Het IJzeren Gordijn doorkliefde veertig jaar lang Duitsland. Nu loopt er een fietsroute boordevol natuur en geschiedenis.
’Klein Berlijn’ heet het dorp. Net als het grote Berlijn deelde een muur het dorp Mödlareuth ten tijde van de DDR in tweeën. De circa vijftig inwoners werden zonder pardon in twee groepen van elkaar gescheiden. Eerst kwam er prikkeldraad, daarna een houten hek, toen een stalen hek en tot slot een betonnen muur. Ze konden niet eens naar elkaar zwaaien.
In het museumpje op de voormalige grens zijn in een ontroerende film de beelden te zien van hoe het begon, hoe het was en hoe het eindigde. Anders dan langs het grootste deel van de voormalige grens tussen Oost- en West-Duitsland heeft men in Mödlareuth nog een deel van de Muur laten staan. Een uit beton opgetrokken herinnering aan een mensonwaardige episode.
Mödlareuth ligt niet ver van het punt op de Tsjechische grens waar twintig jaar geleden Tsjechoslowakije, de Bondsrepubliek en de Duitse Democratische Republiek bij elkaar kwamen. Daar begon dat deel van het IJzeren Gordijn dat Duitsers van Duitsers scheidde. Nu begint daar de fietsroute langs de voormalige Duits-Duitse grens. De route loopt tot Travemünde aan de Oostzee.
De Duits-Duitse grens behoorde tot de bestbeveiligde ter wereld. Dwars door Duitsland liep een strook van minimaal honderd meter breed. Die werd aan beide zijden begrensd door drie meter hoge, stalen hekken, met daartussen wachttorens, bunkers, signaaldraad, lichtinstallaties, een zandstrook (voor voetafdrukken), een rijweg van betonplaten en een betonnen geul tegen vluchtauto’s.
Een en ander was extra beveiligd door honden, mijnen en automatische schietinstallaties, en de inrichting van een ’spergebied’ van zo’n vijf kilometer vanaf de grens, waar men alleen met speciale vergunningen mocht komen. De bewoners in dat gebied waren met de ’actie ongedierte’ al in de jaren vijftig van onbetrouwbare elementen gezuiverd.
Veertienhonderd kilometer lang slingerde die grens door Duitsland. Bedoeld om, aldus het DDR-regime, de westerse imperialisten buiten de deur te houden. Maar iedereen wist beter: het was om de DDR-burgers binnen de deur te houden. Tot in 1989 diezelfde burgers de hekken omverliepen, om ze vrij snel daarna vrijwel volledig te verwijderen.
Nu is het vaak zoeken naar waar de grens liep. Het bestbewaard is de betonnen rijstrook, de ’grenswachtersnelweg’. Maar wie die strook af probeert te fietsen, hobbelt zich steeds vast in bos en struikgewas. De grensstrook is grondig overwoekerd of weer tot akkerland omgeploegd. Op Google Earth is dat goed te zien.
De decennialange kaalslag op die strook heeft er wel voor gezorgd dat er een unieke biotoop ontstond. Daar waar de natuur haar gang kon gaan, is een vaak verloren gewaande flora en fauna opgebloeid. Het initiatief ’Groene Band’ probeert met projecten langs de hele grens die plekken te beschermen en te ontwikkelen. Tot vreugde van de wandelaars.
De fietsers moeten genoegen nemen met een route die hen nu weer langs de ene, dan weer langs de andere kant van de grens voert. Alleen daar waar de grens een rivier is (een stuk Werra, een stuk Elbe) rijden ze precies over de scheidslijn. Daar rijden ze redelijk vlak, vergeleken met de pittige hellingen die elders (Thüringse Woud, Harz) op de route liggen. Landschappelijk hebben de fietsers niets te klagen. Er liggen verschillende beschermde natuurgebieden op de route (onder meer Rhön en Wendland). Het Duitse middengebergte biedt fraaie panorama’s en pittoreske dorpen en stadjes.
Neem Schnackenburg, een dorpje aan de westkant van de Elbe in een dooie hoek van de grenslijn. Toen de grens er lag, woonden er vooral douaniers. Daarna trokken ze weg of raakten aan de drank. Het dorp verslonste, ook omdat de ’zonegrenstoeslag’ uit Bonn wegviel. Nu krabbelt het overeind en lokt het toeristen met een schattig grensmuseum .
Er zijn ook heel professionele gedenkplaatsen, zoals ’Point Alfa’, de meest westelijke uitstulping van het Oostblok. Daar hadden de Amerikanen extra versterking aangebracht, die nu tot museum is omgebouwd. Het heette de zwakste plek in de verdediging van het Westen, de ’Fulda Gap’ (’Gat van Fulda’). Een hoofdpijnprobleem voor militaire strategen.
Maar wat meer indruk maakt dan alle militaire inrichtingen, zijn de persoonlijke verhalen. Allerlei gedenkstenen en kruisen herinneren aan dodelijk mislukte vluchtpogingen. Bernhard Simon trapt bij zijn vlucht op een mijn, verliest zijn been en bloedt dood. Grenssoldaat Manfred Weiss wordt bij een vluchtpoging neergeschoten door de kameraad met wie hij wachtliep.
De tocht langs de grens is een herbelevenis van de absurditeit van de Koude Oorlog. In Vacha stond een huis precies op de grens. Het ene deel was in West-, het andere in Oost-Duitsland. Er woonde een uitgever die in het oostelijk deel zijn drukpersen had neergezet. Daar kon hij zijn westerse krant goedkoper drukken.
De grenzen zijn afgebroken, maar nog altijd is oost oost en west west. Al valt moeilijk te zeggen waaraan je het precies ziet. In het westen lijken de huizen opgepoetster, in het oosten rommeliger. In het westen staat de kerk in het middelpunt, in het oosten het ’Cultuurhuis’.
Ook opmerkelijk: in het westen domineren de verkiezingsaffiches van de conservatieven (CDU, CSU, FDP), in het oosten die van de rechtse en linkse populisten (NPD en Linkspartij). Allemaal partijen die met de rug naar de toekomst staan. Twintig jaar na de val van de muur heeft de grensstreek er weinig vertrouwen in dat het er ooit beter zal gaan. De streek is nog altijd wat ze in veertig jaar Duitse deling is geworden: een randgebied. Midden in Duitsland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.