*

 

Op weg naar 100% duurzaam Ameland

Kees de Vré − 25/06/09, 00:00

Ameland is het decor voor een uniek experiment: aardgas wordt er bijgemengd met waterstof, dat geen CO2-uitstoot geeft. Het is één van de initiatieven die het eiland in 2020 zelfvoorzienend moeten maken op het gebied van energie en water.

  •  (\N)
    (\N)
  • In deze twee groene containers op een parkeerplaats bij het Amelandse dorpje Nes wordt aardgas bijgemengd met waterstof. Dat gas geeft geen CO2-uitstoot, dus hoe hoger de bijmenging des te minder de uitstoot van broeikasgas.  (FOTO REYER BOXEM)
    In deze twee groene containers op een parkeerplaats bij het Amelandse dorpje Nes wordt aardgas bijgemengd met waterstof. Dat gas geeft geen CO2-uitstoot, dus hoe hoger de bijmenging des te minder de uitstoot van broeikasgas. (FOTO REYER BOXEM)

Naast twee stevig hinnikende paarden en een waterbak midden in landelijk Ameland, hoor je af en toe zacht maar duidelijk een langgerekt ’pfffrrrrrr, pfffrrrrrr’ klinken. Deze meer menselijke geluiden zaaien verwarring in het kleine gezelschap. Albert van der Meer ziet het en lacht en wijst vervolgens naar pijpjes bovenop twee omheinde, groen geschilderde containers. „Het is waterstof die uit de ontluchting komt.”

Waterstof is niet iets dat in de alledaagse beslommeringen een voorname plaats inneemt, maar op het Waddeneiland hebben ze het er sinds kort regelmatig over. Die twee groene containers op een parkeerplaats aan de noordrand van het dorpje Nes vormen het hart van een experiment dat uniek is in de wereld. Hier wordt aardgas bijgemengd met waterstof. Dat gas geeft geen CO2-uitstoot, dus hoe hoger de bijmenging des te minder de uitstoot van broeikasgas. Volgens projectleider Van der Meer is over die bijmenging wel veel geschreven maar is er nog nooit echt iets uitgeprobeerd. „Dat is wat we hier samen met onze partner Gasterra doen”, valt Saskia Streekstra, woordvoerder van energieconcern Eneco, bij. „Het is toch een beetje onze Rotterdamse mentaliteit, niet lullen maar poetsen.”

Van der Meer, ook werkzaam bij Eneco, ontsluit een deur van een van de containers. Zoals zo vaak bij een technisch experiment blijft de romantiek van de wereldprimeur beperkt tot wat leidingen en metertjes. Wel is duidelijk te zien dat de leiding met waterstof uiteindelijk belandt in de leiding met aardgas. „Het is ten eerste duurzaam geproduceerde waterstof. De benodigde elektriciteit wordt afgetapt van de zonnepanelen van het verderop staande Kennis- en Innovatiecentrum Ameland. We draaien sinds eind 2007 en nu zijn we al op 15 procent bijmenging en kunnen eigenlijk probleemloos naar 20 procent. Maar voor we dat gaan doen wil ik eerst alle apparatuur die op deze mengstof draait onderzocht hebben. Dat gebeurt steeds als we een stapje van 5 procent gaan doen. Als alles goed is, gaan we in september naar de 20 procent. Dat is het uiteindelijke doel van dit experiment. In mei volgend jaar trekken we de conclusies en dan volgt wellicht toepassing in andere gebieden in Nederland.”

Die grens van 20 procent is bewust gekozen. Het gaskeuringsinstituut Kiwa in Apeldoorn heeft alle in Nederland gebruikte toestellen getest op een bijmenging van 30 procent waterstof, vertelt Van der Meer. „Dat is goed gegaan en alle toestellen hebben ook dat keur gekregen. Uit veiligheidsoverwegingen blijven we toch op die 20 procent. We willen per se met bestaande apparatuur werken. Anders is er het risico dat alle apparaten moeten worden omgebouwd. Dat is een enorme operatie à la de ombouw voor aardgas in de jaren zestig.”

De testapparatuur op Ameland bestaat uit de fornuizen en verwarmingsketels in veertien woningen tegenover de groene containers. Dat complexje huizen voor senioren en starters is losgekoppeld van het hoofdaardgasnet en via speciale leidingen aan de containers verbonden. Speciale leidingen omdat ze uit verschillende materialen bestaan en met allerlei soorten koppelingen aan elkaar vast zitten. „Zo zitten er bij voorbeeld oude pvc-buizen bij maar ook splinternieuwe. Allemaal om ze te testen”, zegt Van der Meer. „Er zijn zelfs monteurs uit Limburg en Zeeland overgekomen om de koppelingen aan te brengen die in hun regio worden gebruikt.”

In zijn zonovergoten tuin zit Wim van Hijum met zijn bezoekende zoon aan de koffie. Hij is een van de bewoners die meedoen aan het experiment met de bijmenging. „Je moet mee met de toekomst, niet? Ik ben hier heel positief over. Ze komen regelmatig kijken of het goed gaat, maar ik heb geen klachten.” Eenmaal binnen wijst hij op zijn kooktoestel. „Niets aan te zien, toch?” Op de keukenmuur hangt wel een metertje dat in de gaten houdt of er zich geen ongewenste gassen ophouden in de woning. Van Hijum schiet in de lach. „O ja, dat is een grappig verhaal. Mijn vrouw en ik houden er van om eens wat te experimenteren met koken. Als we wijn bij de maaltijd in de pan doen gaat het apparaatje geweldig piepen. Hij reageert kennelijk op de alcohol.” Volgens Eneco-zegsvrouw Streekstra is dat de methanol in de alcohol. „Het apparaatje is heel gevoelig.”

Al pratende komt Van Hijum met de volgende verrassing. „Dit mengsel van aardgas en waterstof kookt sneller. De eieren en aardappels zijn minuten eerder klaar. Je moet er echt even aan denken. Het werkt een beetje als een snelkookpan.”

Het waterstofexperiment van Eneco en Gasterra is onderdeel van het voornemen om Ameland in 2020 zelfvoorzienend te maken op het gebied van energie en water. Daartoe loopt al een aantal experimenten en staat er nog een aantal op stapel. Onlangs zijn er vijf HRe-ketels geplaatst in het gemeenschapscentrum De Wantij in het gehucht Buren. De ketel heeft een ingebouwd Stirling-motortje die op de restwarmte van de ketel draait en zo elektriciteit produceert. Deze stroom dekt een fors gedeelte van het elektriciteitsgebruik van het gebouw. Eneco wil binnen het jaar deze ketel plaatsen bij 25 huurwoningen en 75 koopwoningen op Ameland. Verder wordt er onderzocht of er op Ameland een biovergister gebouwd kan worden waar mest en andere afvalstromen kunnen worden verwerkt en het resultaat aan het aardgasnet kan worden afgeleverd. Berekend is dat deze biogasinstallatie acht procent dekt van het gasverbruik op Ameland.

Geheel duurzaam worden in 2020 is trouwens het streven van alle Waddeneilanden. Maar Ameland heeft wel een voorsprong, zegt Sicco Boorsma, projectleider duurzame Waddeneilanden die sinds de zomer van 2007 aan de slag is. „Ameland heeft al langer contacten met grote bedrijven als Gasterra, Eneco en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) omdat onder en rond het eiland gas zit. Hun belangen spelen natuurlijk een rol, maar ze gaan er wel voor. Zij zien Ameland als een proeftuin voor duurzaamheid.”

De Amelander wethouder Nico Oud van milieu erkent dat het enigszins paradoxaal is om met ’oude’ energiebedrijven in zee te gaan om duurzaamheids-experimenten uit te voeren. „Met Eneco is dat niet zo’n probleem, die gaan echt voor duurzaamheid. Maar bij de NAM is dat een ander verhaal. Mogelijk nieuwe boringen midden op het eiland lagen moeilijk bij de bevolking. Wat de mensen gunstig heeft gestemd is het aanbrengen van groene lampen op een boortoren en de pier van Nes waar de veerboot van het vasteland aanmeert. Het waren van die oude lampen die rood licht afgaven en de vogeltrek beïnvloedden. Dat groene licht (zie kader) heeft een gunstig effect op vogels, op mensen ook trouwens. Je wordt er rustiger van. Dat groene licht is overigens een dure grap, maar is wel duurzaam.”

Samenwerking van politiek en bedrijven is cruciaal, vindt Oud. „Dat moeten we niet uit de weg gaan. We beseffen heel goed dat Ameland een hoog aaibaarheidsgehalte heeft waarmee bedrijven kunnen meefietsen, maar we hebben hun expertise en financiën nodig om werkelijk iets tot stand te brengen. We zijn er met ons volle verstand ingegaan, maar we blijven kritisch naar elkaar”, zegt Oud met een nuchterheid die hij met zijn leren jack en spijkerbroek ook uitstraalt. „Voor dat waterstofproject bijvoorbeeld is subsidie aangevraagd, maar die is niet toegekend. Eneco betaalt het nu uit eigen zak. Zulke partijen moet je hebben.”

De bevolking is in een vroegtijdig stadium betrokken bij alle experimenten en voornemens. Oud: „Dat was een van onze voorwaarden. Daartoe zijn er duurzame energieteams opgericht – DE-teams – waarin allerlei betrokkenen vertegenwoordigd zijn. Zo wordt er stevig gediscussieerd over windmolens. Mensen zijn bang voor zichtvervuiling en de invloed daarvan op het toerisme. Dus zoeken we het vooral in kleine molens hoewel die een lager rendement hebben. Dat geldt in mindere mate ook voor zonnecollectoren. Die kun je ook niet overal plaatsen, omdat we vaak te maken hebben met beschermde dorpsgezichten. Zo kijken we met zijn allen naar plekken waar die zonnepanelen wel kunnen worden ingepast. Op parkeerterreinen bijvoorbeeld. Onze eigen middenstand praat ook volop mee. Regelmatig staan die ondernemers verbaasd over wat er allemaal op kleine schaal mogelijk is. Hotels met warmtepompen en led-lampen, zwembaden waar de warmte van het water wordt gebruikt om stroom op te wekken. Het is erg leuk om dat te zien.”

Oud vervolgt: „Ook bij particulieren maakt het veel los. Zo heeft een plukje bewoners de Amelander Energie Coöperatie opgericht. Die kopen gezamenlijk groene energie in. Omdat dat als groep goedkoper kan is er een winst, die weer wordt gestopt in duurzame projecten.”

Projectleider Wadden Sicco Boorsma herkent dat enthousiasme ook bij de andere eilanden. „Het past bij eilanders. Die willen graag dingen zelf doen. Het kan natuurlijk ook wat makkelijker. Een eiland is een duidelijk begrensd gebied. Bovendien geven de Wadden wat meer mogelijkheden om duurzame energie op te wekken. Er is meer zon dan in de rest van het land, zeker ook meer wind. En verder zijn er zeestromen en is er golfslag waarvan gebruik kan worden gemaakt.”

Of 2020 een haalbare kaart is? „Het blijft het streven. Ik denk dat we dichtbij komen. We moeten natuurlijk een aantal drempels nemen. Die liggen vooral bij de regelgeving en de financiering van de projecten. Maar subsidiegevers – in Den Haag en Brussel – zien het belang van duurzaamheid steeds meer in. En als ik zie wat het bij de gewone mensen losmaakt. Er is echt een vliegwiel gaande.”

Volgens wethouder Oud zal de tijd leren of 2020 gehaald gaat worden. „Eerlijk gezegd denk ik van niet, maar je weet het nooit. Veranderingen gaan zo snel en duurzaamheid komt steeds meer tussen de oren te zitten.”

Bij wie het nog niet tussen de oren zit is het provinciebestuur van Friesland. Vandaag wordt het Kennis- en Innovatiecentrum Ameland (KIA) geopend. De opening van dat centrum, waar aan bezoekers onder meer uitleg wordt gegeven over duurzame energie en dat zelf ook draait op een innovatieve warmte/koude-installatie, gaat gepaard met een feestje voor honderden genodigden. Iedereen neemt de boot, maar naar verluidt komt de Friese gedeputeerde met een vliegtuigje.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />