*

 

’Ik heb wat met sociale projecten’

Hinke Hamer − 13/06/09, 00:00

De VitaGoat-sojamelkmachine heeft zich al bewezen in de Indiase deelstaat Orissa. Nu wil Victor Hooftman uitbreiden; vrouwen aan het werk, kinderen aan de sojamelk.

  • Victor Hooftman: 'Soms worden we gezien als imperialisten' (Foto Patrick Post)
    Victor Hooftman: 'Soms worden we gezien als imperialisten' (Foto Patrick Post)

Bij een bezoek aan de grootste Hindoetempel die Nederland rijk is – „en die nota bene in Wijchen staat” – hoorde hij voor het eerst dat Indiase regeringsleiders lang niet altijd onverdeeld blij zijn met hulp uit westerse landen. „Soms wordt het beledigend gevonden als wij ons met de zaken bemoeien en worden we gezien als imperialisten”, vertelt Victor Hooftman (1958). Maar van dit project weet hij dat het ’voor India’ anders voelt. Misschien omdat ermee gestimuleerd wordt dat de bevolking het project zelf draaiende houdt. Vooral de lokale consultatiebureaus zijn blij met de sojamelkmachine. Een Canadees bedrijf introduceerde de machine in 2006 in de Indiase deelstaat Orissa. Hooftman wil nu uitbreiden in het nabije Maharashtra.

Trots laat hij een afbeelding zien van de zogenaamde ’VitaGoat’. De machine doet verrassend eenvoudig aan. Inheemse plattelandsvrouwen vermalen sojabonen door een fiets aan te trappen en de melk wordt op butagas gekookt. Acht vrouwen houden één machine draaiende: afwisselend wordt er gefietst en wordt de melk in plastic flessen gegoten en verspreid. „Het idee is dat lokale vrouwen zichzelf kunnen bedruipen”, vertelt Hooftman. Uit Orissa kent hij gevallen van echtgenotes die al na een paar maanden de helft van het inkomen van hun man bij elkaar verdienden. „Op termijn brengen zij het dubbele in.”

In zijn Rotterdamse achtertuin vertelt Hooftman hoe hij zelf jarenlang werkzaam was bij woningcorporatie Woonbron. „Ik had wel wat met sociale projecten”. De wijk Crabbehof in Dordrecht hielp hij weer op de kaart zetten, bewoners bezocht hij achter de voordeur. Hij spreekt van een succesvol project. In Crabbehof is het ’s avonds weer veilig.

’Denkt, durft, doet’ is niet alleen van toepassing op Woonbron, het had Hooftmans eigen lijfspreuk kunnen zijn. Hij nam een jaar lang onbetaald verlof en legde een stuk van de Zijderoute af: via Turkije en Iran kwam hij uiteindelijk terecht in Laos. Niet veel later vertrok hij naar India. Sindsdien bezocht hij het land een keer of vijf, maar nooit langer dan een maand. „Dan is het wel weer mooi geweest.”

Het was in die tijd dat hij betrokken raakte bij de opzet van Plentyfood.org, een organisatie die zich inzet voor voldoende en kwalitatief goede voeding en haar best doet om diervriendelijk te opereren. ’Bij het produceren van voedsel houden we zoveel mogelijk het natuurlijke evenwicht tussen mens, plant en dier in stand’, zo beschrijft de organisatie haar uitgangspunt op de website. Plentyfood, gerund door een vijfkoppig bestuur, gooit hoge ogen onder dierenactivisten. Marianne Thieme verzocht vorig jaar haar bruiloftsgasten geen cadeaus mee te nemen, maar een bedrag te doneren aan Plentyfood.

Plentyfood is actief in verschillende landen. Bestuursleden hebben overlegd welk project zou worden ingediend voor de idealenwedstrijd van Trouw. De strijd ging tussen een voedselproject in Suriname en de sojamelkmachines in Maharashtra. „In India is relatief veel kwalitatieve ondervoeding”, motiveert Hooftman zijn keuze voor dit project.

De VitaGoat-machine had zijn nut al bewezen in de Indiase deelstaat Orissa. Het Canadese Malnutrition Matters, een organisatie met eenzelfde grondslag als het Nederlandse Plentyfood, installeerde aanvankelijk een paar, en inmiddels ruim twintig machines. Sojafabrikant Alpro bracht beide organisaties met elkaar in contact.

Bij de VitaGoat snijdt het mes aan twee kanten: vrouwen zijn aan het werk, kinderen krijgen dagelijks, via consultatiebureaus, een flink glas sojamelk aangeboden. Met toegevoegde multivitamines helpt de melk kinderen aan te sterken.

In Orissa is de machine kortgeleden op individueel niveau geëvalueerd. Kinderen werden gemeten en gewogen vóór en nadat ze dagelijks sojamelk dronken. „We zagen foto’s van kinderen die ineens vet op de botten hadden. En er kwamen vrouwen aan het woord die hun inkomen met veertig procent hadden verhoogd, en wier kinderen weer op school zaten.”

Hooftman hoopt dat hij bij grotere organisaties bewustzijnsverandering teweegbrengt met het project. Want, vindt hij, zij zetten zich nog onvoldoende in voor plantaardige voeding. „De aanleg van infrastructuur, wegen, daar zijn we het allemaal over eens. Maar milieubewust werken, dat ontbreekt nog.”

Hij dagdroomt wel eens. Over hoe je met twintig sojamelkmachines goedbeschouwd een fabriekje hebt. Als de organisatie te groot wordt, zal hij personeel in dienst nemen. De kans is aanwezig dat Plentyfood dan ook groeit. Maar Hooftman sluit niet uit dat hij het project in dat geval overdraagt aan een organisatie als Oxfam Novib. „Of wij dit nou aansturen of zij, dat maakt niet uit. Ik wil dat dit als project héél groot wordt.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />