Het kabinet wil de Veluwe ’ontsnipperen’. Nieuwe ecoducten moeten natuurgebieden met elkaar verbinden. „Dit is het minimale begin.”
Op de Wolfhezer heide leeft een groepje adders. „Ze zitten daar op een postzegel, als geïsoleerde populatie. Door inteelt worden ze minder gezond, ’genetisch zwak’. Maar als hier straks een ecoduct ligt, ontstaat uitwisseling tussen deze populatie en die aan de andere kant van de snelweg”, hoopt natuurbeheerder Machiel Bosch van Natuurmonumenten op de Veluwe. De geïsoleerde adders, maar ook grote dieren als het edelhert, moeten beter worden van de ’ontsnippering’ van de Veluwe.
Door de aanleg van tien ecoducten worden gebieden opnieuw met elkaar verbonden. Ze maken deel uit van een ’meerjarenplan ontsnippering’ van het kabinet. Dat helpt bij het creĆ«ren van de Ecologische Hoofdstructuur, een netwerk van verbonden natuurgebieden in Nederland waaraan al bijna twintig jaar wordt gewerkt.
„Mensen zeggen weleens: zoveel geld voor een paar herten?, als de aanleg van een ecoduct ter sprake komt. Maar de ecoducten zijn het minimale begin van een ecologische restauratie. De snelweg heeft de eenheid van een gebied geweld aangedaan. Dat probeer je enigszins te verhelpen”, zegt Bosch op een verwilderende voormalige akker langs de A12.
Ter hoogte van kilometer 118 komt daar het ecoduct Jac P. Thijsse, vernoemd naar de natuurbeschermer avant la lettre. De ruim veertig meter brede natuurbrug over de snelweg, waar struiken en boompjes op komen, verbindt natuurgebied Planken Wambuis en het zuidelijker gelegen Reijerscamp.
Door de voormalige akkerbouw zit daar nog veel stikstof en fosfaat in de grond, en daar houdt de hei niet van. Met afgravingen en rondstrooien van heideplagsel wordt de heide een handje geholpen om weer terug te keren.
Zorgt Natuurmonumenten op Reijerscamp voor een natuur- of een cultuurlandschap?
„Eigenlijk maken we een soort halve natuur”, erkent de beheerder. „We proberen het zo in te richten dat de kans dat het ecoduct door de dieren wordt gebruikt, zo groot mogelijk wordt.”
Het ecoduct is een succes als straks het edelhert, everzwijnen en minder opvallende soorten zoals de zandhagedis en de boommarter de oversteek maken, vindt hij. Vooral de herten zullen zich naar verwachting te goed doen aan landbouwgewassen ten zuiden van de A12, als ze die eenmaal ontdekt hebben. „Er moet daarom snel een goede regeling komen om de boeren schadeloos te stellen. De provincie Gelderland moet dit in orde maken voor het ecoduct er ligt”, vindt Bosch.
„Als het werkvolk weg is, hopen we dat eerst de brutale mannetjesherten ’s nachts de sprong wagen. We planten hier nu vast jonge eiken en meidoorn die dan voor beschutting moeten zorgen. Als zij blijven terugkomen, volgen de hindes uiteindelijk ook, maar die zijn kritischer. Wanneer de hindes blijven, zullen er ook kalveren geboren worden, en de kans dat het gebied door herten bewoond blijft, is dan groot.”
Het ecoduct overspant straks vier rijbanen, maar er wordt al rekening gehouden met zes. „Die verbreding van de A12 komt er. Een extra rijstrook kunnen we niet tegenhouden, en dat willen we ook niet. Het autoverkeer neemt toe. Diep in je hart wil je die weg natuurlijk niet, maar je moet de kansen eruit halen die zich voordoen. Zoals het gebruik van dubbelgeluidsisolerend asfalt, en de aanleg van zoveel mogelijk ecopassages”, vindt Bosch.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.