*

 

Trekvogel onder druk

Rob Buiter − 11/09/09, 00:00

Veel van ’onze’ trekvogels overwinteren in de Sahel. Wat daar in Afrika gebeurt met regenval, landbouw, ontbossing of jacht heeft directe gevolgen voor de vogelstand hier. Vier vogelonderzoekers leggen de verbanden in een lijvig naslagwerk. „De Sahel is een belangrijke schakel in een waanzinnig complex ecologisch systeem. En is langzaam aan het afbrokkelen.”

  • Een zomertaling verstrikt in een visnet, in de rivierdelta van de Niger in Mali. ( FOTO NICHOLAS GAIDET)
  • (Leo Zwarts)

Sahel is het Arabische woord voor rand. Op de kaart markeert die ’rand’ letterlijk de overgang van de bijna onleefbaar droge Sahara naar het groenere midden en zuiden van Afrika.

Met de titel van hun (Engelstalige) boek ’Living on the edge’ bedoelen vogelonderzoekers Leo Zwarts, Jan van der Kamp, Eddy Wymenga en Rob Bijlsma vooral de figuurlijke rand: vogels die hier overwinteren leven op de rand van het bestaan.

Bijlsma: „Toen mijn medeauteurs in de jaren tachtig naar de Sahel trokken voor onderzoek, zaten ze in het dieptepunt van een lange droge periode. De eerste helft van de vorige eeuw kende gemiddeld veel meer neerslag dan de tweede helft. Rond 1969 zag je een kentering. Toen kreeg de Sahel dertig jaar lang steeds minder regen. Die langdurige dip zie je nog steeds terug in de vogelstatistieken bij ons.”

Schommelingen in de regenval in de Sahelzone zijn van alle tijden. De bijbehorende schommelingen in de vogelstand dus ook. Toch is er nu meer aan de hand, benadrukt Bijlsma.

„De bevolking in landen als Niger groeit met ruim 3 procent per jaar. Dat heeft een enorme impact op het landschap. Mensen die zich min of meer nomadisch aan de natuur aanpasten, zijn zich op vaste plaatsen gaan vestigen. Ze slaan waterputten, kappen bomen, bouwen dammen in de rivieren. Dat alles heeft enorme gevolgen. Gebieden die vroeger onder water liepen in de natte tijd blijven nu droog. Bossen waar vroeger veel vruchten en insecten te halen waren voor vogels verdwijnen als sneeuw voor de zon.”

De doodgewone zomertortel is een vogel die volgens Bijlsma goed laat zien wat voor gevolgen dit alles heeft. „Hij wás doodgewoon, ja. Hier in de bossen rond mijn huis was het snorrende geluid van de vele zomertortels altijd een prachtige lentebode. Maar naast verarming van hun West-Europese broedgebieden, is het ook in Afrika mis. Zomertortels eten ’s winters veel graszaden. Die moeten ze rustig, in de schaduw, kunnen verteren. Daar hebben ze schaduwrijke bosjes voor nodig, in de buurt van drinkwater. De droogte in de Sahel hindert de zaadzetting van grassen en verkleint de productie van alternatieve voedselbronnen als rijst en gierst. Bovendien verdwijnen met de bomen ook de gelegenheden om uit te buiken.”

„Of dat nog niet genoeg is”, vervolgt hij, „worden er jachtreisjes georganiseerd voor rijke westerlingen. Met een afschotgarantie van zoveel honderd stuks per dag, nemen Senegalese reisleiders de jagers mee naar de – nog steeds – grote slaapplaatsen van deze vogels. Vele duizenden zomertortels komen daar bij elkaar. Tel uit het verlies.”

In hun boek beschrijven de onderzoekers onder andere voor 27 Europese broedvogels wat de Sahel in hun leven betekent. Ook watervogels hebben het zwaar in Afrika. Bozo-vissers in Mali bijvoorbeeld, zetten hun visnetten ’s nachts het liefst bóven het wateroppervlak om zomertalingen te vangen. Ze doen dat bij voorkeur aan het eind van de winter. De eenden hebben dan al behoorlijk wat vet opgeslagen, als voorbereiding op de trek, en concentreren zich in de weinige waterpartijen die zijn overgebleven aan het eind van de droge tijd.

Bijlsma: „Rond februari is een zomertaling bijna de helft zwaarder dan de maanden daarvoor. In die periode stijgt de prijs van een eend op de markt van het Malinese Mopti van euro 0,62 naar euro 1,10. Het opvetten voor de trek maakt de zomertalingen dus extra aantrekkelijk voor de vissers.”

Toch wijzen de auteurs niet met een beschuldigende vinger naar allen Afrika om de vogelellende in Nederland te verklaren. „Er zijn helaas meer dan genoeg voorbeelden van soorten die wij op eigen kracht naar de afgrond hebben geholpen”, stelt Bijlsma.

„Neem de grutto. Die noemen wij graag ’onze’ grutto omdat het grootste deel van de West-Europese populatie bij ons broedt. Hoewel; je kunt beter zeggen: probeert te broeden. Want de grutto’s brengen nog maar een fractie van het aantal jongen groot dat nodig is om de populatie op peil te houden. En voor die vogels is de overleving in Afrika juist weer redelijk op orde, ondanks de jacht daar.”

„Boeren beschouwen de grote groepen grutto’s die rijst komen eten als een plaag. Maar het aantal vogels dat daar geschoten wordt valt echt in het niet bij de enorme verliezen onder kuikens die op onze weilanden worden geleden. En dan te bedenken dat de grutto maar een paar maanden per jaar in Nederland is. Sommige komen hier rond maart aan, proberen te broeden, hun legsel wordt kapot gemaaid en hup, ze vliegen weer terug naar Afrika. Dus hoezo ’onze’ grutto’s?”

’Living on the edge, birds and wetlands in a changing Sahel’. Auteurs: Leo Zwarts, Rob G. Bijlsma, Jan van der Kamp, Eddy Wymenga. Uitgeverij: KNNV Publishing. Prijs euro 64,95.

mailIcon print |