*

 

De mythe van de islamofobie

Elma Drayer − 27/08/09, 00:00

Sinds zekere bruggenbouwer naar een ander baantje moet omzien, zijn nogal wat sympathisanten voor hem in de bres gesprongen. Hun conclusie is eensluidend: Tariq Ramadan, integratieadviseur en hoogleraar te Rotterdam, móést hangen.

„Van meet af aan waren rechts- en later ook links-populistische krachten in politiek en opinie werkzaam om de hoogleraar op het schavot te krijgen”, las ik in de Volkskrant. „Ieder kritisch geluid tegen de toenemende intolerantie jegens de islam en tegen moslims wordt weggehoond”, las ik in deze krant. De tegenkrachten, kortom, hebben net zo lang gezocht tot ze een excuus vonden om de moslimfilosoof te lozen: zijn medewerking aan de Iraanse staatstelevisie.

Ligt het aan de ’toenemende intolerantie jegens de islam’ dat Tariq Ramadan het veld moest ruimen? Het is in elk geval een diagnose die je de laatste jaren vaker hoort. Het ooit zo verdraagzame Nederland zou zich laten regeren door zijn islamofobe onderbuik.

Nu hebben we inderdaad een partijleider die bij tijd en wijle wild om zich heen slaat. En dat er volgelingen zijn die dat toejuichen, klopt al evenzeer. Maar verder?

Dit weekend begon toevallig de islamitische vastenmaand. En voor zover ik kan nagaan was er in geen enkel ander westers land zoveel aandacht voor dit ritueel. Vrijwel alle kranten en alle journaals berichtten er uitputtend over – hoewel de ramadan net zo weinig nieuwswaarde heeft als pakweg het jaarlijkse terugkerende Loofhuttenfeest, de jaarlijks terugkerende Pasen, het jaarlijks terugkerende Divali.

Ook is er, ander voorbeeld, geen enkel westers land dat zo ruimhartig islamitische scholen financiert. Elders moeten gelovigen soortgelijk onderwijs zelf betalen, hier niet. Zelfs niet als het curriculum rabiaat antiwesters blijkt te zijn – zie de ontboezemingen van een oud-docente, onlangs in Het Parool.

Als wij al collectief lijden aan islamofobie, wil ik maar zeggen, dan weten we dat wel héél geestig te verpakken.

Er klonk nog een ander bezwaar tegen het ontslag van Tariq Ramadan. Tweeëntwintig wetenschappers van de Erasmus Universiteit schreven zaterdag in NRC Handelsblad dat diens gedwongen vertrek ’de academische vrijheid’ aantast. Die is immers gebaat bij „de vrije argumentatie, ook als de emoties hoog oplopen”. Zij roemen hun voormalige collega als ’een uitermate deskundig man’, iemand die de moslimwereld „beter kent dan de meesten van ons”. Het is derhalve ’onbegrijpelijk’ dat de universiteit hem heeft ontslagen.

Roerend, die solidariteit. Maar misplaatst is ze wel. Tariq Ramadan is allerminst de mond gesnoerd. Het enige wat het universiteitsbestuur dwarszat was dat hij zich liet betalen door een abject regime dat zelf alle vrijheid – ook de academische – onderdrukt. Dat de man daar persoonlijk hoegenaamd geen been in ziet, maakt het eigenlijk alleen maar gênanter. En zijn ontslag des te meer gerechtvaardigd.

Zeurend vraagje: zouden die tweeëntwintig wetenschappers net zo hartstochtelijk hun steun hebben betuigd aan bijvoorbeeld een omstreden collega van evangelicale snit, afkomstig uit de Amerikaanse bible belt? Een man die even conservatieve opvattingen ventileert over vrouwen, homo’s en de fundamenten van zijn geloof? Zouden ze dan óók schrijven dat deze orthodoxe christenfilosoof ’een uitermate deskundig man’ is die de christenwereld „beter kent dan de meesten van ons”? En dat het derhalve ’onbegrijpelijk’ is dat de universiteit hem heeft gedumpt vanwege zijn banden met een abject regime?

Natuurlijk niet. Maar als het om die andere wereldgodsdienst gaat, raken ook onze academici verblind door welwillendheid.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />