*

 

Van wie is Berlijn?

Antoine Verbij − 13/08/09, 00:00

Berlijn is een felbegeerde stad. Tal van groepen strijden om de dominantie. Wie bepaalt het gezicht van de jonge metropool, die al bijna tien jaar het bestuurlijk centrum van de Bondsrepubliek is?

  • Twee iconen van de DDR, 2006: een Trabant rijdt langs het Paleis van de Republiek,  oftewel 'Honeckers  Lampenwinkel', het voormalige regeringscentrum van  Oost-Duitsland in Oost-Berlijn. Het gebouw is inmiddels gesloopt.  (Reuters)
    Twee iconen van de DDR, 2006: een Trabant rijdt langs het Paleis van de Republiek, oftewel 'Honeckers Lampenwinkel', het voormalige regeringscentrum van Oost-Duitsland in Oost-Berlijn. Het gebouw is inmiddels gesloopt. (Reuters)
  • Twee iconen van de DDR, 2006: een Trabant rijdt langs het Paleis van de Republiek,  oftewel ¿Honeckers  Lampenwinkel¿, het voormalige regeringscentrum van  Oost-Duitsland in Oost-Berlijn. Het gebouw is inmiddels gesloopt.  ( FOTO   REUTERS)
    Twee iconen van de DDR, 2006: een Trabant rijdt langs het Paleis van de Republiek, oftewel ¿Honeckers Lampenwinkel¿, het voormalige regeringscentrum van Oost-Duitsland in Oost-Berlijn. Het gebouw is inmiddels gesloopt. ( FOTO REUTERS)
  • Wandelaars lopen onder de glazen koepel van de Rijksdag, boven de vergaderruimte van het parlement.  ( FOTO ERIC FEFERBERG, AFP)
    Wandelaars lopen onder de glazen koepel van de Rijksdag, boven de vergaderruimte van het parlement. ( FOTO ERIC FEFERBERG, AFP)

Berlijn is een stad die voortdurend vergaat en opnieuw ontstaat. Een stad waar gebouwen verschijnen en verdwijnen, ook al waren ze voor de eeuwigheid gebouwd. Een stad met een wandelend hart, dat nu eens hier en dan weer daar klopt. Een stad die om elke hoek een ander gezicht laat zien en toch haar gezicht bewaart. Een stad die van iedereen is en tegelijk van niemand.

Die stad viert straks dat ze nu al weer tien jaar lang het bestuurlijke centrum van de Bondsrepubliek is. Op 1 september 1999 zetten regering en parlement in Berlijn voort wat ze bijna een halve eeuw eerder in Bonn waren begonnen. Maar daarvoor moest Berlijn eerst grondig op zijn kop worden gezet. Alles wat op de ondergegane DDR duidde, moest liefst verdwijnen. Waar ooit de Muur liep, verrees een gloednieuw regeringscentrum.

De trots van de DDR, het in 1976 geopende Paleis van de Republiek, werd per decreet van de Bondsdag aan de sloophamer prijsgegeven. De sloop ging in fasen en werd pas dit jaar voltooid. Jarenlang werd het karkas van wat ooit ’Honeckers Lampenwinkel’ heette, vanwege de feeërieke verlichting in de hallen en zalen, geannexeerd door creatieve Berlijners, die er met groot succes een alternatief cultuurpaleis van maakten.

Amper twee kilometer ten westen van het Paleis betrok de regering het gloednieuwe, voornamelijk uit wit marmer en glas opgetrokken bestuurscentrum. Steriele architectuur, bekroond met een ’Kanseliershuis’ waar nog geen enkele kanselier zich thuis heeft gevoeld. Het enige gebouw met karakter is de oude ’Rijksdag’, waar het parlement vergadert terwijl de burgers vanuit de markante glazen koepel toekijken.

Dat is de stad van de ’Berlijnse Republiek’, regeringszetel en bestuurscentrum van het grootste land in de Europese Unie, een ensemble van koele pracht en burgerlijke macht.

Maar zo gemakkelijk laat Berlijn zich niet door een nieuwe elite in bezit nemen. De kaste van bestuurders, overgevlogen uit de diepe Bonner provincie, viel allerminst een warm welkom ten deel. Daarvoor zijn er te veel bevolkingsgroepen die de stad als de hunne beschouwen.

Allereerst is daar de massa van oorspronkelijke bewoners. Een gespleten massa, deels met een westers-kapitalistische, deels met een oosters-socialistische biografie. Die schizofrene massa wordt op een wonderbaarlijk evenwichtige manier gerepresenteerd door een stadsbestuur dat is samengesteld uit West-Duitse sociaal-democraten en Oost-Duitse socialisten: de ’rood-rode’ coalitie onder burgemeesterschap van de oer-Berlijner Klaus Wowereit.

Dat bestuur ligt constant overhoop met de binnengedrongen regeerders over de prijs die hun komst moet kosten. Tot voor het hoogste Duitse gerechtshof heeft Wowereit een hogere financiële bijdrage van de bond aan de hoofdstad proberen te bedingen. De stad gaat onder een enorme schuldenlast gebukt, veroorzaakt doordat na de val van de Muur de industrie ineenstortte en het christen-democratische bestuur een misdadig financieel beleid voerde.

Wowereit liep vast op de afgunst en het provincialisme van de rest van de Bondsrepubliek, hoe charmant hij zijn pleidooi ook bracht. Hij noemde zijn stad ’arm maar sexy’, een typering die sindsdien als geuzentitel geldt. Dat ’arm’ slaat op de massa van de bevolking, die vergeleken met de rest van Duitsland het minst te besteden heeft en de hoogste werkloosheid kent. Het ’sexy’ daarentegen heeft vooral betrekking op de andere helft van de bevolking, voor het overgrote deel niet-oorspronkelijke bewoners. De bevolking van Berlijn heeft altijd al een groot verloop gekend, maar sinds de val van de Muur heeft dat spectaculaire vormen aangenomen. In 1990 telde de stad bijna 3,3 miljoen inwoners. Van hen waren er vijftien jaar later ruim 1,7 miljoen vertrokken. In dezelfde periode betrokken 1,8 miljoen nieuwe bewoners de stad. Dat is meer dan een halve bloedtransfusie.

Over wie waarom kwam of ging, bestaan geen harde gegevens. Zeker is dat de stad jonger is geworden. Ambtenaren die eerst met tegenzin, later met steeds meer enthousiasme van Bonn naar Berlijn verhuisden, waren eerder van de jonge dan de oude generatie. En vanuit heel Duitsland en de rest van de wereld stroomden talloze jonge mensen toe: studenten, kunstenaars en alle soorten dienstverleners, dromend van een opwindend bestaan in de dynamische metropool.

Dat is het sexy gezicht van de Berlijnse binnenstad: fris en mooi, intelligent en artistiek, bedrijvig en betrokken. Aan de randen van de stad wonen de andere nieuwkomers. Migranten uit Rusland en Polen, uit Arabische en Aziatische landen, en uit het voormalige Joegoslavië. Samen met de grote Turkse gemeenschap die er al was, behoren ze tot de maatschappelijke onderlaag: weinig scholing, matig tot niet geïntegreerd, lijdend onder werkloosheid en armoede.

Die tweedeling onder de nieuwkomers weerspiegelt de structurele verandering in de bedrijvigheid van de stad. Grote industrieën trokken weg (uit het westen van de stad) of sloten voorgoed hun poorten (in het oosten). Dat dreef de laagopgeleiden naar de sociale voorzieningen. Voor de industrie in de plaats kwamen grote en kleine bedrijven in de sectoren media, mode en musea, design, drukpers en reclame, communicatie, consumptie en cultuur.

Ook op dat sociaal-economische vlak overbrugt de rood-rode coalitie de tweedeling. Het Berlijn van de arbeidende klasse wordt vertegenwoordigd door de senator (wethouder) voor economische zaken Harald Wolf van de Linkspartij, een man die zich tegen alle trends in hard maakt voor de industrie in de stad. Het Berlijn van de creatieve klasse is het werkterrein van Wowereit, de burgemeester die op geen vernissage of party ontbreekt.

Tussen arbeidende en creatieve klasse bestaat geen concurrentie. Zij leven in vreedzame coëxistentie: met de ruggen naar elkaar. In een van de weinige wijken waar ze door elkaar leven, Neukölln, negeren ze elkaar compleet. De migranten verschuilen zich in hun verpauperde huizen en weten niet eens dat hun wijk Neukölln heet, terwijl de creatieve nieuwkomers de buurt als de jongste hippe wijk vieren, zonder besef van de misère bij hun buren.

Maar tot welke groep ze ook behoren, alle Berlijners stralen iets uit van: De stad is van mij! De designerhomo’s in Schöneberg, de gepiercete gothics in Friedrichshain, de moeders met hun kinderbakfietsen in Prenzlauer Berg, de opgefokte moslimpubers in Neukölln, de vervaarlijke kaalkoppen in Oberschöneweide, de modieus gehoofddoekte meiden in Kreuzberg, de paarsgekapte rollatordames in Zehlendorf, de kortgerokte Russinnen in Charlottenburg – iedereen spat van het grotestadsbewustzijn.

Toch gunt niet iedereen elkaar het bezit van de stad. Binnen de creatieve klasse woedt een kleine maar verbitterde oorlog over wie het gezicht van de stad mag bepalen. Het gaat om de luxe creatieven versus de minimale creatieven. De luxe creatieven hanteren het grote geld. Ze werken in gestileerde bureaus, rijden in dikbuikige SUV’s en drijven in de wijken met de mooie, oude huizen de prijzen op in de richting van die in andere Europese steden.

De minimale creatieven hebben hun ’Ich-AG’s’ (’Ik-BV’s’ oftewel éénpersoonsbedrijven) in achterhoven en lege fabrieken, gaan per fiets naar hun favoriete café en wonen in hun nog altijd goedkope woningen in de oude huurkazernes uit de tijd van het industriële Berlijn. Ze dansen de nacht door in Berghain, volgens velen de coolste club ter wereld, en loungen bij zonsopgang aan de Spree op de stranden van Bar 25 en Yaam. En precies om die stranden gaat die oorlog.

Daar willen de luxe creatieven, gesteund door Wowereit, hun nieuwe bureaus neerzetten. De minimale creatieven willen hun stranden en daarmee hun levensstijl behouden. Ze dwongen een referendum af, dat ze wonnen. Op 11 juli dit jaar organiseerden ze een swingende demonstratie, met een kleine tienduizend dansende deelnemers. De luxe creatieven doen concessies aan de arme, sexy minimalen. Maar een militante vleugel blijft zich verzetten.

Ze heten ’linkse autonomen’, voor tegenstanders ’linkse chaoten’. In demonstraties lopen ze in een ’zwart blok’ voorop: achter spandoeken tot aan hun neuzen, hun bleke gezichten verscholen in zwarte capuchons en achter zwarte zonnebrillen. Ze verzetten zich krachtdadig tegen de inbeslagname van hun wijken door de luxe creatieven. Ze kalken leuzen tegen de ’gentrificatie’ en de ’yuppificering’, want ja, ze zijn gestudeerde stadssociologen.

In de yuppenwijk Prenzlauer Berg hebben ze bordjes opgehangen met: ’Zwaben: 650 km.’, om de luxe nieuwkomers de weg terug naar huis te wijzen. Maar ze hebben ook hardere methoden. Vorig jaar staken ze 98 auto’s, vooral SUV’s in de fik, in de eerste helft van dit jaar zijn het er al 140. De politie staat machteloos, de politieke oppositie is ziedend, maar de rood-rode regering haalt haar schouders op. Een minimaal incident in een stad waarop iedereen recht heeft.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />