*

 

Rusland hield de boel verdeeld door spraakverwarring te creëren

14/07/09, 00:00

Een van de wapenen van de Sovjet-Unie tegen het dreigende gevaar van Turks nationalisme binnen haar grenzen was de taalpolitiek. De Sovjetcommunisten stonden voor een dilemma. Verdeel en heers is voor een koloniale macht een beproefde strategie om onderworpen volkeren eronder te houden.

Voor de taalpolitiek betekent dat, dat je de verschillen tussen de verschillende talen en dialecten zoveel mogelijk benadrukt. Een andere strategie is dat je de onderworpenen probeert te winnen voor jouw politieke en maatschappelijke ideologie, in dit geval het communisme. Je moet dan de omgekeerde taalkundige strategie volgen, want de spraakverwarring die je creëert met een verdeel- en heerspolitiek belemmert de verbreiding van je ’blijde boodschap’.

Dat dilemma is terug te vinden een artikel uit 1952 van de Sovjettaalkundige N. A. Baskakov. Het verscheen in 1960 in Oxford in een Engelse vertaling. Hij beschrijft eerst de taalpolitiek, die de communisten in de beginperiode volgden ten opzichte van de volkeren die de een of andere vorm van Turks spraken.

De eerste tien jaren van hun bewind richtten de communisten hun pijlen op de Chagatay, een schriftelijke cultuurtaal van de Turkse elite in Centraal-Azië, geschreven in Arabisch schrift. Het Chagatay had het voordeel dat het uitsteeg boven de dialectverschillen en daardoor bruikbaar was voor alle Turkssprekenden met ontwikkeling. Nadeel was dat deze kunsttaal ver afstond van de spreektalen.

De communisten hadden twee bezwaren tegen Chagatay. De taal creëerde onder de Centraal-Aziaten een culturele eenheid, die Turks nationalisme zou kunnen bevorderen. Verder zat Chagatay vol met Perzische en Arabische, vaak islamitische begrippen, die de communisten wilden vervangen met hun eigen ideologie. De afschaffing van het Arabische schrift en een taalzuivering waren stappen in die richting. De communisten maakten zo voor nieuwe generaties Turken de oude schriftcultuur in een klap ontoegankelijk.

Tot zover liep wat de communisten deden vooruit op wat Atatürk, de stichter van het moderne Turkije, ondernam in 1927. Ook hij verving abrupt Arabisch door Latijns schrift. Ook hij schafte de Osmaanse cultuurtaal af, die net als Chagatay vol zat met Perzisch en Arabisch. Ook Atatürk brak radicaal met het verleden en wilde een nieuwe, moderne Turkse mens creëren. Maar Atatürk wilde niet de Turkse eenheidstaal afschaffen. Dat probeerden de Sovjettaalkundigen wel. Dialectverschillen verhieven zij tot taalverschillen. Per hoofddialect probeerden ze een eigen standaardtaal te ontwikkelen, elk met een aparte spelling. Als je dat in het Nederlandse taalgebied zou doen, zou je in bijvoorbeeld Zeeland, Twente en Vlaanderen al snel schrijftalen krijgen, die onderling onbegrijpelijk zouden zijn.

In zijn artikel wijst Baskakov op de nadelen van die taalpolitiek. Overal is dan weliswaar het Russische, Cyrillische schrift in gebruik, maar in al die verschillende Turkse ’talen’ worden letters op een andere manier uitgesproken. Daardoor krijgen ook de rechtstreeks uit het Russisch overgenomen communistische begrippen een afwijkende uitspraak, waardoor het voor de Turkstaligen moeilijk wordt om over communistische zaken met elkaar te spreken. De verwarring maakt ook het leren van Russisch moeilijker, wat verbreiding van de heilsleer niet bevordert.

De Chinese communisten voerden onder de Oeigoeren een vergelijkbare taalpolitiek. Eerst vervingen ze het door hen gebruikte Arabische schrift door een Latijns schrift. In de jaren tachtig mochten de Oeigoeren weer Arabisch schrift gebruiken, maar zonder typerende Arabische letters, die voor de uitspraak van het Oeigoerse Turks strikt genomen niet nodig zijn maar die in het oude Oeigoers wel heel bepalend waren voor het woordbeeld. Daardoor blijven de oude geschriften moeilijk toegankelijk voor de jonge generatie.

(Met medewerking van Thomas Milo)

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />