De melkprijzen zijn historisch laag. Met een melkautomaat aan de weg probeert veehouder Henk Mulder uit Driel toch iets te verdienen.
Twintig cent kost een beker verse melk bij de ’Melk Drive’ van melkveehouder Henk Mulder in Driel. Voor 1,20 euro kun je ook meteen een jerrycan vullen met de melk van zijn negentig koeien. De gekoelde drank verdwijnt niet alleen in de kelen van fietstoeristen op de rivierdijk; ook vaste klanten weten de weg naar de boerderij in de Betuwe te vinden.
Twintig cent voor een beker melk lijkt een koopje. Maar met de historisch lage melkprijzen benadert het bedrag bijna de literprijs. Veel boeren raken door de lage prijzen in de problemen. Ze leggen continu geld toe op de melkverkoop aan de zuivelcoöperatie. Ook Mulder ontving in zijn 27-jarige boerenloopbaan nog nooit zo weinig voor zijn melk als deze zomer.
Dankzij de melkautomaat heeft hij een alternatief verkoopkanaal: de consument. Hij verkoopt dagelijks tientallen liters melk voor iets meer dan de kostprijs.
De Drielse veehouder schafte vier jaar geleden als een van de eersten in Nederland een melkautomaat aan van de Zwitserse fabrikant Brunimat. Hij ontdekte de melktap op een boerencamping in Oostenrijk en raakte geïnteresseerd. Wil de melkveehouder overleven, dan moet hij zelf nieuwe inkomstenbronnen aanboren, luidt Mulders filosofie. „Sommige boeren beginnen met de verwerking van melk tot boerenkaas of yoghurt”, zegt hij. „Wij verkopen liever rauwe melk.”
In de Alpenlanden zijn Brunimats zo alledaags als frisdrankautomaten. Het systeem lijkt op dat van schoolmelkautomaten, met het verschil dat de boer na het melken het apparaat met veertig tot tachtig liter romige melk vult. Zo’n vijftig melktappunten telt Nederland inmiddels.
Gerrit Aanstoot van leverancier SAC stelt dat door de lage melkprijzen de belangstelling de laatste tijd aantrekt. „De aanschaf betekent voor kopers een investering van zo’n tienduizend euro, inclusief de kosten van het melkhuisje en reclame”, zegt Aanstoot. „Je moet wel eerst je minimumomzet berekenen. Een melkautomaat in the middle of nowhere, dat werkt niet.”
Mulders zelfbedieningsautomaat staat in een chalet onderaan de drukke Drielse Rijndijk tussen Arnhem-Zuid en Heteren. Vaste klanten zijn er volop. Zo is er een buschauffeur die zichzelf regelmatig bijtankt. Ouderen en allochtonen kopen de melk om authentieke toetjes te bereiden. Ook de regionale Slowfood-afdeling is enthousiast. Hoewel Mulder zijn rauwe melk het liefst zo opdrinkt, adviseert hij deze veiligheidshalve voor consumptie te koken.
De bescheiden opbrengst van de Brunimat is geen oplossing voor de grote problemen van de melkveehouder. „Het terugverdienen van de melkautomaat is een kwestie van lange adem”, zegt Mulder.
Net als andere automaatexploitanten met een ’Melk Drive’ richt hij zich nu op aanverwante bronnen van inkomsten. De zolder van de koeienstal is als gastenverblijf ingericht waar kinderen in het hooi kunnen spelen en kunnen leren koeien melken. Feestjes en uitjes leveren goed geld op. Toch blijft de melkautomaat. Als trekpleister. „Je wordt er niet rijk van”, concludeert Mulder nuchter. „Je probeert wat. Dat hoort bij ondernemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.