Het Koninklijk Huis wordt geplaagd door een serie ’affairetjes’. Hoe beïnvloeden die de publieke opinie? Hoeveel kan de monarchie hebben? „Ik denk dat de Oranjes nu meer op hun tellen moeten passen dan vroeger.”
Kritiek in de Kamer, kritiek vanuit de samenleving, nu zelfs kritiek vanuit de Bond van Oranjeverenigingen: op het vastgoedproject in Mozambique, op het inkomen van de Oranjes terwijl iedereen moet inleveren, op het wegsluizen van kapitaal via paleis Noordeinde naar Guernsey. De Oranjes opereren niet echt handig. Is de publieke opinie aan het omslaan? Zijn de Oranjes echt in de problemen of zal het allemaal wel weer overwaaien, zoals misstappen van de Oranjes ook in het verleden al weer snel met de mantel der liefde bedekt werden?
„Er is echt iets aan de hand”, zegt Maria Grever, hoogleraar maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Ik denk dat de Oranjes nu meer op hun tellen moeten passen dan vroeger. Natuurlijk, in de negentiende eeuw waren er ook volop schandalen, zowel rond Willem II als Willem III. Maar in de twintigste en eenentwintigste eeuw is de afstand tussen het vorstenhuis en de bevolking veel kleiner geworden. De media spelen bij het imago van de monarchie tegenwoordig een cruciale rol. Als je dan ook nog, zoals Willem-Alexander, ’gewoon’ wilt zijn, dan neemt het grote publiek je nog meer de maat dan in het verleden het geval was.”
Ook al hebben de Oranjes naar de letter van de wet niets verkeerd gedaan, zegt historica en Oranjekenner Reinildis van Ditzhuyzen, „naar naar de geest wel. Het gaat voor een groot deel om het gevoel, ja, om de verbondenheid, daar baseert de monarchie zich op. En daar moeten ze rekening mee houden. Het volk moet de monarchie wel willen dragen.”
Grever signaleert dat er, vergeleken met pakweg tien jaar geleden, iets wezenlijk veranderd is in de politiek en de samenleving.
„Republikeinse sentimenten en ideeën speelden in het verleden eigenlijk alleen ter linkerzijde. Ook een links-liberale partij als D66 maakte er nogal eens werk van. Maar sinds enkele jaren komt de kritiek op de Oranjes ook van rechts, namelijk van de kant van de PVV van Geert Wilders. Zie maar hoe hij reageerde op de uitspraak van prinses Máxima dat ’de’ Nederlander niet bestaat. ’Elitaire prietpraat’ noemde hij het. Ook de Oranjeverenigingen hadden toen al kritiek. Zie ook hoe Wilders reageerde op een kersttoespraak van koningin Beatrix over de vergroving van de politieke omgang met elkaar. Hij voelde zich aangesproken en barstte bijna uit zijn vel van woede.”
Die kritiek van populistisch rechts op het koningshuis past in een ruimer kader, zegt Grever: „Het past in de kritiek die de aanhang van populistisch rechts heeft op de internationaal georiënteerde elite die goed kan meekomen in de globaliserende economie. Voor wie de wereld eigenlijk een groot dorp is geworden.”
De kritiek op het bouwproject in Mozambique – en Willem-Alexander en Máxima hebben ook al een huis in Argentinië, de majesteit zelf bezit een woning in Italië – past in dat plaatje.
„Met het huis van Willem-Alexander en Máxima in Mozambique, is theoretisch niets mis”, zegt Van Ditzhuyzen, „maar praktisch is het ondoordacht en dus onverstandig, mede omdat de vorst een voorbeeldfunctie heeft. Het is rijkdom naast schrille armoede. Het strookt niet met milieubelangen. Het is onpraktisch, want afgelegen: zo vaak zullen ze er wegens de grote afstand niet naar toe kunnen gaan. En dan zijn er nog de beveiligingskosten, problemen als iemand ziek wordt en zo meer.”
