Het Nationaal Historisch Museum waarschuwt voor negatieve gevolgen, mocht de Kamer besluiten dat het museum toch terug moet naar de oorspronkelijke locatie: naast het Openluchtmuseum.
De Kamer kruist vanmiddag met cultuurminister Plasterk de degens over het Nationaal Historisch Museum (NHM). Oorspronkelijk zou het museum verrijzen naast het Openluchtmuseum, in het noorden van Arnhem. Maar de directie heeft zich bedacht, en denkt dat ze het museum beter en sneller kan realiseren naast de John Frostbrug, in het centrum van de stad. De minister gaat daarmee akkoord.
CDA, SP, PVV en D66 denken daar anders over. Arnhem heeft het museum ‘gewonnen’ omdat in het Arnhemse plan een samenwerking met het Openluchtmuseum zou realiseren. Dat was juist de meerwaarde, stellen Kamerleden.
Toch heeft het NHM hoop dat Plasterk de tegenstanders vanmiddag weet te overtuigen. „Het uitgangspunt was naast het Openluchtmuseum en dat was ook het plan, maar als je geconfronteerd wordt met allerlei rapporten en een betere locatie, dan ga je voor die betere locatie”, zegt een woordvoerder woensdag voor aanvang van het debat. „Wij hopen dat de Kamer zich dat realiseert.”
Hij is zich bewust van de mogelijkheid dat de Kamer vandaag of volgende week –als er over mogelijke moties gestemd wordt – anders beslist, maar wil daarop niet al te veel vooruitlopen. „We weten niet precies wat we dan gan doen. Het zal in ieder geval gevolgen hebben op de snelheid van handelen, het proces zal langer duren. Maar het zou te gek zijn als de directie nu al zou zeggen: we trekken onze handen ervan af.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.