Voor de gezondheid van het ongeboren kind is vaak meer aandacht dan voor de gezondheid van de moeder, zo blijkt uit onderzoek.
Bij zeven op de duizend zwangerschappen wordt de moeder ernstig ziek. Soms ernstiger dan nodig. Dat blijkt uit het eerste grootschalige onderzoek in Nederland naar ernstige complicaties bij vrouwen tijdens zwangerschap en bevalling.
Het gaat dan onder meer om zware bloedingen, het scheuren van de baarmoeder of zwangerschapsvergiftiging. Daarbij kan wat doorgaans begint met hoge bloeddruk, eindigen met epileptische aanvallen of leverbeschadigingen en problemen met de bloedstolling.
Ziekenhuizen registreerden tussen augustus 2004 en augustus 2006 2500 gevallen waarbij de moeder ernstig ziek werd. Volgens arts-onderzoeker Joost Zwart, die hierop volgende week aan de Leidse Universiteit promoveert, komen deze aantallen grofweg overeen met andere westerse landen.
Wel is er een duidelijk verschil als het om de soort complicatie gaat: problemen door hoge bloeddruk kwamen hier relatief vaker voor. Uit angst voor schade aan het kind zijn volgens Zwart Nederlandse gynaecologen te terughoudend geweest met behandelen. Zo is zwangerschapsvergiftiging alleen te behandelen door de baby vervroegd geboren te laten worden. „In Nederland waren we er erg opgespitst dat zo lang mogelijk uit te stellen. Gemiddeld blijft een kind hier zo’n drie weken langer in de buik dan in Groot-BrittanniĆ«.”
Bovendien, zegt hij, blijkt uit het onderzoek dat bij vier op de vijf vrouwen de zorg niet optimaal is geweest. „Blijkbaar houden we die moeder toch minder goed in de gaten.”
Zwart bepleit het structureel bijhouden van deze gegevens. Volgens hem vinden op basis van de bevindingen van de studie in de gynaecologische praktijk al aanpassingen plaats en wordt er bijvoorbeeld minder lang gewacht met het inleiden van de bevalling. Alleen vervolgonderzoek, stelt hij, kan duidelijk maken of dat tot betere zorg leidt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.