*

 

Dan dooft het licht

Wim Boevink − 02/09/09, 00:00

Acht telefoontjes, naar bouwmarkten, doe-het-zelfzaken, lampenwinkels in de stad, leverden precies twee gloeilampen van honderd watt op en toen vloog het me opeens aan: de tirannie van Brussel, de dictaten van Europa.

  • (\N)

De gloeilamp, de gloeilamp die boven mijn tafel hangt, verdwijnt echt. Niet omdat eraan geen behoefte zou zijn, maar omdat ergens in februari 2007 een Duitse minister van milieu een brief stuurde naar een EU-commissaris in Brussel met het voorstel de gloeilampen te gaan vervangen door spaarlampen. In de brief viel het woord Durchführungsmaßnahmen – die moesten snel getroffen worden. Dat lukte wonderwel, in een bureaucratie verblind door ecologisch zelotisme.

Op 9 maart 2007 krijgt de Europese Commissie, onder Duits voorzitterschap, het mandaat de productie van gloeilampen stil te leggen.

Op 1 september 2009 kan ik in een van de grootste steden van Nederland nog maar twee gloeilampen van honderd watt vinden. Lampen met een lager wattage komen straks aan de beurt. Een icoon van onze beschaving is met een pennestreek verdwenen.

Een negentiende-eeuwse vinding, groot gemaakt door Edison, een gloeiende draad in een kapsel van glas, tot op heden is er niets dat het rijke, warme licht van de zon dichter benadert.

Misschien is daarom de gloeilamp zo’n mooie lamp voor het noordwesten van Europa, landen van het noorderlicht, met Nederland als centrum, met zijn cultuur van open gordijnen: er is nauwelijks een mooier uur voor een stadswandeling dan het uur van de schemering, als in huiskamers de lampen aangaan, met prachtige schijnsels op tafels, vloeren en kleden.

Wandel je daarentegen langs de Middellandse Zee, met zijn dagen vol heet en gouden zonlicht, dan is binnen niets heerlijker dan koel tl-licht in de woonkeukens.

Maar hoe konden we zomaar ons licht opgeven, dat licht boven mijn tafel en mijn bureau, gevangen onder een kap van metaal, een helm, een warm stralende helm, als een idee dat oplicht in je hoofd?

De Duitse milieuminister kreeg zijn lichtende idee toen hij hoorde dat Australië de gloeilamp in de ban had gedaan.

Australië! De bron van alle ellende. Daar heerst een fatale combinatie van moordend zonlicht en diepgeworteld puritanisme, uit het oude Engeland geïmporteerd, daar hebben ze nog nooit een gezellige lamp ontstoken, daar bestond het sobere vermaak uit spinavonden en het dansen in groepen, in het witste en kilste licht voorhanden.

Australië en een Duitse ’ecoprotestant’ hebben het lot van het oude Europa bezegeld. Daar gaat ons licht, we hebben het laten gebeuren. We zijn voor een sluipende tiran gezwicht.

Straks rest alleen de webcam nog in een brandweergarage in Livermore, bij San Francisco, gericht op ’s werelds oudste nog brandende gloeilamp, een zachte weemoedige gloed uit 1901.

mailIcon print |