Negenduizend luchtballonvaarten per jaar betekent negenduizend landingen, vaak in weilanden. Boeren willen betere afspraken.
Daniël Edzes, paardenhouder uit Sappemeer kwam onlangs met de schrik vrij. Een luchtballon scheerde rakelings over zijn land, zijn beesten raakten volledig in paniek. „Een levensgevaarlijke situatie, wij hebben doodsangsten uitgestaan”, zegt Edzes. „Die mensen horen te weten dat koeien, paarden en schapen niet te houden zijn als er een ballon dichtbij komt.”
Edzes meldde het voorval bij landbouworganisatie LTO. Daar zeggen ze dat hij niet de enige is. Met zo’n negenduizend ballonvaarten per jaar komt het regelmatig voor dat de brullende gevaartes pardoes landen in weilanden of heel laag overvliegen. Gewassen raken beschadigd, van schrik springen er dieren in de sloot of koeien gaan te vroeg kalveren. Een vriend van Edzes brak zijn sleutelbeen toen een panisch paard hem onder de voet liep.
Van oudsher hebben ballonvaarders cadeautjes aan boord voor de eigenaar van het land waarin ze landen. Een flesje drank, een souvenir. Voor het ongemak en de schrik.
Maar niet alle grondeigenaren willen een cadeau. Daarom wordt soms ‘parkeergeld’ betaald. Een vrijblijvende richtlijn in ballonnenland – betalen is geen verplichting – is dat een boer 25 euro krijgt voor een ballon met zes inzittenden. Voor iedere passagier meer of minder wordt er 2,50 bij opgeteld, of van afgetrokken.
LTO is bezig de problematiek te inventariseren. Hans Ghijsels, voorzitter van de commissie schade van LTO Nederland, hoopt de inventarisatie eind deze maand rond te hebben. Volgens Ghijsels zijn met name de commerciële ballonvaarders – die veruit het grootste deel van de vluchten voor hun rekening nemen – niet gespeend van ’enige mate van arrogantie’. Zo rijden ze bijvoorbeeld zonder overleg met een auto het land in om ballonnen weg te slepen, waardoor nog meer schade ontstaat.
Een ballon is niet te sturen, dat is het punt. Dus zegt de wet dat ballonnen op het platteland overal mogen landen, behalve rond Schiphol. Volgens Joop de Wilde van de afdeling Ballonvaren van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVVL) doen piloten hun best zo goed mogelijk te mikken. „En dan is het vaak zo dat een boer zijn kinderen uit bed haalt: ’kijk jongens, een ballon’.” De Wilde vindt het aantal gevallen waarbij piloten en boeren botsen meevallen. In tien gevallen per jaar moet hij bemiddelen, de rest van de schadegevallen wordt onderling opgelost.
„Het zijn de incidenten die de toon zetten”, vindt Hans Ghijsels. „De enkeling die het niet goed doet, moeten we in de tang kunnen nemen.” Hij vindt het hoog tijd voor aanscherping van een gedragscode die in 2005 is afgesproken tussen de boeren en de ballonvaarderspartijen KNVVL en Professionele Ballonvaarders Nederland (PBN). Regiocoördinatoren moeten helpen om meningsverschillen tussen de boeren en ballonvaarders te beslechten.
De KNVVL wil een bijgewerkte database met ‘gevoelige gebieden’. Daarin staan de plaatsen die als het even kan gemeden moeten worden bij varen en landen: natuurgebieden, dierentuinen, struisvogelkwekerijen.
Paardenhouder Edzes uit Sappemeer: „Ze hebben het recht niet om anderen tot last te zijn. Ik heb weleens gesuggereerd een motortje aan boord te nemen om te kunnen bijsturen, maar dan was het geen ballonvaren meer, zeiden ze.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.