*

 

Een heel team voor een leerling

Hanne Obbink − 19/06/09, 00:00

Een leerling loopt vast vanwege drugsgebruik, een ander raakt ongepland zwanger. Trouw onderzoekt hoe middelbare scholen dergelijke achterblijvers bij de les houden? Vandaag deel 2: de vergadering van het ’zorgadviesteam’.

  • Het zorgadviesteam van scholengemeenschap Winkler Prins in Veendam vergadert.  (FOTO BRAM PETRAEUS)
    Het zorgadviesteam van scholengemeenschap Winkler Prins in Veendam vergadert. (FOTO BRAM PETRAEUS)

Ze komt ’s ochtends op school, zit met trillende handen in de klas en is snel weer vertrokken. Vaak wordt ze al vóór twaalven in het dorp gezien, rondhangend met een fles alcohol in de hand. Drugs gebruikt ze ook. Thuis is ze bijna nooit. Het verhaal gaat dat ze zich prostitueert.

Het meisje is leerling van scholengemeenschap Winkler Prins in Veendam en deze middag wordt haar geval besproken in de maandelijkse vergadering van het ’zorgadviesteam’ van de school. Aan tafel zitten mensen van de school, samen met onder meer de leerplichtambtenaar en vertegenwoordigers van de jeugdzorg, de politie en de geestelijke gezondheidszorg. Die spannen zich in om voor probleemleerlingen de zorg te regelen die zij nodig hebben.

Bij de raad voor de kinderbescherming blijkt een verzoek te zijn gedaan om een voorlopige ondertoezichtstelling van het meisje. Zo kunnen kinderen die in acuut gevaar zijn een gezinsvoogd krijgen en uit huis worden geplaatst. „Het is misschien goed om een kort lijntje te leggen met de betrokken raadsonderzoeker”, oppert een teamlid.

„Dat is me niet genoeg”, zegt Aaldrik Pot, voorzitter van het zorgadviesteam. „Elke dag dat ze hier van school vertrekt, vraag je je af of ze de dag wel doorkomt. Het kan zomaar gebeuren dat ze morgen in een sloot wordt gevonden.”

Pot heeft een week geleden een mailtje gestuurd naar een medewerkster van het advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK), zonder iets terug te horen. Twee teamleden besluiten nog tijdens de vergadering te bellen, zowel naar het advies- en meldpunt als naar de raad voor de kinderbescherming.

De AMK-medewerkster in kwestie blijkt ziek, maar er wordt aan de zaak gewerkt. „Alleen, er moet eerst iets echt levensbedreigends gebeuren voor zo’n ondertoezichtstelling”, zo geeft Winkler Prins-docente Inge Van Bruggen het standpunt van de kinderbescherming weer. „Vandaag lukt het in elk geval niet, morgen gaan ze ernaar kijken.”

Daarna bespreekt het team andere leerlingen. Het gaat om de zwaarste gevallen van de school. De Winkler Prins telt 2200 leerlingen, verdeeld over meerdere afdelingen met eigen zorgteams, die hulp binnen de school kunnen regelen. Komt zo’n team er niet uit en is er hulp van buiten nodig, dan wordt het zorgadviesteam van de hele school ingeschakeld. Dat gebeurt ongeveer vijftig keer per jaar.

Deze middag staan er twaalf op de agenda. Drugs en drankgebruik komen meermalen ter sprake, en ook gaat het over zwangerschap – „dus dáárom zag ze er de laatste tijd zo goed uit” – en over leerlingen die van huis zijn weggelopen of juist door hun ouders het huis zijn uitgezet – „prima, er moest iets gebeuren”. Steeds gaat het team na welke hulp al is ingeschakeld, wat er nog moet gebeuren en wie daarvoor zorgt.

Zoals het hier in Veendam gaat, zou het overal in Nederland moeten gaan, vindt het kabinet. Dat wil dat elke school een zorgadviesteam krijgt. Het voortgezet onderwijs is al een eind op weg: bijna alle scholen hebben zo’n team. Maar zo goed als het in Veendam loopt, gaat het elders vaak niet. De Winkler Prins kreeg dit voorjaar zelfs een prijs, als ’beste zorgadviesteam van Nederland’.

De gedachte achter de zorgadviesteams is eenvoudig, zegt Dolf van Veen van het Nederlands Jeugdinstituut, dat een steunpunt voor deze teams onderhoudt. Jongeren brengen veel tijd op school door en als er problemen zijn, zijn leraren vaak de eersten die dat signaleren.

„Maar scholen modderen vaak maar wat aan”, zegt Van Veen. „Zeker als ouders geen hulp inschakelen, gebeurt er helemaal niets. Een school is al blij als ze iemand kan verwijzen naar een instantie. Maar daarna hoort ze vaak nooit meer iets.”

Met een goed werkend zorgadviesteam verloopt alles soepeler. De school blijft op de hoogte van wat er met haar leerlingen gebeurt. Bovendien heeft de school niet met één instantie contact, maar met alle tegelijk. „Stel dat een jongen steun nodig heeft via bureau jeugdzorg en dat er wachtlijsten zijn – dat komt vaak voor”, zegt Van Veen. „Dan is het goed dat ook het maatschappelijk werk aan tafel zit; dat kan die wachttijd overbruggen. In zo’n team kan je daar direct afspraken over maken.”

Maar dat instanties samen aan tafel zitten, wil nog niet zeggen dat ze goed samenwerken, zegt Van Veen. Hij hoort verhalen genoeg die bewijzen dat het beter moet. Over een jongen, bijvoorbeeld, die zou zijn geholpen met twee of drie middagen steun, samen met zijn ouders; hij trof een jeugdzorginstantie die alleen vijf middagen bood, met óf de ouders óf hemzelf. Twee middagen met kind én ouders, dat zat niet in het aanbod. „Ik ken ook een school die een agressietraining wilde voor een groepje leerlingen. Maar daar is de jeugdzorg niet aan gewend; die indiceert één op één, zo verdienen ze nu eenmaal hun geld.”

Maar Aaldrik Pot van de Winkler Prins kan ook succesverhalen vertellen. Zijn team heeft ooit een jongen begeleid die op school niet te handhaven leek. Sociaal vaardig was hij wel en hij had een hoog IQ. Maar alles wees erop dat hij verslaafd was; hij stal en sloeg z’n moeder.

Pot: „We hebben er bij de ouders op aangedrongen: doe aangifte. Dat is gebeurd, hij is opgepakt en heeft vastgezeten. Daarna is hij door de psychiatrische molen gegaan en bleek ’ie een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis te hebben. Als je dat weet, ben je al veel verder. Uiteindelijk heeft hij, begeleid door school, z’n havo-diploma gehaald.”

Zonder zorgadviesteam was dat niet gelukt, weet Pot. Want als die aangifte komt, moet ervoor worden gezorgd dat de politie daadwerkelijk ingrijpt. Daarna moet ook die psychische hulp geregeld worden. „Je moet elkaar kennen in zo’n team, elkaar blindelings weten te vinden. Je moet niet voor je organisatie werken, maar voor het kind. Allemaal dezelfde kant op duwen.”

Maar ook een goedlopend zorgadviesteam stuit op grenzen. Een dag na de vergadering in Veendam blijkt dat de raad voor de kinderbescherming de situatie van het verslaafde meisje niet levensbedreigend genoeg vindt voor een voorlopige ondertoezichtstelling. Er moet eerst een zogeheten raadsonderzoek worden verricht. „Voordat de zaak bij de kinderrechter is geweest en er een ondertoezichtstelling is uitgesproken, zijn we een half jaar verder”, stelt Pot grimmig vast. „En voor gezinsvoogden zijn wachtlijsten, dus al met al zit dit meisje nog zeker driekwart jaar in deze situatie.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />