*

 

’Afrika verdient beter’

Seada Nourhussen − 13/10/09, 00:00

Met haar boodschap dat er een eind moet komen aan Afrika’s hulpverslaving om het continent uit de armoede te trekken doet de Zambiaanse econome Dambisa Moyo veel stof opwaaien in de wereld van ontwikkelingssamenwerking.

  • (Trouw)

’Ik háát foto’s.” Dambisa Moyo (40) is chagrijnig want doodmoe. Direct laat ze de fotograaf weten totaal geen zin te hebben in een uitgebreide poseersessie. Hij krijgt een paar minuten voor één foto en de verslaggeefster een kwartier voor vragen, in plaats van de beloofde 45 minuten.

Econome Moyo heeft de ene na de andere journalist ontvangen in het Amsterdamse hotel De l’Europe maar nog niet eens kunnen lunchen. De vorige avond was de Zambiaanse hoofdspreker bij de globaliseringslezing in het hoofdstedelijke debat- en cultuurcentrum Felix Meritis. Voor een uitverkochte benedenzaal én een goedgevulde extra bovenzaal sprak Moyo over haar zwaar bekritiseerde én veel geprezen bestseller ’Dead Aid’ (uitgeverij Penguin, 2009).

Daarin beschrijft ze dat ontwikkelingshulp aan Afrika niet werkt. Volgens haar is dit financiële eenrichtingsverkeer de grootste oorzaak van de groeiende armoede op het continent. Afrika’s weg uit de armoede ligt volgens Moyo in handel, rechtstreekse buitenlandse investeringen, de kapitaalmarkten en microfinanciering.

Wat als Afrikaanse staatshoofden een telefoontje zouden krijgen van de donoren dat de hulpkranen over vijf jaar worden dichtgedraaid, fantaseert Moyo in haar boek. Dan zou in ieder geval de corruptie drastisch afnemen, meent ze. Immers uit de open geldbuidel met hulpverlening hebben Afrikaanse leiders decennia achtereen geld kunnen wegsluizen naar privé-rekeningen. De kapitaalmarkten zijn minder vergevingsgezind. Kredietverstrekkers zullen nooit meer geld lenen na een slechte ervaring. Moyo: ,,Het westen staart zich blind op democratie in Afrika. Maar door geld naar Afrikaanse leiders te sturen, maak je de bevolking juist monddood. Zolang er gratis geld blijft komen, maken de leiders zich niet druk om het bevorderen van werkgelegenheid of ondernemersschap omdat ze niet afhankelijk zijn van belastinggeld, de enige duurzame weg naar democratie.”

Gelardeerd met tragikomische anekdotes en sprekende praktijkvoorbeelden hield Moyo in Felix Meritis een vlammend betoog tegen de stroom multilaterale en bilaterale ontwikkelingshulp – respectievelijk van instellingen zoals de Wereldbank en van overheden in het westen direct naar overheden in Afrika – en vóór economische groei in Afrika. Een paar honderd, voornamelijk witte, Nederlanders luisterden muisstil naar deze tot voor kort volstrekt onbekende Afrikaanse. De onderhoudende stijl waarin Moyo spreekt hanteert ze ook in haar boek, waarvan de Nederlandse vertaling ’Doodlopende hulp’ (uitgeverij Contact) zojuist is verschenen.

Haar uiterlijk is veelbesproken. Vergelijkingen met Ayaan Hirsi Ali worden getrokken. „Omdat we beiden Afrikaanse vrouwen zijn en een boek hebben geschreven?”, zegt Moyo minzaam. „Dat ik uit zuidelijk Afrika kom en Hirsi Ali uit Oost-Afrika, dat zij niets van economie weet en ik niets van de islam, doet er kennelijk niet toe.” Toch speelt Moyo’s verschijning, in een sector die wordt gedomineerd door grijze pakken, een rol in de hype rond haar boek.

Want de inhoud van haar boodschap is niet nieuw, erkent Moyo zelf. „Veel van de cijfers komen van bestaande onderzoeken van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Deze instellingen weten heel goed dat de ontwikkelingshulp die zij bieden niet werkt. Dat is juist het frustrerende van het verhaal. Ik wil dat het grote publiek, de belastingbetaler en de donateur in het westen, maar vooral ook de ontvanger in Afrika, dat ook weet.”

Vanuit de toch al met uitsterven bedreigde ontwikkelingswereld – het budget van minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking is dit jaar met 550 miljoen euro gekort – klinken uiteraard forse bezwaren. Een neoliberaal met te simpele oplossingen, wordt Moyo genoemd. Stoppen met hulp zou vele Afrikanen de dood in jagen. De gezaghebbende Amerikaanse ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs, Moyo’s professor aan Harvard nota bene, moet van haar geloof in de vrije markt ook weinig hebben. „Er wordt mij kortzichtigheid verweten”, zegt Moyo. „Maar Afrika’s oplossingen zijn ook schrijnend simpel. Feit is dat na zestig jaar ontwikkelingshulp en 1000 miljard dollar Afrika niet rijker, maar stukken armer is geworden. ”

Ook in Afrika is niet iedereen blij met Moyo. De Ghanese ex-president John Kufuor vindt dat de geldkraan niet dicht mag. Moyo heeft geen idee van hoe het er in Afrika aan toegaat, zei de gerespecteerde staatsman die als één van de weinige Afrikaans leiders zijn ambtstermijn niet onnodig oprekte. „Iedereen die zegt dat ik geen recht van spreken heb omdat ik niet meer in Afrika woon, kent mijn achtergrond niet”, reageert Moyo fel. „Ik ben Afrikaanse. Meneer Kufuor heeft mijn boek niet gelezen.” Want dan had hij kunnen zien dat zijn Ghana herhaaldelijk als succesverhaal wordt aangehaald vanwege de beslissing om in 2007 toe te treden tot de private obligatiemarkt.

Paul Kagame, de leider van het vijftien jaar geleden door genocide vernietigde Rwanda en een voorstander van afzwakking van ontwikkelingshulp, is juist een groot fan van Moyo. Waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat Rwanda, niet in het bezit van kostbare grondstoffen en zonder kustlijn, in ’Doodlopende hulp’ als schoolvoorbeeld geldt voor wat er mogelijk is in Afrika. „Rwanda heeft een groeicijfer van 6 procent. De wegen daar, de gebouwen, haast on-Afrikaans. Kagame heeft enerzijds het lef om te bezuinigen op zijn ambtenaren en anderzijds met succes buitenlandse bedrijven te overtuigen in Rwanda te investeren.”

Waarom volgen andere Afrikaanse leiders niet het voorbeeld van Ghana en Rwanda? „Hulp blijven ontvangen is makkelijker dan je te bewijzen op de vrije markt. Dat is hard werken. Bovendien hebben veel Afrikaanse politici geen flauw idee hoe dat moet. Het IMF en de Wereldbank hebben er geen baat bij hen daarbij te helpen want hun hulpindustrie is voor een groot deel afhankelijk van de leningen van Afrikaanse landen. Voor westerse regeringen is het ingewikkelder om handelsbarrières op te heffen dan een cheque uit te schrijven.”

Ligt het westerse superieure idee dat Afrikanen zelf nooit een sterke en solide samenleving zouden kunnen opbouwen ten grondslag aan ontwikkelingshulp? „Ik denk puur in economische ideeën en oplossingen. Ik wil me over dit soort motieven niet uitlaten.” Toch lijkt Moyo’s pleidooi in essentie te gaan om de twee maten waarmee het westen meet als het Afrika betreft. „Afrikanen hebben dezelfde behoeftes, dromen en ambities als ieder ander op deze aarde”, benadrukt Moyo. „Maar waarom is de manier waarop het westen aan armoede ontsnapte voor Afrika onverantwoord? Ondanks alle ontwikkelingen zijn er meer arme mensen in China en India dan in alle Afrikaanse landen bij elkaar. Maar toeristen en investeerders blijven niet weg uit China en India.”

Dezelfde ergernis heeft Moyo bij de opkomst van de glamourhulp. „Mensen zoals Bono en Bob Geldof hebben onrechtvaardigheid aan de kaak gesteld. Maar Amerikanen of Engelsen zouden het nooit pikken als Madonna of Mick Jagger wel even met hun eigen wereldleiders zouden gaan praten op belangrijke bijeenkomsten. Waarom is dat voor Afrikanen dan wel goed genoeg?Afrika verdient beter.”

mailIcon print |