*

 

Echt, er is meer dan Dolfje Weerwolfje

Bas Maliepaard − 10/10/09, 00:00

Het is onrustig in kinderboekenland. Schrijvers klagen dat een vloed aan bestsellende series oude én nieuwe kwaliteitsboeken van de plank drukt. Is het echt zo erg? Valt het tij te keren?

  • Twee in hun boek verdiepte meisjes. De kans dat ze iets goeds in handen krijgen is kleiner dan vroeger.   (FOTO ERIK-JAN OUWERKERK, HH.)
    Twee in hun boek verdiepte meisjes. De kans dat ze iets goeds in handen krijgen is kleiner dan vroeger. (FOTO ERIK-JAN OUWERKERK, HH.)

Als je de alarmerende berichten van de afgelopen maanden mag geloven, bevindt de Nederlandse jeugdliteratuur zich op een hellend vlak. Er wordt trouwens al langer gemopperd, zij het in stilte. Vooral over de toenemende commercialisering, de bestsellercultuur die met het succes van Harry Potter als een wurgslang de kinderboekwinkel binnen kwam glijden en complete oeuvres, gekoesterde klassiekers en nieuwe parels verstikt. Maar terwijl in de volwassenenliteratuur de afgelopen jaren het ene na het andere pamflet en vloekschrift over aanverwante problematiek verscheen, stond er in de jeugdliteratuur niemand op. Tot schrijver Sjoerd Kuyper in mei de jaarlijkse Annie M.G. Schmidt-lezing mocht uitspreken en zijn kans schoon zag: hij veegde de vloer aan met de moderne uitgever, in zijn ogen de bron van het kwaad.

Uitgeverijen zijn concerns geworden, tierde hij, en uitgevers calculerende managers die alleen nog geïnteresseerd zijn in geld verdienen – ‘targets halen’ - en niet in mooie boeken maken. Ze stimuleren hun auteurs commerciële pulp af te leveren; boekjes die passen in formats en series, want dat verkoopt. Het geld dat ze daarmee verdienen wordt niet, zoals vroeger, als ‘interne subsidie’ besteed aan publicaties met een kleinere oplage of het leverbaar houden van een belangrijk oeuvre.

Boeken van jong en nog onbekend literair talent of een kleine dichtbundel van een gevestigde auteur krijgen daardoor geen kans meer en complete oeuvres worden verramsjt als de verkoop terugloopt. Kuypers veelvuldig bekroonde werk is daarvan misschien wel het schrijnendste voorbeeld: van de meer dan vijftig boeken die hij schreef, zijn er nog maar vijf leverbaar.

In dezelfde tijd verscheen het boek ‘Wat een mooite’ (Querido), waarin voormalig criticus Bregje Boonstra sombert over de huidige staat van de jeugdliteratuur. Ze portretteert acht kinderboekenschrijvers, die je samen de ‘jeugdliteraire beweging van tachtig’ zou kunnen noemen. Schrijvers als Paul Biegel, Imme Dros, Joke van Leeuwen en Guus Kuijer tilden de jeugdliteratuur volgens Boonstra in de laatste twintig jaar van de vorige eeuw naar een hoger plan en namen ‘vanzelfsprekend plaats in de bank die is gereserveerd voor de ‘echte’ literatuur’.

Kom daar tegenwoordig nog maar eens om, lijkt Boonstra te willen zeggen in haar pessimistische voorwoord: () „hoe de positie van het kinderboek zich zal ontwikkelen, is niet precies te zeggen, maar één ding is duidelijk: het jeugdliteraire gouden eeuwtje is voorbij.”

Dat is nogal wat. Als je Kuyper en Boonstra (en vele anderen) zo hoort, blijft er van onze jeugdliteratuur weinig over. Er komen nauwelijks nog auteurs en boeken bij die de moeite waard zijn en uitgevers zetten onze klassiekers bij het grofvuil.

Is het echt zo erg? Ja en nee. Natuurlijk verschijnen er nog steeds met enige regelmaat goede tot – in Kuypers woorden – ‘hemelbestormend mooie’ boeken. Ik bespreek ze bijna wekelijks in deze krant. Wat dat betreft is er de afgelopen decennia weinig veranderd. Maar het is de laatste tien jaar wel een stuk lastiger geworden om die zeer geslaagde titels op tijd uit de voorbijrazende stroom nieuwe boeken te vissen.

Ter illustratie: twee grote boodschappentassen zijn er voor nodig om de wekelijkse oogst recensie-exemplaren van nieuwe kinderboeken van mijn postbus naar huis te vervoeren. Nu, rond de Kinderboekenweek, moet de auto eraan te pas komen om alle pakketten en bubbeltjesenveloppen in één keer mee te krijgen. En dan blijven de vele herdrukken, bad- en kartonboekjes en stapels chicklit me nog bespaard.

