Boeren met een klein bedrijf is om heel veel redenen niet meer vol te houden.
Met dank aan de Wageningse hoogleraren Paul Struik en Edith Lammerts van Bueren, weten boeren weer waar ze staan. De ’bewuste’ (lees: ecologische) boer wordt door de politiek in de kou gezet en de ’gewone’ (niet-ecologische) boer valt daarmee in de categorie ’niet bewust’. Dat betekent dat hij zijn gang mag gaan, zijn productie op een vieze manier intensiveert en steeds groter wordt. Waarom willen zij dat toch? Niemand zit te wachten op het voedsel dat de gewone boer produceert. Toch?
Ik neem aan dat de hooggeleerde Struik en Lammerts niet de moeite hebben genomen om te komen kijken hoe de meeste ’gewone’ boeren zorgen voor hun vee en gewas. Dat de meesten van hen hart hebben voor hun grond en vee, het welzijn van hun dieren, is blijkbaar niet interessant. Dat ’gewone’ boeren de zorg voor de natuur waar ze dagelijks in en mee werken hoog in het vaandel hebben staan (en dat ook in de praktijk brengen) wordt kennelijk niet opgemerkt.
Dat zou ook niet goed uitkomen in de redenering van Struik en Lammerts – dan klopt hun verhaal namelijk niet meer. Met alle respect voor wat ecologische boer en collega Frits van Beusekom vorige week schreef in Trouw, vinden wij een dergelijke visie pijnlijk eenzijdig. Wanneer je de krant openslaat bekruipt je de gedachte dat het tegenwoordig normaal is om ’gewone’ boeren af te schilderen als viezeriken zonder oog voor duurzaamheid.
Veel boeren houden er mee op. Het is om allerlei redenen niet vol te houden om met een relatief klein bedrijf nog een normaal inkomen te behalen. Een nieuw bedrijf starten is vrijwel onmogelijk. Procedures duren al gauw zo’n zes à tien jaar en kosten een vermogen. De boerderijen die overblijven, worden groter. Schaalvergroting is echter een vies woord. De gedachte dat in schaalvergroting ook grote kansen liggen om op een duurzame, milieuvriendelijke en diervriendelijke manier voedsel te produceren voor een toenemende bevolking, wordt door velen afgekeurd. Wetenschappers die zich daarmee bezig houden, lijden aan tunnelvisie. Maar, gelukkig, Struik en Lammerts behoren tot de ’gideonsbende’ die weet hoe het anders moet. Het gebruik van het woord ’gideonsbende’ – de mensen die voorop lopen – geeft op pijnlijke wijze blijk van een flinke dosis arrogantie.
Nederlandse boeren zijn merendeels zeer bewuste vakmensen met hart voor mens, dier en natuur, en gemotiveerd om duurzaam voedsel te produceren. We zijn blij met de oproep om de wetenschap in dat opzicht met twee laarzen in de klei te houden. Wij vrezen echter wel dat veel ’gewone’ boeren daar geen zin meer in hebben nadat ze als onbewust, vies en te groot zijn afgeserveerd. Met ecologische boeren willen de hoogleraren wel meedenken. Met andere boeren niet. Wie worden er nou in de kou gezet?
En dat terwijl met een open en positieve benadering meer medestanders te verwerven zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.