*

 

Schatkamer verdient een stevig slot

Myrthe Verweij − 11/08/09, 00:00

De Himalaya herbergt vele onbekende planten en dieren. De vraag is of ze lang genoeg blijven bestaan om door de mens ontdekt te worden.

  • (\N)

Wetenschappers hebben de afgelopen tien jaar meer dan 350 dier- en plantensoorten ’ontdekt’ in de oostelijke Himalaya. Het gaat om soorten die voorheen onbekend waren, al bestaan sommige ervan al miljoenen jaren.

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) komt nu met het rapport, omdat het Himalayagebied onder grote druk staat. Door klimaatverandering smelten de gletsjers, en door toenemende bevolkingsdruk in Nepal en Oost-India wordt steeds meer bos gekapt voor brandhout. De niet-aflatende vraag naar katoen, dat slechts met enorme hoeveelheden water geteeld kan worden, maakt dat rivieren droogvallen.

De natuurbeschermingsorganisatie hoopt dat een land als Nepal tijdens internationale klimaatonderhandelingen duidelijk maakt wat er in de Himalaya op het spel staat, als de wereldwijde temperatuurstijging niet in toom gehouden wordt. Deze week beginnen in Bonn informele besprekingen die de weg voor een klimaatakkoord later dit jaar moeten effenen. Daarin moet worden vastgelegd hoeveel de uitstoot van broeikasgassen omlaag gaat.

„Natuurlijk is het belangrijk dat de uitstoot van broeikasgassen ook in Nepal en India wordt beperkt, maar hun uitstoot is per hoofd van de bevolking nu vele malen lager dan in de geïndustrialiseerde landen”, zegt onderzoeker Gert Polet van het Wereld Natuur Fonds.

De organisatie zou graag zien dat India, Bhutan en Nepal een gezamenlijk plan maken om de Himalaya te beschermen. „De ministeries van die landen wisselen nu informatie uit en bespreken samen de problemen. Er zijn afspraken gemaakt over de metingen op en rond gletsjers tussen India en Nepal. Dat ze op dezelfde manieren meten en veranderingen in kaart brengen is een goed begin, maar het kost tijd voor ze echt gezamenlijk actie gaan ondernemen”, constateert Polet.

Daarnaast is het volgens het WNF belangrijk dat de lokale bevolking wordt betrokken bij het beheer van kwetsbare gebieden.

De mate van verantwoordelijkheid die hun gegund wordt, verschilt nog erg per land. „In India is de nationale overheid de baas in de natuurparken. De lokale bevolking heeft er weinig in te brengen. In Nepal zie je juist dat wetgeving de mensen aanmoedigt om mee te doen met het beheer van de natuurgebieden waar ze wonen. Ze kunnen er bijvoorbeeld gras halen, dat voor daken en als veevoer gebruikt wordt. Dat motiveert ze om niet al het gras in een keer weg te halen, zodat ze er in de toekomst ook nog wat aan hebben”, verduidelijkt Polet.

„De armoede is er erg groot. Ook als natuurorganisatie kun je je niet alleen met bijzondere dieren bezighouden”, vindt hij. Zo merkte het WNF dat herders van de jak, een langharige grazer, sneeuwpanters vergiftigden omdat die hun jaks opaten. De sneeuwpanter is een bedreigde diersoort.

Het WNF zette een verzekeringssysteem op met en voor de jakherders. Als ze nu een dier aan de sneeuwpanter verliezen, krijgen ze een jak terug uit een gezamenlijk beheerde kudde. Daarmee vervalt voor hen de belangrijkste motivatie om de sneeuwpanters te vergiftigen, vertelt de onderzoeker.

Ten slotte bedreigt ook de aanleg van grote waterkrachtcentrales het kwetsbare Himalayagebied. „De economische ontwikkeling staat bij deze landen begrijpelijkerwijs hoger op de prioriteitenlijst dan natuurbescherming. We bepleiten dat ze dammen aanleggen in de minst gevoelige gebieden, met zoveel mogelijk maatregelen om de schade te beperken. En liever wat meer kleine dammen dan enkele van die heel grote, zoals in China”, aldus Polet.

mailIcon print |