De internationale gemeenschap overlegt vandaag met Iran over diens nucleaire programma. Maar als dat op niets uitloopt, wat dan?
Helemaal niets wijst erop dat internationale onderhandelingen met Iran, vandaag en morgen in Zwitserland, op een succes zullen uitlopen. Haast ten overvloede benadrukte Irans nucleair hoofd deze week dat Irans ’nucleaire rechten’ niet ter discussie staan, en dat er dan ook geen sprake van kan zijn dat Iran stopt met het verrijken van uranium.
Dat is een probleem, want juist het stoppen van uraniumverrijking is de belangrijkste eis van de internationale gemeenschap, die in Genève vertegenwoordigd wordt door de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad – de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië – plus Duitsland. Want met verrijkt uranium, zo vrezen vooral westerse landen, kan Iran een kernbom vullen.
Teheran wijst alle beschuldigingen dat het aan een kernwapenprogramma werkt, steevast van de hand. Het uranium is louter bedoeld om in kerncentrales energie op te wekken, aldus het land, dat verschillende VN-resoluties met de oproep verrijking te staken naast zich neergelegd heeft. Intussen werkt het gestaag door aan elementen die tezamen (in potentie) een nucleaire bedreiging voor buurlanden, en met name Israël, kunnen vormen (zie kader).
Er is vooral de westerse landen veel aan gelegen te voorkomen dat Iran een kernbom maken kan. De onderhandelingen met de Islamitische Republiek, waarbij voor het eerst in dertig jaar officieel een Amerikaanse vertegenwoordiger aanwezig is, zijn wat hen betreft dan ook de laatste mogelijkheid voor Iran om in te binden. Als het niet goedschiks lukt, dan moet het vervolgens maar kwaadschiks. Probleem: de tegenspelers van Iran zitten niet op één lijn.
Want niet iedereen is van zins even hard uit te halen als de VS. Die hebben bij monde van minister van buitenlandse zaken Clinton aangekondigd dat Iran ’verlammende sancties’ tegemoet kan zien als het niet meewerkt. Nu al zijn er in drie VN-resoluties financiële sancties afgekondigd tegen organisaties en personen in Iran, en is het verboden (militair bruikbare) producten en technologie aan het land te leveren.
De VS wensen een verscherping van die sancties, bijvoorbeeld door Iran te belemmeren benzine te importeren. Iran is voor 25-30 procent van zijn benzinebehoefte afhankelijk van het buitenland – het land beschikt over grote olievoorraden, maar niet over voldoende raffinaderijen. Vooral de Amerikanen speculeren erop dat ze het regime in Teheran tot concessies kunnen dwingen als ze de economische druk maar hoog genoeg opvoeren.
Alleen al het vooruitzicht van mogelijke sancties heeft een aantal grote multinationals er de afgelopen tijd toe bewogen zich terug te trekken uit Iraanse projecten. Shell stapte vorig jaar uit de ontwikkeling van het enorme South Pars-gasveld, net als BP en het Spaanse Repsol. Sommige benzineleveranciers zijn inmiddels gestopt met leveren aan Iran.
Maar om het net echt te laten sluiten, hebben de Amerikanen de hulp nodig van Rusland en China – en of dat lukt, is de vraag. De Amerikanen doen hun best: volgens sommige analisten had hun besluit om af te zien van een raketschild in Oost-Europa – dat Moskou een doorn in het oog was – zelfs tot doel de Russen mee te krijgen met betrekking tot Iran. Maar hoewel president Medvedev sancties niet heeft uitgesloten, staat Russische medewerking bepaald niet buiten kijf.
Hetzelfde geldt voor de Chinezen. Die lieten onlangs nog weten dat ze sancties niet het juiste middel vinden, en meer zien in de ’dialoog’. China heeft daar economische redenen voor, met zijn energiebelangen in Iran. Het land importeert Iraanse olie en Chinese staatsbedrijven investeren in Iraanse energieprojecten (inmiddels ook in South-Pars). Bovendien, zo berichtte de Financial Times onlangs, zijn de Chinezen juist begonnen met het leveren van benzine aan Iran. Een duidelijker signaal dat de Chinezen niet zo hechten aan het isoleren van Teheran hadden ze niet kunnen geven.
Het draagvlak voor strenge sancties lijkt nog meer af te brokkelen, want inmiddels hebben ook de Fransen vraagtekens gezet bij hun effectiviteit. Al met al moet er een wonder geschieden, wil de Amerikaanse president Obama erin slagen de ’verlammende’ sancties af te dwingen die zijn regering heeft beloofd.
Maar zelfs als het hem lukt, is het de vraag of ze het gewenste effect zullen hebben. Iran is de afgelopen jaren standvastig geweest in het nastreven van zijn nucleaire programma, en lijkt economische tegenslag op de koop toe te willen nemen. Bovendien heeft het land de afgelopen tijd benzinevoorraden aangelegd, waardoor het een eventuele boycot enige tijd kan overleven.
Hoe dan ook wacht Obama een reeks moeilijke beslissingen als Iran deze dagen niet overstag gaat. Voor zijn aanzien in de regio en in de wereld kan hij Iran niet toestaan om door te gaan met het verrijken van uranium. Maar als harde sancties niet van de grond komen of niet werken, is dat wel wat gebeurt.
Dan komt mogelijk toch die andere optie op tafel – het bombarderen van Irans nucleaire installaties. Obama zit er niet op te wachten, zo lijkt het. Hij twijfelt bovendien aan de effectiviteit. Zijn minister van defensie Gates stelde dit weekeinde dat een militaire actie het nucleaire programma van Iran slechts één tot drie jaar zal vertragen.
Zo heeft Iran het misschien wel makkelijker dan zijn tegenspelers. Want zolang die het niet eens zijn, kan het land door blijven gaan met zijn nucleaire programma en de wereld laten gissen naar zijn intenties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.