*

 

Mag men een kind van een ander terechtwijzen?

Beatrijs Ritsema − 05/09/09, 00:00

Beste Beatrijs, Het volgende tafereeltje speelde zich af bij de huisartsenpost, waar ik in de wachtkamer zat met een stuk of tien andere patiënten: een kind van een jaar of acht zit al zeker twintig minuten aan een stuk door te krijsen (‘Kijk me niet aan, stoute mama!’) en slaat de moeder zelfs.

  • (\N)

De moeder knijpt het kind, waardoor het nog harder gaat schreeuwen, maar doet verder niets en kijkt de andere kant op. Een oudere dame, die er kennelijk niet meer tegen kan, zegt tegen het kind op barse toon dat het moet ophouden met dat gegil, waarop het kind, geschrokken, direct stilvalt. Deze terechtwijzing valt niet in goede aarde bij de moeder. Zij begint te schelden, vraagt waar die ander zich mee bemoeit. Vervolgens krijgt de moeder bijval van een paar andere aanwezige moeders die de oudere dame op hoge toon toevoegen dat ’zij niet weet hoe ziek het kind is, dat ze zelf wel geen kinderen zal hebben’, enzovoorts. Onder dit gekrakeel hield het kind zelf zich overigens verder koest. Mijn vraag is: wie had er nu gelijk – de woedende moeders of de blaffende oudere dame? Is het gepermitteerd om een kind van een ander in zo’n situatie terecht te wijzen of mag het gewoon nooit?

En nu is het afgelopen!

Beste En nu is het afgelopen,
De vuistregel luidt dat mensen zich verre houden van het corrigeren van kinderen met een ouder in de buurt. Wie andermans kind terechtwijst, krijgt immers meteen ruzie met de ouder die ernaast staat. Niet het kind maar de ouder is het aanspreekpunt. Idealiter had de bewuste dame in de wachtkamer zich eerst tot de moeder moeten wenden en vragen of zij iets tegen het kind mocht zeggen, waarna zij alsnog haar stiltebevel had kunnen uitvaardigen. Maar gegeven de omstandigheden is het begrijpelijk dat zij afzag van deze omweg en meteen ter zake kwam. Als er één situatie is waarin je met recht gebruik kunt maken van het mechanisme dat vreemde ogen dwingen, dan wel tegenover een krijsend kind in een wachtkamer met patiënten, van wie velen er erger aan toe zullen zijn dan dat kind. Kinderen die heel erg ziek zijn, krijsen niet. Die zijn juist akelig stil en dan weet je ook dat het goed mis is. Een krijsend kind heeft zichzelf dolgedraaid in hysterie als een naald die in een grammofoonplaatgroef blijft steken, en soms is er een snauwende buitenstaander nodig om deze zichzelf aanzwengelende gemoedstoestand te doorbreken. Voor de moed van deze dame om de sirene af te zetten, verdient zij applaus en dankbaarheid.

Beste Beatrijs,

Regelmatig word ik teruggebeld door mensen die ik eerder tevergeefs heb proberen te bereiken. Zij weten niet wie ik ben, herkennen mijn nummer niet en zijn nieuwsgierig naar wie er gebeld heeft en waarom. Ik ben altijd onaangenaam verrast door deze telefoontjes en vind het onbeleefd. Als ik zelf bel, vraag ik altijd of het schikt, en doe vervolgens mijn verhaal uit de doeken. Dat kan ik dan voorbereid doen op een rustig moment. Mensen die achter een eerder telefoontje aanbellen, vragen dat eigenlijk nooit. Ze willen gewoon even weten wie ik ben en waarom ik belde. Wat vindt u van deze gewoonte?

Ongevraagd teruggebeld

Beste Ongevraagd teruggebeld,
Teruggebeld worden lijkt me niet iets om een ander buitengewoon kwalijk te nemen. U voelt zich daardoor overvallen, maar u hebt zelf toch ook een onbekend persoon overvallen met een telefoontje? Uw vraag gaat kennelijk niet over telefoontjes tussen vrienden en bekenden, want dan zou u het toch niet erg vinden als ze terugbellen? De situatie is dat u een onbekende belt (voor het werk?) in ieder geval op een tijd die u uitkomt (voor de opgebelde is dat nog maar de vraag), maar u wil niet dat deze opgebelde later nog eens vraagt: wie, wat en waarom.

Ik kan in die nieuwsgierigheid niet een vreselijke etiquetteschending zien. Die mensen zijn misschien blij dat er eindelijk eens iemand belt. En u wílde hen toch spreken? U had ze toch ergens voor nodig? Maar een paar uur later blijkbaar al niet meer. U bent zelfs geërgerd als ze u alsnog ter wille zijn. Wie mensen telefonisch overvalt, moet er ook tegenkunnen om zelf telefonisch te worden overvallen.

Beste Beatrijs,

Binnenkort wordt mijn schoonvader 94 jaar. Vanwege deze bijzondere mijlpaal hebben de beide broers van mijn man besloten hem op die dag te verrassen. Dat leek ons ook leuk, totdat we hoorden wat de bedoeling was: ze willen hem meenemen op een ballonvaart. Nu is mijn schoonvader voor zijn leeftijd nog redelijk ter been, maar hij heeft een evenwichtsstoornis en vorig jaar was hij er niet toe te brengen om per vliegtuig naar Lourdes te reizen. Het moest en zou per trein. Ik heb zelf nooit een ballonvaart gemaakt, maar ik meen te weten dat zo’n ding nog wel eens een flink harde landing kan maken. Kortom, mijn man en ik vinden het niet verantwoord om pa mee te nemen in het mandje. We zijn echter bang dat hij op het moment suprême geen ’nee’ durft te zeggen. Mogen we hem waarschuwen en verklappen wat hem boven het hoofd hangt?

Met (schoon)pa naar boven?

Beste Met (schoon)pa naar boven,

Het lijkt me een verschrikkelijk slecht idee om uw schoonvader een ballonvaart cadeau te doen. Als die arme man niet eens in een vliegtuig wil stappen, waarom krijgt hij dan een ballonvaart voor zijn kiezen? Zwevend tussen hemel en aarde zal hij duizend doden sterven, maar het is ook mogelijk dat ie z’n poot stijf houdt en botweg weigert om in te stappen. En gelijk heeft ie! Aan een gruwelijk, bijna sadistisch cadeau hoeft hij zich niet te onderwerpen. In plaats van uw schoonvader slapjes te waarschuwen voor wat hem te wachten staat, kunt u beter samen met uw man uw volle gewicht in de schaal gooien om uw zwagers van hun heilloze voornemen af te krijgen. Verzin wat anders! Iets waar hij wél plezier aan kan beleven. Een excursie naar de Heilige Landstichting, een tochtje met een rondvaartboot in de een of andere stad, een bezoek aan het nieuwe Hermitagemuseum, afgesloten met een fijn etentje in zijn lievelingsrestaurant. Alles is beter dan dat hij de lucht in moet.

mailIcon print |