Elk kind heeft recht op onderwijs, ook dat met een beperking. Over hoe dit geregeld moet worden, is al jaren strijd. Trouw onderzoekt in een serie een aantal beperkingen en vraagt ouders naar hun ervaringen. Vandaag: Dyslexie
In huize Teunissen wordt er vijf tot zes keer per week extra huiswerk gemaakt. En dat al vele jaren lang. Want van de vier kinderen in dit gezin zijn er drie belast met dyslexie. Lezen en schrijven is voor hen geen automatisme. Het is een dagelijks gevecht waar ze veel voor moeten oefenen, willen ze winnen.
Moeder Antoinette Teunissen had twaalf jaar geleden nog nooit van dyslexie gehoord. Totdat haar tweede kind José (nu 20 jaar) werd getest toen ze in de brugklas zat. „Ze had het altijd moeilijk op school, maar redde zich aardig”, blikt Teunissen terug. „Tijdens haar basisschoolperiode kwam ze nogal eens gefrustreerd thuis – dan vlogen de matrassen tegen het plafond. Ze bleef zitten in groep 4. Pas veel later wisten we waardoor dat allemaal kwam.”
„Bij het volgende kind ben je alerter”, zegt Teunissen. Ook zoon Koen (15) begon op de montessorischool en bleek dyslexie te hebben. Maar vanwege andere leerproblemen stapte hij over naar het speciaal onderwijs.
„Met nummer vier, Petra, was het heel makkelijk. Groep 1 en 2 gingen uitstekend maar in groep 3 zag ik al na een paar weken: ja, hoor, we hebben er weer één! ’Alle kinderen draaien aan het begin letters om’, reageerde haar juf. Maar na de kerstvakantie deed Petra dat nog steeds. Toen waren ze ook op school overtuigd dat ze dyslexie kon hebben. Het zit immers in de familie.”
Bijna iedereen weet tegenwoordig wat dyslexie is. Veel scholen werken met een dyslexieprotocol. Maar desondanks vindt elke school opnieuw het wiel uit, weet Teunissen uit eigen ervaring en die van andere ouders. „De juf van Petra nam haar driekwartier apart voor een aangepast dictee. Dan denk ik: waarom zoveel moeite? Ze kunnen toch ook allemaal met een speciale cd werken waarop het dictee is ingesproken? Er is van alles voor ouders met dyslectische kinderen, maar de leerkracht moet het zelf maar uitzoeken. Het zou goed zijn als alle scholen op dezelfde manier met dyslectici zouden werken.”
„José werkt en leert nu voor een baan in de gehandicaptenzorg. Ze heeft als een van de eerste erkende dyslectici gevochten voor haar zusje. Die heeft nu een speciaal computerprogramma, werkt met een groter lettertype, krijgt goede begeleiding en extra tijd voor haar opdrachten. Petra doet het erg goed op de montessorischool, begint nu in groep zeven. En, ook heel belangrijk: er is begrip voor haar handicap. Dat was er allemaal niet toen José op de basisschool zat. Toen wisten we niet wat er aan de hand was, en dan zeg je al snel: ’Kind, dat weet je toch?’ José durfde daardoor geen hulp te vragen. Petra wel. Haar handicap is voor haar minder frustrerend.”
Kinderen bij wie dyslexie wordt vastgesteld, krijgen een dyslexieverklaring. Vroeger was die maar twee jaar geldig, vertelt Teunissen. „Daarna werd opnieuw gekeken of je nog dyslectisch was. Dat sloeg natuurlijk nergens op. Vergelijk het met het missen van een been: je kunt oefenen met een prothese, je kunt in een rolstoel zitten, maar het been zal er niet aangroeien. Dat is ook zo met dyslexi: het blijft een handicap.
Laatst waren we met z’n allen in het bos. We stopten bij een bankje met een informatiebordje waar moeilijke woorden op stonden. De kinderen durfden niet te gaan zitten want ze konden het bordje niet goed lezen. Misschien was zitten op dit bankje wel verboden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.