die kans zien om misbruik te maken van die ontwikkeling. Het aanbod van biologisch geteelde producten is niet altijd constant, want afhankelijk van de seizoenen. Dat zou een kantinebaas of een restauranthouder wel eens op de gedachte kunnen brengen dan maar een gangbare bloemkool of tomaat in het eten te stoppen en dat gewoon als biologisch aan te prijzen.
Dit bedotten van de consument is juridisch gezien niet strafbaar. Er zijn namelijk geen regels opgesteld voor de biologische catering en dus is er ook geen controle.
Het blad Biofood Magazine schreef begin van de zomer over deze mogelijkheid tot gesjoemel. De Veneca, de koepel van de cateraars, reageerde furieus. Dat er zou worden gerommeld in de catering wijst zij van de hand. De Veneca meldt dat ze bezig is met het opstellen van eigen criteria die zijn afgestemd met het ministerie van landbouw en voedselkwaliteit. „Daarbij stimuleren we bij onze leden juist dat biologische en duurzame producten worden toegepast”, schrijft Veneca-secretaris Jos van Straten in een boze brief aan Biofood Magazine.
Door gecertificeerde biologische en niet-gecertificeerde producten te combineren, wordt de consument ’extra gestimuleerd om meer en vaker keuzes te maken voor biologische producten’, aldus Van Straten in zijn brief. Hij zegt te streven naar een criterium waarbij de term ’bereid met biologisch’ wordt gebruikt, waarbij minimaal zestig procent van de maaltijd bestaat uit biologische producten. „Dat is per locatie controleerbaar en zelfs per product.”
Deze reactie van de branchevereniging is te begrijpen, maar wellicht een tikje naïef. Mensen uit de praktijk zijn niet zo vol van vertrouwen als de Veneca-secretaris. „Ik hoor al jaren die geruchten over de biologische catering, maar ik kan ze niet hard maken”, zegt Raymond Hertong, directeur van BioZorg, de enige Nederlandse producent van biologische kant-en-klaar-maaltijden. „Nederland kent gewoon geen strenge regels voor biologisch. Zelfs de Polen hebben het beter voor elkaar. Die losse houding schept veel ruimte voor creativiteit. De verleiding is groot om de boel te beduvelen. Ik verwerk uitsluitend biologische ingrediënten en daarom stoot ik wel eens mijn neus als ik inkoop. Dan zijn dingen niet te krijgen. Toch zijn er bedrijven die élke dag biologisch kunnen inkopen, zelfs buiten het seizoen. Rara hoe kan dat? Er zijn cowboys in de branche. Jammer.”
Er moet wel iets gebeuren in de catering, want het is niet beschermd, zegt directeur Peter Janssen van Peter Pan Catering, een van de eerste biologische cateraars. „Dat leidt tot misbruik. Mag je koffie verkopen onder het kopje biologisch als de melk en de suiker dat niet zijn? Je moet daarmee afrekenen door middel van een goede controle. Daarom is het goed dat de Taskforce marktontwikkeling biologische landbouw komt met een rangorde in de horeca. Er komen bronzen, zilveren en gouden bedrijven. Die zijn goed voor respectievelijk 40, 60 en 80 procent biologisch.”
Volgens Janssen is 100 procent biologisch niet haalbaar. „Dat lukt slecht door de toenemende vraag en het achterblijvende aanbod. Ik spreek ook liever over duurzaam. Een prachtige kaas van de lokale boer is misschien niet biologisch, maar wel heel duurzaam omdat het uit de buurt komt. Dat heb ik liever dan uit een ver buitenland biologische producten laten invliegen.”
Bij een duurzame overheidskantine zet Janssen zijn vraagtekens. „Het ministerie heeft duurzaamheid wel heel breed gedefinieerd. Er vallen zo’n tien tot vijftien keurmerken onder, zelfs het ’Ik kies bewust’ keurmerk. Dat is nota bene van de industrie zelf. Dan ben je fout bezig.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.