Hoe leer je kinderen wat democratie inhoudt? Kinderboekenschrijver Jacques Vriens bedacht het democratiespel.
Zijn nieuwe boek 'Groep acht aan de macht' is geboren vanuit een missie, maakt kinderboekenschrijver Jacques Vriens meteen duidelijk. „Ik maak me zorgen”, zegt hij.
Die zorgen gaan over de staat waarin de Nederlandse democratie zich bevindt. Vriens is niet blij met de groeiende groep kiezers die achter populistische politici aanloopt. Politici die in zijn visie geen heldere doordachte plannen hebben.
Hij is geen vriend van Geert Wilders, maakt hij duidelijk. Als een duveltje uit een doosje duikt Wilders af en toe op, roept iets ongenuanceerds en verdwijnt vervolgens weer, zonder een serieus inhoudelijk debat te willen voeren. „De manier waarop hij allochtonen allemaal over een kam scheert, vind ik ook verkeerd. Dat is discriminerend. Zo'n voorstel om te berekenen wat een allochtoon kost, het staat mij zeer tegen.”
Maar zijn nieuwe boek is niet een anti-Wilders of anti-Rita Verdonk-boek geworden. „Ik vind het net zo goed een slecht teken dat Alexander Pechtold, die ik op zich sympathiek vind, opeens in peilingen omhoog geschoten is. Dat kiezers blijkbaar heel gemakkelijk van de ene politieke partij naar de andere switchen, dat betekent dat ze zich niet goed informeren waar een partij echt voor staat. Een democratie heeft het nodig dat mensen zich daar wel in verdiepen.”Al zeker vijf jaar broedt hij op een manier om in een kinderboek het onderwerp democratie aan te pakken. Niet zo eenvoudig, want leerlingen zijn snel afgeleid en moeten niet het idee krijgen: oh, saai, dit is een leerboek. „Je moet zo'n boodschap goed verpakken, zodat je velen bereikt.”
Deze week ligt 'Groep acht aan de macht' in de winkels. Het verhaal gaat over Meester Mario, een ervaren leerkracht, die voor een hele lastige groep 8 komt te staan. Er speelt van alles op de school: gescheiden ouders, ambitieuze vaders, onenigheid binnen het lerarenteam, leerlingen die kwaad zijn omdat de school een vmbo-advies voor ze afgeeft, discriminatie, pesten.
Mario heeft de grootste moeite overeind te blijven. Hij probeert van alles: een donderpreek, straf, maar niks werkt. Dan bedenkt hij een revolutionaire oplossing: hij geeft de macht aan de kinderen. Zij mogen politieke partijen vormen en stemmen. Vervolgens wordt een soort Tweede Kamer gevormd, er komen ministers en zelfs een minister-president. Een dag lang mag de nieuwe regering bepalen wat er op school gebeurt.
Een centrale figuur in het verhaal is Ruben, zoon van een gefrustreerde xenofobe eigenaar van een tuincentrum. Deze vader heeft weinig op met zijn zoon, waardoor de jongen zich graag wil manifesteren in de klas, om indruk te maken op zijn vader. Hij discrimineert allochtone leerlingen en richt een rechtse populistische partij op. Met grote beloftes weet hij het tot minister-president te brengen, maar dat loopt natuurlijk mis als de leerlingen merken dat die beloftes niet uitkomen.
Hij speelde dit democratiespel zelf vroeger met zijn leerlingen, toen hij nog voor de klas stond, vertelt de auteur. Vriens was 25 jaar actief in het basisonderwijs, waarvan 19 als directeur en leerkracht van groep 8. Eerst in het Utrechtse Abcoude, later in een dorp in Brabant.
In 1993 besloot hij zich helemaal aan het schrijversvak te wijden, maar veel inspiratie haalt hij nog uit zijn oude ervaringen met leerlingen. Ook 'Groep acht aan de macht' is gebaseerd op de realiteit. „Het zit dicht aan tegen wat ik heb meegemaakt.”
Vriens hoopt dat zijn boek een voorbeeld zal zijn voor leerlingen en leraren en hen inspireert dit spel ook te gaan spelen op hun school. Want je kunt nog zoveel les krijgen in democratie of burgerschap - tegenwoordig een vak op school - maar ervaren wat het betekent een partij op te richten, echt te stemmen en zelfs te regeren, dat leert de kinderen toch nog veel meer, is zijn overtuiging.
„Zelf ben ik ooit ook begonnen met in de groep uit te leggen hoe het parlement werkt, nou, binnen tien minuten, vielen de leerlingen in slaap. Toen dacht ik: we gaan het gewoon met de hele groep doen.”
Hij komt nog geregeld op scholen, onder meer om uit zijn boeken voor te lezen. In het huidige onderwijs is er steeds minder aandacht voor het functioneren van de schoolgemeenschap, ziet Vriens. Het ontplooien van de individuele talenten van het kind krijgt alle nadruk. „Het is allemaal eigen-geluk-eerst. Dat het kind ook verantwoordelijk is voor het functioneren van de groep is op de achtergrond geraakt.”
Hij verbaast zich over het groeiend aantal scholen waar de groep zelfs helemaal verdwenen is, waar leerlingen individueel hun computer aanzetten en geheel hun eigen programma volgen. Ze kunnen ook komen en gaan wanneer ze willen. „De kracht van school is juist dat je een gemeenschap bent met elkaar.”
Als kinderen niet leren begrijpen hoe ze in een gemeenschap moeten functioneren, dan loopt de democratie gevaar, vreest hij. „Want democratie betekent met zijn allen besluiten wat er gaat gebeuren. En ook niemand uitsluiten, rekening houden met de wensen van anderen, respect hebben voor andere meningen.”
Reden te meer om het democratiespel te spelen. „Een klas is een maatschappij in het klein. Je kunt er fijn oefenen voor later. Maak daar gebruik van.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.