*

 

Spin misleidt zijn belagers met een fopspin

redactie wetenschap − 08/07/09, 00:00

Waar etensresten niet goed voor zijn: je kunt er bijvoorbeeld als spin je web mee behangen, waardoor het minder opvalt tegen de achtergrond. Vers eten vliegt er daarom zo in.

Verscheidene spinnen hanteren die truc, maar een van hen knoopt restanten van prooi en lege eierzakken zo aan elkaar dat de versiersels in grootte en kleur sterk overeenkomen met de spin zelf. Het beest lijkt een replica van zichzelf te bouwen. Tijdens de groei van de spin, groeit de fopspin gewoon mee.

Misschien denkt de spin zich zo te camoufleren, maar zo’n web lijkt juist uitnodigend voor rovers, in casu wespen. Biologen melden in Animal Behavior dat er inderdaad twee keer zoveel wespen op een versierd als op een schoon web afkomen. Maar metingen leerden dat de vijand zich danig laat beetnemen door de slierten met spinachtige verschijningen, waartussen zich ergens de echte spin bevindtmoet bevinden. Dat zoekplaatje biedt per saldo blijkbaar bescherming.

Het Soay schaap krimpt door de mildere winters

Het Soay schaap, bewoner van de Saint Kilda-eilanden ten westen van Schotland, wordt steeds kleiner. Dat strookt niet met de evolutionaire wetten, want groter maakt sterker en verhoogt de kans op nakomelingen. Dus dijen soorten vaak uit, maar de Soay krimpt al jaren. Biologen rekenen in Science voor dat het mildere klimaat daarvoor verantwoordelijk is, samen met het zogenaamde ’jonge-moedereffect’: jonge ooien baren lammeren die iets minder wegen dan zijzelf bij hun geboorte.

Gras is minder schaars door de kortere, zachtere winters op Saint Kilda, waardoor ook de langzame groeiers onder de Soay schapen het redden. Zo trekken de kleinere exemplaren het gemiddelde naar beneden. De jonge ooien voegen daar in hun eerste moederseizoen klein kroost aan toe dat het ook weer gemakkelijker redt. Die combinatie zorgde ervoor dat de Soay in de afgelopen 24 jaar 5 procent aan gewicht verloor, een tegendraadse ontwikkeling in de natuur.

We kunnen echt zien als vleermuizen en dolfijnen

Train de vleermuis in u, of de dolfijn. Het kan. Die boodschap van Spaanse onderzoekers is vooral bestemd voor blinden die baat zouden kunnen hebben bij echolocatie: het uitzenden van signalen om met de weerkaatsing ervan voorwerpen in de omgeving te herkennen. Gebruik daarvoor de tongklik, die lijkt wat op het signaal van dolfijnen. Weliswaar halen we hun frequentie –300 keer per seconde– bij lange na niet. Maar toch stelden de Spanjaarden vast dat een mens na twee weken oefenen een voorwerp voor zich ’ziet’, en na nog eens twee weken een boom op straat kan onderscheiden.

Blinden zouden er baat bij kunnen hebben, én doven want echo’s worden niet alleen door de oren opgevangen. Het trillen voelen we in de botten, schijnt het. De onderzoekers proberen nu de grens van deze vaardigheid bij de mens te ontdekken. Ze vermoeden dat we er fijnhorig of -gevoelig genoeg voor zijn om voorwerpen in een tas te herkennen. Ze denken dat we onszelf mogelijk zelfs door de mist kunnen tongklikken.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />