opinie De meeste arbeidsplaatsen bij ontwikkelingsorganisatie Icco worden overgeheveld naar ontwikkelingslanden. Riskant, meent de hulpsector.
De interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie Icco gaat een groot deel van het werk overhevelen naar werknemers in ontwikkelingslanden. Van de 220 arbeidsplaatsen in Nederland blijven er 100 over. Vertegenwoordigers van ontwikkelingslanden krijgen zo aanzienlijk meer invloed op de prioriteiten van de organisatie.
De op termijn boventallige Nederlanders worden via een sociaal plan begeleid en zo mogelijk aan ander werk geholpen. Icco en de bonden praten over dit proces.
De verschuiving van arbeid naar de ontwikkelingslanden is zeker niet de enige vernieuwing. Icco, goed voor ruim 500 miljoen euro subsidie voor vier jaar, richt momenteel regionale adviesraden op en in de regio’s waar de organisatie actief is, komen regiokantoren. Van daaruit worden de partners bediend.
In de sector ontwikkelingssamenwerking wordt kritisch gekeken naar de operatie die nu bij Icco in volle gang is. Ingewijden zien het als een risicovolle onderneming die, als zij mislukt, Icco, maar ook de hulpsector zelf, aanzienlijke schade kan berokkenen.
De voorstanders spreken van een gewaagd idee, dat sterk aansluit bij de ontwikkelingen in het zuiden. Daar is over het algemeen sprake van een groter zelfbewustzijn en voldoende capaciteit aanwezig om de vorming van de samenleving zelf ter hand te nemen.
Voor en tegenstanders zijn het over een ding eens: de visie van Icco en de daaruit voortvloeiende reorganisatie is de grootste doorbraak in de sector sinds Bilance, Mensen in Nood en Memisa in 1996 fuseerden tot het katholieke Cordaid.
De werknemers op de regiokantoren zijn goedkoper dan de Nederlanders. Volgens Jack van Ham, algemeen directeur van Icco, liggen hun salarissen op het niveau van de middenklasse in het ontwikkelingsland en zeker niet op het hoge niveau van de VN-organisaties.
De salariskwestie is cruciaal. Bij te hoge salarissen beconcurreren hulporganisaties overheden die vervolgens niet meer aan goed personeel kunnen komen. Volgens Van Ham duurt de overgang naar de nieuwe werkwijze tot in 2011.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.