Een charme-offensief van Barack Obama kon de kloof tussen het IOC en de VS niet dichten. Met Rio de Janeiro als olympische stad van 2016 werd een logische keuze gemaakt.
Nooit eerder was zo’n mediacircus rond een olympische verkiezing ontstaan, dan dit keer rond de lobby van Barack en Michelle Obama voor Chicago. De Amerikaanse stad leek erdoor op slag favoriet te zijn geworden.
Tijdens zijn bliksembezoek van nog geen vijf uur aan Kopenhagen, hield Obama de IOC-leden gisteren voor dat een keuze voor Chicago sterk zou kunnen bijdragen aan herstel van het Amerikaanse imago wereldwijd. Helaas voor Obama is het Amerikaanse imago binnen het IOC zo slecht, dat zijn charisma geen indruk maakte.
Het echtpaar Obama had amper het luchtruim gekozen, of Chicago verdween in de eerste stemronde van het toneel. Met een zo dramatisch verlies van deze sterke kandidaat hadden velen geen rekening gehouden. Wel met de uiteindelijke winnaar, Rio de Janeiro.
Obama en zijn vrouw deden in Kopenhagen een hartverwarmende en persoonlijke oproep om voor hun stad Chicago te kiezen. Op de achtergrond daarvan liep echter een commerciële lobby mee. Giganten uit de Amerikaanse televisie- en sponsorwereld en het zakenleven rekenden voor dat met de keuze voor Chicago de revenuen aanmerkelijk beter zouden zijn. Er werd een plus van 10 procent geraamd ten opzichte van voornaamste concurrent Rio.
Sinds de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles een lucratieve aangelegenheid blijken, vormt de VS voor het IOC de grootste inkomstenbron. Dat had tot gevolg dat het olympisch comité van de VS een enorm aandeel claimde en van voormalig IOC-voorzitter Samarach ook kreeg: 20 procent. De 203 andere landen delen 80 procent. Van die regeling wil het IOC af.
In 1996 was het IOC nog op de hand van de VS en kreeg Atlanta, het thuis van trouwe sponsor Coca Cola, de Spelen waar Athene bij het honderdjarige olympische jubileum op had gerekend. De huidige controverse én de huidige voorzitter Rogge hebben de dollartekens uit de ogen van de IOC-leden gewreven.
Daardoor konden ze gisteren de meest logische keuze maken. Zuid-Amerika herbergde, net zoals Afrika, nog nooit de Spelen. Brazilië, zo hield president Lula da Silva het IOC voor, is het enige land onder 's werelds grootste tien economieën, dat nog nooit het olympische vuur liet branden. Het volgende decennium is het dubbel feest: de Spelen van 2016 worden voorafgegaan door het WK voetbal in 2014.
Dat WK werd zonder concurrentie binnengehaald. Voor de Spelen was er de angst dat de enorme misdaadcijfers en grote vervoersproblemen tot een afwijzing zouden leiden. En de corruptie uiteraard. Door dat laatste werd het budget voor de Pan American Games in 2007 ver overschreden en ligt een geplande metrolijn nog altijd op voltooiing te wachten.
Maar er is veel dat voor Rio pleit. Dat zijn niet alleen zon, stranden, bergen en dynamiek van de caraiocas, zoals de inwoners worden genoemd. Brazilië werd slechts kort getroffen door de recessie, en heeft een snelgroeiende economie. ’Magisch’, noemde Lula gisteren de financiële groei van zijn land.
De cijfers die worden genoemd zijn indrukwekkend. Tot 2017 wordt volgens de president alleen al in de infrastructuur van het land 359 miljard dollar gestoken. Van de vier kandidaat steden schermde Rio met het grootste, door overheden gegarandeerde budget: 14.4 miljard dollar.
Volgens het Braziliaanse ministerie van sport zal de organisatie van de Spelen tot 2016 jaarlijks 120 000 banen in het hele land creëren. Die groei zal zich nog tien jaar na het evenement doorzetten.
Net als bij het WK voetbal is het echter de vraag of ook de miljoenen bewoners van de sloppenwijken daar iets van zullen merken. Althans in positieve zin. Met de kandidaatstelling voor de WK werd een door mensenrechtenorganisaties fel bekritiseerd repressief beleid ingezet tegen de bendes drugs- en wapenhandelaren die de favelas regeren. Daarbij vallen dagelijks doden onder onschuldige burgers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.