*

 

Tonijnhandel minder lucratief door quota

Marijn Kruk − 13/10/09, 00:00

In de Franse havenstad Marseille schikken vissers zich grommend in het aangescherpte beleid. Toch is het voortbestaan van de blauwvintonijn daarmee nog lang niet zeker.

  • Franse tonijnvissers (EPA)

Een pasfoto heeft hij nog net niet, maar het scheelt weinig. Gewicht, afmeting, plaats en tijd waar hij gevangen is; alles staat erop. „Het identiteitsbewijs van een tonijn”, zegt Christophe Hourde, terwijl hij het document terugstopt tussen het ijs dat de vis bedekt. Hourde (47) is groothandelaar in de haven van L’Estaque, een idyllisch dorpje zo’n tien kilometer ten westen van Marseille. Van tonijn hoeft hij het in ieder geval niet te hebben: welgeteld vijf liggen er in de hangar nabij de haven.

Vangstbeperkingen zijn talrijk. Voor de zogeheten seigneurs, de industriĆ«le vissersboten die buiten de territoriale wateren vissen, gelden strenge quota. Kleinere boten zijn aangewezen op een lijn en mogen alleen vissen vangen met een gewicht van tussen de 16 en 30 kilo. Tonijnhandel is een lucratieve bezigheid en voor Hourde zijn de gevolgen van de opgelegde restricties groot. Zo’n 2 miljoen euro is hij er naar eigen zeggen reeds door misgelopen.

Volgens wetenschappers en milieuorganisaties zijn de maatregelen nodig, aangezien de blauwvintonijn (thunnus thynnus) dermate bedreigd is dat uitsterven dreigt. „Daar is de Japanse consument de belangrijkste oorzaak van” zegt François Chartier van Greenpeace Frankrijk. „Zo’n 80 procent van alle gevangen blauwvintonijn in de wereld gaat naar Japan.” Strenge quota zijn nodig, maar nog liever zou de milieuorganisatie een mondiaal handelsverbod zien.

De vissers zelf tonen zich minder overtuigd. „De cijfers van de wetenschappers komen niet overeen met de werkelijkheid zoals wij die op zee waarnemen”, zegt Edmond Vernet, tevens voorzitter van de vakbond die de honderd ambachtelijke Franse tonijnvissers vertegenwoordigt. „Wanneer wij uitvaren zien wij juist dat de populatie de afgelopen drie jaar is toegenomen.”

„Het probleem met de vissers is dat ze hun waarneming steeds aan de omstandigheden aanpassen”, verzucht Chartier. Begrijpelijk opportunisme, zo zegt hij, maar funest voor de lange termijn. Zijn organisatie is echter vooral teleurgesteld in de Franse regering. Die torpedeerde onlangs een Europees initiatief om de blauwvintonijn te redden.

Vorige maand stelde de Europese Commissie voor om de bedreigde vis op te nemen in de eerste paragraaf van het internationale verdrag over de handel in planten en dieren (CITES). Zo’n opname zou neerkomen op het door Greenpeace gewenste handelsverbod. Het voorstel verdween echter in een diepe la toen de aan de Middellandse Zee grenzende lidstaten een voor een te kennen gaven het niet te zullen steunen.

Daaronder dus ook Frankrijk, en dat terwijl president Sarkozy dit voorjaar nog te kennen had gegeven opname van de blauwvintonijn in het CITES-verdrag wenselijk te achten. Gelogen heeft de president niet, moet Chartier erkennen: Sarkozy liet zich immers niet uit over de exacte paragraaf.

Greenpeace zet nu zijn zinnen op de overlegronde van het overlegorgaan ICCAT tussen 6 en 15 november in Braziliƫ.

Ondanks het uitblijven van een handelsverbod blijft het aangescherpte beleid in Marseille niet zonder consequenties. Volgens Edmond Vernet verdwenen de afgelopen jaren tientallen tonijnvisboten. „De vissers komen goed weg”, bromt Christophe Hourde, „die worden stuk voor stuk door de Europese Commissie uitgekocht. Maar wij handelaren krijgen niets.”

mailIcon print |