*

 

Kop en staart giftige zeeslang lijken identiek

redactie wetenschap − 12/08/09, 00:00

Moeder Natuur grossiert in list en bedrog, en de griffel gaat dit keer naar de ringslangplatstaart, een giftige zeeslang uit onder meer de Indische oceaan. Hij heeft zijn staart vermomd als kop, en veinst zo gif voor twee te hebben. Zijn belagers, haaien en sommige vogels, benaderen hem dus altijd verkeerd.

De zeeslang, tot een meter lang, geeft zich bloot op zoek naar voedsel tussen het koraal. Bioloog Arne Rasmussen volgde er een en werd daarbij afgeleid door een andere slang. Toen hij zich weer omdraaide, keek hij niet tegen de staart maar tegen de kop van de slang aan. Diens staart ’zocht’ nu tussen het koraal, maar dat bleek even later toch de kop. Rasmussen & co bestudeerden andere exemplaren en ontdekten de wonderlijke gelijkenis: beide uiteinden worden getekend door een geel hoefijzer, met daarachter een brede zwarte band, breder dan de donkere strepen over de rest van het lijf. En de slang wiegt met zijn staart als met zijn kop.

De mens laat zich weer eens kennen, de vrouw in dit geval: in het zelfbedieningsrestaurant slaat ze caloriearmer in als ze wordt begeleid door een of meer mannen. Louter onder vrouwen kan het vette worstje wel.

Eten is een sociaal gebeuren: in gezelschap hamsteren we meer van een buffet. En kinderen die samen een videospel spelen, nemen meer pizza dan in hun eentje. Dikke kinderen eten juist minder in de groep. Op zoek naar andere verborgen motieven observeerden psychologen honderden studenten in de cafetaria’s van drie universiteiten. Uiteraard ongemerkt.

En inderdaad, schoonheidsregels sturen de keuze, melden de psychologen in Appetite. Met een man aan tafel gaat de vrouw voor caloriearm. De hoeveelheid calorieën nam zelfs evenredig af met het aantal mannen dat aanschoof. Alsof die de aantrekkelijkheid van de vrouw aflezen aan het bordje wat voor haar staat. In gezelschap van louter geslachtsgenoten neigden de vrouwen juist naar een extraatje. Mannen lijken zich niet te laten beïnvloeden door de samenstelling aan tafel.

Aesopus dichtte 2500 jaar geleden al in ’De dorstige kraai’ hoe de vogel steentjes in het water gooide om het peil omhoog te krijgen zodat hij erbij kon. Fabel? De roek doet het: hij brengt een dobberende worm binnen snavelbereik door het water in een tube op te krikken met stenen. En hij heeft spoedig door dat die truc niet werkt in een bakje met zaagsel.

Het blijft even de vraag wat de roek precies snapt van waterverplaatsing, maar de vier exemplaren die in het vakblad Current Biology optreden, begrepen onmiddellijk dat ze niet al na de eerste steen bij het lekkers konden. Ze schatten de stijging goed in, al moest het water bij hun eerste poging om naar de worm te reiken vaak nog wat omhoog. Daarbij opereerden ze zuinig: liefst gebruikten ze de grootste stenen.

Knap stukje natuurkunde, misschien afgekeken van de orangoetan. Die spuugt in een tube om het waterniveau te verhogen, zodat de pinda komt aandrijven.

mailIcon print |