Ook al begrijpt Grever de keus voor Mozambique wel – minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking steunt het land met 68 miljoen euro, en had ook prins Claus niet een speciale relatie met Afrika – toch noemt ze het project een moeras: „Daar hadden ze nooit aan moeten beginnen, omdat de risico’s van misstanden niet zijn te overzien. Er hangt geen frisse geur omheen. Alleen al om die reden zouden ze er van af moeten zien. Maar vooral gelet op de economische crisis waar de hele bevolking last van heeft, is het verstandig dat de Oranjes een gebaar maken. De mensen denken nu: ’Ze doen maar wat, reizen de wereld rond, hebben daar tijd en geld voor. En wij dan?’”
Van Ditzhuyzen wil niet beweren dat de Oranjes slechte adviseurs hebben, maar met hun voelhoorn, hun antenne kan het beter. „Vroeger had je de hofnar. Die kon aan het hof ongezouten en ongestraft zijn mening geven over het doen en laten van de vorst. Maar dat is het probleem van tot de verbeelding sprekende mensen zoals vorsten, maar ook popsterren: ze worden maar al te vaak omringd door mensen die naar hen opkijken, die zich tegen hen aan willen schurken, die erbij willen horen. Kijk naar het jubelen en juichen als Máxima zich ergens vertoont. Op den duur kun je daardoor het contact met de werkelijkheid verliezen.”
Het koningshuis was wel vaker in opspraak, maar dat liep altijd met een sisser af. „De veerkracht van de monarchie is zeer groot, kijk maar naar Engeland”, zegt Van Ditzhuyzen. „Die hele tragedie rond Diana, en daarna de komst van Camilla. Iedereen dacht dat het nooit meer goed zou komen, maar het sprookje gaat gewoon door.”
Van Ditzhuyzen verwacht nu eigenlijk niet anders. Toch schuilt er volgens haar in de ’affaires’ van de laatste tijd ook wel enig gevaar. „De monarchie heeft drie draagvlakken nodig: het volk, de politiek en de dynastie. Als de Oranjes niet meer willen, houdt het op. Maar vooralsnog wil de dynastie wel. De politiek kan zich weliswaar kritisch uiten, maar het gaat uiteindelijk om het derde draagvlak, het volk. Dat is het belangrijkste, dat moet je te vriend houden. Als de meerderheid van het volk zich tegen de Oranjes keert, ziet het er somber uit. En de monarchie is dan wel uitermate rekbaar, het elastiek kán een keer knappen.”
Maar is het ook niet zo dat dezelfde burgers die nu zo rauw tekeer kunnen gaan tegen de elite, inclusief de Oranjes, op Koninginnedag toch altijd weer langs de route staan te zwaaien met oranje vlaggetjes?
„Ik weet zo net nog niet of de Wilders-aanhang op Koninginnedag langs de route staat te juichen”, zegt Grever. „Vorig jaar heb ik op Koninginnedag bij de NOS commentaar geleverd op een enquête waaruit bleek dat tachtig procent van de bevolking de monarchie steunt. Maar is dat echt wel zo? Er dreigt wel degelijk een kloof tussen de Oranjes en de bevolking. Ik denk dat ze moeten oppassen. Ik wil mezelf wel als voorbeeld nemen. Zelf ben ik een gematigd republikein. Ik maak daar geen werk van zolang het Koninklijk Huis geen al te grote brokken maakt en Nederland goed vertegenwoordigd wordt. Strikt genomen past een erfelijk staatshoofd immers niet in een democratie. Gaan de leden van het koningshuis te zeer uit de pas lopen met wat er in de samenleving leeft, dan wordt het een andere zaak.”
De terugkeer van een soort hofnar zou daarom nuttig kunnen zijn voor de Oranjes, oppert Van Ditzhuyzen. Maar dan in een modern jasje. „De monarchie zou een soort gebruikerspanel kunnen instellen, dat één keer per half jaar bijeenkomt en openhartig bespreekt wat er goed en slecht is gegaan. Daarin zouden onafhankelijke mensen moeten zitten, van diverse achtergronden, met een vrije geest. De stem van het volk, zeg maar. Want ook al loopt dit met een sisser af, de Oranjes moeten hieruit wel lering trekken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.