De boekwinkel krijgt een nog grotere hoeveelheid boeken te verwerken, bij benadering drieduizend titels in een jaar, terwijl de beschikbare kasten niet met de wassende stroom meegroeien. Gevolg: boekhandelaren moeten kiezen. En tja, wat doe je dan met die prachtige roman van Sjoerd Kuyper die eens in de maand verkoopt, terwijl op diezelfde plek wel drie dunne bestsellers van Geronimo Stilton kunnen staan? In veel boekhandels zal de roman het veld moeten ruimen en zo verworden die winkels tot een kritiekloos doorgeefluik van de verkoopsuccessen.

Gelukkig zijn er ook veel kinderboekhandelaren die hun keuzes niet louter op verkoopcijfers baseren. Maar ook in die winkels zul je plat op de tafel eerder een stapel bestsellers van Francine Oomen aantreffen dan twintig keer de (overigens prachtige) jubileumdichtbundel van Ted van Lieshout. Die staat met de rug naar de klant gekeerd in de kast en zal slechts door een enkeling worden opgemerkt. En als er straks een nieuwe Van Lieshout wordt afgeleverd, waar laat je die oude dan?

Vroeger bestonden er middelmatige boeken, maar niet zoveel als nu. Vroeger verkochten die boeken ook, maar niet zo goed als nu. De jeugdliteraire beweging van tachtig had niet alleen het talent, maar kreeg op de markt ook de kans aan een gouden eeuwtje te bouwen. Hun boeken lagen lang genoeg in de boekwinkel om klassiek te kunnen worden, hadden genoeg ruimte om naast ‘De Kameleon’ en ‘De vijf’ te bestaan.

Er verschijnen nog steeds boeken van veelbelovende literaire debutanten, maar die komen de winkel soms niet eens in of gaan bij een tegenvallende verkoop retour naar de uitgever. Zie dan nog maar eens een oeuvre op te bouwen, naam te maken, klassiek te worden! Heb dan als uitgever maar eens het lef om boek twee uit te geven, laat staan iets vernieuwends te proberen. In die zin heeft Boonstra gelijk: de klassiekers van onze kinderen zijn Harry Potter, ’Hoe Overleef Ik’ of ’Dolfje Weerwolfje’. Niets mis mee, ik heb ook warme herinneringen aan Snuf de Hond, maar eenzijdig is het wel.

Zo geraakt de kinderboekenwereld in de neerwaartse spiraal die Kuyper in zijn lezing ietwat gechargeerd beschrijft: „De schrijver maakt wat de uitgever vraagt, de uitgever maakt wat de boekhandel vraagt, de boekhandel verkoopt wat de klant vraagt, de klant vraagt wat de media hem voorschrijven te vragen. Geen goed kinderboek dus.”

Hoe is deze spiraal te doorbreken? Laten we minder boeken gaan publiceren, stelde de uitgever van Lemniscaat voor. Querido ziet daar helemaal niets in, want wie bepaalt welke boeken moeten sneuvelen? Mag Carry Slee nog maar één keer per jaar een boek uitgeven, zodat haar literaire collega’s de ruimte krijgen? Ze zou wel gek zijn.

De enige die echt iets aan de malaise kan doen is (de ouder/opvoeder van ) de lezer. Die wil immers alleen maar een mooi boek lezen en heeft geen enkel commercieel belang. Al vraag je je soms af waarom ouders rustig tien euro voor een glossy neertellen, maar tien euro voor een kinderboek te veel vinden.

Laten we beginnen bij de schoolbibliotheken! Gehoord: school belt boekwinkel en bestelt voor vierhonderd euro Geronimo Stilton. Omdat ze geen kaas hebben gegeten van kinderliteratuur en niet de moeite nemen zich te laten voorlichten. En ach, de kinderen vinden het zo leuk en het leest zo lekker weg. Schande!

De schoolbibliotheek zou de plek moeten zijn waar het bedreigde kwaliteitskinderboek een warm onthaal krijgt. De schoolbibliothecaris en de leerkracht zouden dé pleitbezorger van het goede boek moeten zijn. Zij laten kinderen zien dat een goed geschreven boek niet synoniem is aan een moeilijk boek. Heus waar, dat gaat samen, literaire kwaliteit en toegankelijkheid.

En thuis? Mag de Sint straks geen Dolfje Weerwolfje in de schoen doen? Natuurlijk wel. Maar zullen we afspreken dat hij op pakjesavond met een verrassender titel komt? Zo’n boek dat in de winkel niet in grote torens op tafel lag, maar met de rug in de kast stond?

Als kind heb ik gesmuld van de Kippenvel-reeks, maar ik kan niet één verhaal navertellen. Het zijn de boeken die me thuis en op school werden voorgelezen – verhalen van Biegel, Dragt, Kuijer, Lindgren, Dahl – die ik me nog levendig voor de geest kan halen, die een blijvende indruk hebben gemaakt. Het zijn boeken van dat kaliber die nu dreigen te verdrinken in die troebele – zullen we het woord gebruiken? Vooruit: - tsunami van nieuwe titels. De lezer is aan zet, de ouder, de school: help het goede kinderboek op het droge.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />