Veertig jaar lang was Icco gewend om met een zak geld naar het zuiden te trekken, om te doen wat in het noorden bedacht was. De hulporganisatie gaat het nu tegen de stroom in anders doen. De ontvangers van het geld krijgen meer zeggenschap.
Nieuwkomers op de markt voor ontwikkelingssamenwerking profileren zich vaak als vernieuwend. De nadruk wordt gelegd op Hollandse ogen die Hollandse euro’s nauwlettend tot in den vreemde zullen volgen. En dan melden de nieuwkomers steevast ook dat bij de oude garde hulpverleners het institutionele eigen belang inmiddels de boventoon voert en aan de strijkstokken bij grote clubs als Oxfam Novib, Icco of Cordaid heel wat geld blijft hangen. De grote ontwikkelingsorganisaties hebben op deze profilering van de nieuwkomers nooit een goed antwoord gehad. Ten dele komt dat doordat de echt grote innovaties op het terrein van de hulp slecht aan het publiek zijn uit te leggen. Ze staan zo haaks op de trend die de nieuwkomers schetsen, dat het bijna gevaarlijk is om het tegengeluid te laten horen.
Een van de grootste ontwikkelingsorganisaties in Nederland, het interkerkelijke Icco dat daarbij samen optrekt met Kerk in Actie, durft het nu aan om zeer tegen de stroom in te gaan. De macht van geldgevers wordt verdund doordat de ontvangers van de hulp aanzienlijk meer zeggenschap over de prioriteiten krijgen. Regionale raden in ontwikkelingslanden worden momenteel ingericht om Icco’s nieuwe stijl vorm te geven. Van de 220 arbeidsplaatsen voor Nederlands personeel komen er 120 beschikbaar voor werknemers in ontwikkelingslanden. De Nederlanders vloeien af. Kortom, het zwaartepunt van de hulpverlening wordt verschoven van Utrecht, waar Icco zijn hoofdkantoor heeft, naar het zuiden.
In de sector wordt met grote belangstelling gevolgd wat Icco doet. Het proces wordt of geprezen om moed en visie of verafschuwd omdat bij mislukken het falen van Icco negatieve gevolgen kan hebben voor de hele sector. Falen zou de nieuwkomers die benadrukken dat dwingende Hollandse ogen hard nodig zijn in de kaart spelen.
Voor Jack van Ham, algemeen directeur van Icco, is de stap die wordt gezet logisch en feitelijk de oogst van veertig jaar werk van Icco. „Met deze stap borgen we dat wat we doen ook gewenst is vanuit het perspectief van het zuiden. We verzilveren daarbij wat we in veertig jaar tijd hebben gedaan. Dat was versterking van de capaciteit. Die capaciteit is er nu en die moeten we niet ongebruikt laten. We hebben ingezet op het opleiden van mensen bij organisaties en het verbeteren van de organisaties in het zuiden. Dat heeft veel geld gekost en nu we zover zijn moeten we daar ook massaal gebruik van maken. Beider belangen, van ons en dat van de partners in het zuiden, zijn beter gediend bij deze werkwijze. En daarbij moet er een einde komen aan de versnippering van de krachten in het noorden en het zuiden.”
„Het percentage invloed van ons zakt en dat van het zuiden stijgt. We geven daarmee meer inhoud aan het begrip ownership. We bedoelen dan dat de betrokkenheid van de partijen verhoogd wordt. Niet meer: jullie vragen en wij draaien. We gaan toe naar meer gelijkwaardigheid, elkaar de maat nemen en kijken wat we zo goed mogelijk kunnen realiseren.”
Dat verhaal is eerder verteld, door heel veel hulporganisaties. Gaat Icco nu doen wat al jaren wordt beweerd? „Klopt, ik zie een heleboel van dat soort bewegingen, maar ik zie ze niet gepaard gaan met daadwerkelijke overdracht van zeggenschap. Ik zie wel heel veel kantoren verschijnen in het zuiden, maar dat zijn eigenlijk vooruitgeschoven posten van wat in het noorden bedacht wordt. Wij draaien het om. Dat zal in de eerste jaren heel ingewikkeld zijn, maar wij laten ons straks adviseren en de maat nemen door de regionale raden die we hebben opgericht. Daarin zitten vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld, van de kerken en het bedrijfsleven. Aan hen vragen we wat de strategische koers is en als we het daar niet mee eens zijn dan hebben we een stevige discussie te voeren.”
Volgens Van Ham zijn de regionale raden en de nieuw aan te trekken mensen die op de regionale kantoren gaan werken de belangrijkste instrumenten in de nieuwe werkwijze. Voor 80 procent wordt de regionale organisatie gevuld met mensen uit de regio zelf. Dat heeft als belangrijke consequentie dat van de 220 Icco-medewerkers er 100 moeten vertrekken. „Veertig jaar waren we gewend om naar het zuiden te trekken met een zak geld. Als we daar mensen vonden die het niet met ons eens waren gingen we de volgend poort binnen. Dat gold niet alleen voor Icco. We willen nu met onze methoden beter aansluiten op de wensen in het zuiden en het effect vergroten. We kunnen niet blijven doen alsof het daar een onderontwikkeld gebied is. We moeten ook wel verschuiven anders ben je straks gewoon weg.”
Partijen als de PVV zullen straks roepen dat Icco voor miljoenen Nederlands belastinggeld – Icco krijgt ruim 500 miljoen euro voor vier jaar – loopt uit te delen in ontwikkelingslanden. „We gooien geen geld over de grens. We blijven adequate systemen houden om ons te blijven verantwoorden. Tegenstanders van ontwikkelingshulp zullen zich ook moeten realiseren dat onze kantoren voorposten zijn in landen waar we ook zaken mee kunnen doen. Wij waren en woelen al rond in landen waar we ook grondstoffen vandaan halen. Politici moeten zich realiseren dat wij ook relatiebeheerders zijn in landen waar we op economisch terrein mee samenwerken.”
Hoe komt het dat ontwikkelingshulp altijd wordt gezien als het wegbrengen van geld en nooit als een investering? „Wij maken nooit duidelijk dat de stroom geld naar het zuiden maar zeer klein is in vergelijking met de stroom vanuit het zuiden naar het noorden. Dat is heel stom. Het is een kleine investering voor de grote stroom naar het noorden. Dat maken wij de burgers ook nooit duidelijk. De basis blijft economisch handelen. Je brengt een samenleving niet vooruit met louter ontwikkelingsorganisaties. Je brengt een samenleving wel verder maar dat is het dan eigenlijk wel. Dat verwachtingspatroon moet echt anders. Wij, als ontwikkelingsorganisatie zijn wegbereiders voor mensen die de samenleving willen ontwikkelen, partner van ondernemende mensen, voor mensen die op allerlei terreinen de armen uit de mouwen steken.”
Hoe komt het dat het initiatief van Icco als bedreigend wordt ervaren voor de hele sector. „De kunst bij dit werk is dat je moet accepteren dat je voor onderdelen van het werk niet meer nodig bent. En dat is heel zwaar. Ik heb ongelofelijk veel respect voor de mensen die hier zitten bij Icco. Ideologisch vinden ze dat dit de weg is die we moeten lopen. Maar het is wel heel moeilijk om te accepteren dat je jouw werk moet overdragen aan een goed opgeleide collega in New Delhi. Sommigen, niet hier overigens, noemen het daarom ook een ’experiment’. Omdat ze hopen dat het mislukt. Het is ook voor onze partners lastig. Als dit lukt zullen zij moeten volgen. Maar wij cashen nu wat we in veertig jaar hebben gedaan. Nederlanders moeten trots zijn wat met Nederlands geld in ontwikkelingslanden gebeurt. De hype is nu kleine organisaties. Maar laten we niet vergeten dat vele kleine organisaties bij elkaar ook duur zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.