De Tweede Kamer zet vandaag het debat voort over de toekomst van de Westerschelde. Volgens de Zeeuwse ecoloog Chiel Jacobusse zien we niet meer hoe mooi onze eigen vrouw is.
Kijk, dit is nou een schor. Een wandelaar op de dijk bij Baarland, in de Zak van Zuid-Beveland, zal er misschien zo aan voorbijlopen, maar ecoloog Chiel Jacobusse van Het Zeeuwse Landschap zal het komende half uur met verve de natuurwaarde van deze begroeide zandplaat doceren.
In de verte voert een felblauwe coaster over de Westerschelde, op weg naar Antwerpen. Maar voor de waarde van dit gebied moeten we vooral naar de oevers kijken, waar buitendijks, maar ook daarachter, heel specifieke ecosystemen zijn ontstaan. „Daar waar de stroming afneemt”, begint Jacobusse, „worden de zand- en kleideeltjes op de bodem achtergelaten. Heel langzaam, letterlijk korreltje voor korreltje, ontstaan zo zandplaten die bij eb komen vrij te liggen, en met vloed onder water staan. Die platen zitten vol met leven. Kleine schelpdiertjes, micro-organismen. Bij vloed voeden de vissen zich op de platen, bij eb zijn het de steltlopers die zich te goed doen aan dit voedsel.”
En Jacobusse wijst naar een lepelaar die op vijftig meter afstand als een stofzuiger over de zandplaat gaat. „Let wel: er zitten hier 35 soorten waarvoor de Westerschelde van internationale betekenis is. Die staan niet voor niets op de Rode Lijst. We kennen hier de hoogste ’vogeldichtheid’ van Europa. ”
De onbegroeide platen noemen ze hier ’slikken’, zodra ze vegetatie toelaten ’schorren’. In het noorden noemen ze het ’wadden’ en ’kwelders’. En in Zuid-Holland spreken ze weer van ’platen’ en ’gorsen’. Het lijken andere termen voor hetzelfde fenomeen, en voor een deel is dat ook zo. Maar de Westerschelde verschilt ook van de rest van Nederland. De Wadden kennen een getijdenverschil van 1,5 meter. De Westerschelde kent vanwege de opstuwende werking van het estuarium een verschil tussen eb en vloed van 4 meter. Het cyclische landschap van slikken en schorren is dus veel dynamischer dan dat van de Wadden.
„De zandplaten in de Westerschelde worden door de sterke kracht van de getijdenwisseling doorsneden door kreken”, gaat Jacobusse verder. „Zo’n doorsneden plaat noemen we een ’long’, en als je een foto van bovenaf ziet, weet je direct waarom. Ook vanaf de kant zijn die grillige aderen prachtig, vooral in het vroege ochtendlicht of in de schemer, als de schaduwen lang zijn.”
De subtiele korrel-voor-korrel-opbouw van de plaat, en de grillige doorsnijding door geulen en kreken, zorgen verder voor een prachtige drapering van de vegetatie, als de slik uiteindelijk een begroeide schor wordt. Zeeaster, Engels slijkgras zoutmelde en lamsoor tekenen een palet van zachtgeel, bruin tot hardgroen.
Genoeg biologie. Jacobusse wil er maar mee zeggen dat de schorren geen dode kleiplaten zijn met wat begroeiing, maar complete, zeer dynamische ecosystemen die zeldzame vissen en vogels aantrekken, en die niet voor niets onder Natura 2000 vallen, en daarmee Europees beschermd zijn. Wat prachtig dat minister Gerda Verburg van landbouw, natuurbeheer en visserij zinspeelt op het creëren van nog meer van die schorren, zodat de Hedwigepolder gespaard kan worden. Niets is volgens Jacobusse minder waar. De verdere uitdieping van de vaargeul van de Westerschelde, in combinatie met de aanleg van kunstschorren die door strekdammen moeten uitgroeien, betekent juist het einde van enig overgebleven meergeulig estuarium van Noord-West-Europa.
„Vergelijk het met een geul in een zandbak,. Als je die te diep uitgraaft, storten de wanden in. En dat dreigt nu precies in de Westerschelde te gebeuren. De rivier heeft ruimte nodig, zodat zich voordijks natuurlijke schorren kunnen ontwikkelen. Maar met de aanleg van kunstschorren en de verdieping van de vaargeul, wordt de Westerschelde juist smaller, en daardoor de stroming sneller. We spreken dan niet langer van een estuarium, maar van een kanaal.”
Jacobusse wil zich als ecoloog niet met de politiek bemoeien, maar hij wijst wel op het feit dat álle partijen akkoord zijn gegaan met het Scheldeverdrag. De vaargeul van de Westerschelde mag worden uitgediept als daar natuurcompensatie tegenover staat. Voor Nederland betekent dat de ontpoldering van de Hedwigepolder, zodat dáár een schorrenlandschap kan ontstaan dat aansluit bij het Verdronken land van Saeftinge en het gebied dat de Belgen hebben teruggegeven aan de natuur. „Het heeft geen zin om terug te kijken, ik ben er ook niet op uit hier een Ot en Sien-landschap terug te brengen. Het verdrag is voor iedereen een compromis”, zegt Jacobusse, ook voor de natuurbeschermers. „Maar we zijn ermee akkoord gegaan, net als de boeren, de havenbaronnen van Antwerpen. We moeten ons gewoonweg met z’n allen aan die afspraak houden. Tenslotte staat de handtekening van beide regeringen eronder.”
De ecoloog, Zeeuw in hart en nieren, verbaast zich vaak over het gemak waarmee zijn streekgenoten met de natuur omgaan. We staan vooraan als er in het buitenland dieren of gebieden bedreigd worden, maar als het onze eigen provincie betreft geven we niet thuis, zegt Jacobusse. „Het lijkt alsof we niet meer zien hoe mooi onze eigen vrouw is. De Schelde is verdorie wel onze Amazone. En nu deze zeldzame natuur verloren dreigt te gaan, doen we niet wat nodig is om dat te voorkomen.”
Hij stuurt zijn auto door de ruim zes kilometer lange pijp van de Westerscheldetunnel, om de rivier aan de zuidoever te vervolgen. Vanochtend, op de dijk van Baarland, lag het silhouet van de industrie van Terneuzen aan de horizon, maar aangekomen aan de overkant, op de dijk bij Terneuzen, domineren de kerncentrale van Borssele en de industrie in het Sloegebied de einder. Jacobusse is gewend aan die ’afwisselingen’ in het landschap. „Ik vind het mooi als natuur kan bestaan naast nijverheid of industrie. Het maakt dit landschap nog spannender, contrastrijker. We hebben hier de lepelaars, de zeehonden op de zandplaten, maar ook die felgekleurde zeeschepen horen erbij.”
Toch heeft die industrialisatie invloed op de beleving. Het waddengebied staat in Europa nummer één als internationaal watervogelgebied, maar de Schelde-delta is een goede tweede. Toch is het Waddengebied onomstreden, omdat daar geen landschapsverstoringen plaatsvinden. „Het klopt, aan de Schelde is altijd gewerkt. De rivier is naast natuurgebied ook waterweg. De schorren uit het verleden zijn ingepolderd en er zijn industriegebieden van gemaakt. Complete flauwekul dus dat de Zeeuwen zo verknocht zouden zijn aan landbouwgrond, want ze zetten er fabrieken op, kassen en hele woonwijken. Over de angst voor het water wil ik het helemaal niet hebben. Zeeuwen zijn werkers, met een niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit. De mentaliteit uit de havensteden domineert de provincie.” Wat dat betreft mag er volgens Jacobusse over een ’agrarisch Rotterdam’ worden gesproken. De ruilverkaveling en de aanleg van de Deltawerken na de watersnood, hebben een landschap gecreëerd waarin de spaarzame plekjes natuur ter bescherming voor het publiek moesten worden afgesloten. De Zeeuwen zijn daardoor het contact met die natuur kwijtgeraakt, èn de binding met de zee. En dat zien we in de discussie over de Westerschelde terugkeren. Wie komt er nog voor de natuur op? De natuurbeweging die op protestborden op de akkers door de boeren wordt verketterd.”
Het laatste deel van de tocht langs de Westerschelde gaat per boot, vanuit Breskens. Jacobusse wil De Bol laten zien, de kop van de Hoge Platen, die samen als het ware een Zeeuwse variant van vogeleiland Griend vormen. Vijf zeehondjes ploppen vanaf de kant het water in. Met die waterkwaliteit gaat het stukken beter, vertelt de ecoloog, sinds de Belgen vijftien jaar geleden het directe lozen stopten. Duizenden sternen komen hier en op kunstmatig aangelegde buitendijkse vlaktes in de lente samen, maar broeden doen ze niet. „Ze zijn gevangen in een ecologische val”, zegt Jacobusse. „Ze denken hier rust te vinden, maar worden te vaak gestoord. Ze leggen daarom geen eieren. De Bol wordt ook steeds kleiner. Zie die afkalvingen aan de zijkant. Een paar jaar geleden was deze plaats twintig meter breder. De vaargeul met zijn stroming vreet zand.”
Dat zal alleen maar toenemen als de drempels in de vaargeul worden uitgebaggerd. Er moet natuur gecompenseerd worden, zegt de ecoloog, en dat kan alleen door ontpoldering. „Ik vergelijk dat Scheldeverdrag steeds met een contract met een aannemer, die een dakkapel moet plaatsen. Het gat zit inmiddels in het dak, maar minister Verburg twijfelt nu of ze de kapel wel wil plaatsen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.