Een nalatenschapscoach kan veel leed voorkomen bij de verdeling van een erfenis.
De Leidse zolderkamer van waaruit Maartje van Hazendonk opereert heeft nog het meest weg van een therapieruimte. Knus – met donkerpaarse Fatboys – maar steriel. Twee foto’s op een boekenplank: één van haar neefjes en nichtjes en één van haar kinderen, genomen op vakantie. Van Hazendonk leidt uit foto’s en beelden af hoe onderlinge relaties in elkaar steken. „Bij nieuwe cliënten kijk ik eerst naar waar men gaat zitten. Je ziet geen waarheden en moet je veronderstellingen altijd verifiëren, maar meestal kloppen ze.”
Sinds twee jaar werkt Maartje van Hazendonk (1966) als nalatenschapscoach. Ze begeleidt kinderen bij de verdeling van een erfenis na het overlijden van een ouder.
Een groeiende markt, want de verdeling van een erfenis leidt in steeds meer gevallen tot ruzie, zo blijkt uit intern onderzoek van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Er zijn meer samengestelde gezinnen – na scheidingen en tweede huwelijken – en dus zitten families ingewikkelder in elkaar. Bovendien worden mensen mondiger. „Ruzie over de erfenis past in het tijdsbeeld: er is meer onvrede, de banden tussen familieleden zijn losser. Geografische afstanden zijn groter, omgang tussen broers en zussen is minder vanzelfsprekend. En ook groeien de vermogens van families, hoewel het niet zo hoeft te zijn dat een grotere boedel leidt tot meer gedoe.”
Met plezier werkte Van Hazendonk hiervóór tien jaar lang in het notariaat. „Het leukste vond ik het familierecht, daarin was ik veel bij mensen betrokken, vaak rond emotionele kwesties.” Maar op zeker moment wilde ze iets anders en meldde zich aan voor een opleiding tot coach. Twee jaar geleden hoefde ze „slechts één en één bij elkaar op te tellen” om te ontdekken dat ze haar oude en nieuwe werkzaamheden kon combineren in de functie van nalatenschapscoach.
Van Hazendonk loopt uiteenlopende situaties tegen het lijf, hoewel een aantal ingrediënten een boedelafwikkeling haast gegarandeerd lastig maakt. Een huis in het buitenland bijvoorbeeld of een familiebedrijf. „Je leest wel eens van die verhalen over ruzie om de theepotjes, maar dat heb ik nooit meegemaakt.”
Bijna altijd komt een emotioneel twistpunt tussen broers en zussen onderling naar boven, dat zich vertaalt in materiële verhoudingen.
Vaak is haar hulp vooral begeleidend, soms concreet. Kortgeleden kreeg ze de vraag om „puur praktisch” te helpen bij de verdeling van het antiek. „Er was een neutraal persoon nodig, want onderling lukte dat niet.” Zelf had de familie al lijsten gemaakt van wat er te verdelen was. „Bij binnenkomst stelde ik pats-boem de vraag: ’schrijf de drie dingen op die je het allerliefst wilt hebben’. Er kwam meteen een gesprek los en er ontstond begrip voor elkaar. En zo zei een broer tegen zijn zus: ’Oh, maar als jij dat verhaal bij dat kastje hebt, dan mag je het natuurlijk hebben’.”
Meestal zijn haar werkzaamheden minder praktisch en haast therapeutisch. Elke casus omvat zo’n drie tot vijf bijeenkomsten van anderhalf uur per keer. Liefst nodigt ze alle betrokkenen uit, hoewel ze ook kan werken met één nabestaande als er meer kinderen in het gezin zijn. Dan is haar rol vooral begeleidend. Haar cliënten? „Schertsend zeg ik wel eens: al mijn mannelijke cliënten hebben een i-phone. Ik word bijna alleen door hoger opgeleiden geraadpleegd.”
In haar opleiding maakte Van Hazendonk kennis met psychologische theorieën die ze nu in de praktijk herkent. „Ik zie vooral dat iedereen een eigen plek in het gezin heeft. Oudste kinderen voelen zich vaak verantwoordelijk, nemen de leiding en zijn tussen de regels door van mening dat ze recht hebben op meer dan de anderen. Het middelste kind trekt zich vaak terug. Zegt: ’ik hoef niks’, maar dat wantrouw ik altijd. De jongste voelt zich vaak bij voorbaat miskend.”
Uiteindelijk draait elke erfenisverdeling om erkenning, weet ze. „Zijn er acht kinderen in een gezin, dan hebben die allemaal een andere ouder gehad en allemaal onbewust een rekening te vereffenen. Dat hebben veel kinderen niet door, tot ik in beeld kom.”
Ze herinnert zich een casus waarin weinig te verdelen was, maar nog wel een huis. Maar juist dat was vlak voor het overlijden van de enig overgebleven ouder verkocht aan één van de kinderen, ver onder de marktwaarde. De andere twee kinderen vielen daarover: moeder had veel meer moeten vragen. Een hertaxatie volgde. De dochter hield het huis in bezit, maar betaalde uit eigen portemonnee een deel aan de andere kinderen. Een ingewikkelde kwestie was het, volgens Van Hazendonk. „Maar toen bleek dat deze kinderen na de afwikkeling weer in staat waren elkaar in de ogen te kijken, was de zaak voor mij geslaagd.”
Toch is dat niet altijd het geval. „Ik heb me daarin vergist: lang niet elke familie wíl nader tot elkaar komen. Sommige erfgenamen blijven liever boos. Blijkbaar kan wrok veel voldoening geven.”
Een bijzonder verhaal maakte ze pasgeleden mee, toen een aantal kinderen een kunstcollectie moest verdelen. Liefst hield men de collectie in stand, maar de erfgenamen wilden ook iets in waarde erven. Een juridische kwestie, „maar vooral emotioneel”, zegt Van Hazendonk. De kinderen namen uiteindelijk allemaal genoegen met minder, juist omdat er in de onderlinge verhoudingen veel in positieve zin was veranderd.
Haar klanten vinden haar, anders dan zij verwachtte, vooral via-via. „Ik heb veel notarissen benaderd, maar nauwelijks met ze gewerkt.” Notarissen zien haar als concurrent, vermoedt ze. En dat is onterecht, want de aard van het werk is heel anders. „Het is voor notarissen juist gunstig om samen te werken. Een erfenis kan door mijn hulp sneller worden afgewikkeld, zodat het dossier dicht kan.”
Een testament kan veel leed voorkomen. Maar toch kunnen ouders iets in een testament zetten waar kinderen achteraf niet blij mee zijn. Of er is een prima testament en toch vinden kinderen het lastig om samen de boel te verdelen. „En dan kom ik alsnog in beeld: mijn werk bestaat náást het testament.”
Elk huisje heeft z’n kruisje, heeft Van Hazendonk de laatste jaren gemerkt. „Als een ouder wegvalt, is het voor kinderen die toch al met elkaar op gespannen voet leefden blijkbaar eenvoudiger om te zeggen: ’Ik wil je niet meer zien’. Maar het is juist de kunst om dán op zoek te gaan naar een hernieuwd evenwicht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.