Als aanklagers zich opstellen als partijdige crimefighters, moeten advocaten vrij zijn daar kritiek op te leveren.
Er flakkert een ruzie op tussen het Openbaar Ministerie en de advocatuur. Een aantal advocaten heeft zich onvriendelijk uitgelaten over officier van justitie Koos Plooij, die volgens hen zo ijverig de misdaad aan het bestrijden is dat hij desnoods de waarheidsvinding tekort doet, door bijvoorbeeld ontlastend bewijs uit het dossier te houden. De hoogste baas van het OM, Harm Brouwer, is hierover in de pen geklommen richting de landelijke deken van de Orde van advocaten Willem Bekkers, met de boodschap: Doe er iets aan. Ik ben bang dat de onvrede over en weer een structureel karakter heeft.
Er is al enige tijd een ontwikkeling aan de gang waarbij het OM zich evolueert van onderdeel van de rechterlijke macht (inclusief de daarmee verbonden objectiviteit en onafhankelijkheid van de politiek) tot zelfstandige dienst onder de minister die belast is met de misdaadbestrijding. Dat is te merken aan het optreden van officieren van justitie, die zich meer en meer opstellen als gedreven en partijdige crimefighters. Dat geldt vooral in de grote strafzaken zoals die tegen veronderstelde maffiose criminelen en terroristen.
Dat hangt dan weer samen met enerzijds de politieke en publieke belangstelling voor deze zaken, waarin het OM op de huid gezeten wordt door parlementariƫrs en journalisten, en anderzijds de omstandigheid dat juist in die zaken druk gebruik gemaakt wordt van bijzondere opsporingsmethodes zoals afluisteren en observeren en vormen van infiltratie. Dat zijn bij uitstek de opsporingsmethodes waarop de verdediging geen enkel zicht en weinig greep heeft.
Als iemand aangifte doet van een inbraak en die aangifte levert een verdachte op, dan kun je in het dossier sporenonderzoek en getuigenverklaringen verwachten, bewijs dat tot stand is gekomen nadat het misdrijf gepleegd was. Het onderzoek naar georganiseerde misdaad en terrorisme speelt zich af op een manier die veel meer gemeen heeft met het werk van inlichtingendiensten: ook zonder dat er een strafbaar feit bekend is worden bepaalde verdachte groepen in de gaten gehouden, geobserveerd, geïnfiltreerd etcetera.
Het OM heeft een belang bij het niet volledig informeren van de verdediging, omdat het zijn informatiepositie wil afschermen. Het OM zal niet meer prijsgeven dan strikt noodzakelijk is om tot een veroordeling te komen. Daar komt nog bij dat het misdrijf waarvoor vervolgd wordt in dit soort zaken heel vaak het deelnemen aan een criminele of terroristische organisatie betreft en niet een concreet feit als inbraak. Het bewijs wordt dan vanzelf ook vager en speculatiever: wie had contact met wie en waarover en met welk doel?
Het gebruik van kroongetuigen, die zelf deel hebben genomen aan de criminele activiteiten en daarover bij de politie willen verklaren met strafvermindering als tegenprestatie, maakt de cirkel van moeilijk controleerbaar en mogelijk onbetrouwbaar bewijs rond.
De advocaat van de vermoedelijke inbreker kan redelijk controleren hoe het bewijs tot stand is gekomen en hij kan het ook toetsen. Hij kan er meestal vanuit gaan dat er niet meer is dan wat er in het dossier zit. Bij de advocaat van de vermoedelijke maffiabaas of terrorist is dat anders. Hoe de politie hem en zijn companen in beeld kreeg en dat beeld bevestigd heeft gekregen is achteraf voor de verdediging moeilijk te achterhalen en die weet nooit of er niet meer is gedaan dan in het dossier zit.
Wat er wel in het dossier zit heeft door het optreden van anonieme getuigen en kroongetuigen een groter risico van onbetrouwbaarheid. De advocaat tast in het duister en zijn controlerende taak brengt mee dat hij dan de officier van justitie zeer kritisch volgt. Hij bouwt hypotheses over de totstandkoming van het bewijs en probeert die te toetsen. Dat hij daarbij soms een slag in de lucht slaat is onvermijdelijk. Natuurlijk is ook de woordkeus van de ene advocaat wat subtieler dan die van de andere. De structurele verscherping van de tegenstellingen, juist in de grote zaken, brengt een scherper debat met zich mee en het OM, dat met de politiek verantwoordelijk is voor die structurele verandering, moet daarover niet zeuren.
Landelijk deken Bekkers heeft aangekondigd in algemene termen op de klacht van Brouwer te zullen reageren. Het is te hopen dat hij daarbij niet te deemoedig zal zijn. Hij moet zich niet op het matje laten roepen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.