*

 

’Bevolkingskrimp accepteren is beste’

Quirijn Visscher − 12/10/09, 00:00

Veel plattelandsbewoners kunnen maar moeilijk accepteren dat hun dorp door de voorspelde bevolkingskrimp wordt getroffen.

  • Dorpsbewoners ontmoeten elkaar en politici. (Koen Verheijden)

De enige dorpsschool opgeven en de voorspelde bevolkingskrimp als een onvermijdelijk gegeven aanvaarden? De boodschap komt hard aan bij veel bezoekers van het derde nationale plattelandsparlement, afgelopen zaterdag in Lunteren. Toch is het beter om dat wel te doen, vertellen deskundigen hen, want het proces slaat de komende jaren hard toe.

Honderden dorpsbewoners, van Eexterzandvoort tot Ellewoutsdijk, hopen op een luisterend oor van Tweede Kamerleden. Tijdens speeddates spreken ze met parlementariĆ«rs over hun wensen en zorgen. Daarnaast volgen ze themaworkshops. Die over de bevolkingskrimp is drukbezocht, met name door dorpelingen uit Zeeland, Drenthe, Groningen en Limburg. „Krimp wordt als een plattelandsprobleem benaderd”, zegt Hans Verheijen, voorzitter van de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen. „Ook steden worden met bevolkingsafname geconfronteerd. Benader krimp als een nationaal vraagstuk.” Krimpdeskundige Ben van Essen schetst de ernst van de problematiek. Niet alleen een laag geboortecijfer zorgt voor bevolkingsafname in sommige streken, ook de trek naar welvarende stedelijke gebieden. Een ongelijke concurrentiestrijd tussen arme krimp- en rijke groeigebieden dreigt.

Akkie Krouwel en Nel Mijnders van de dorpsraad in Melissant benutten de speeddate om CDA-Kamerlid Ger Koopmans te vertellen over de dreigende ondergang van hun Zuid-Hollandse vereniging voor kleine kernen. De provincie vindt bekostiging geen kerntaak meer, vertellen ze hem. Koopmans belt ter plekke Zuid-Hollandse CDA’ers om verhaal te halen. „Als Gedeputeerde Staten de dorpen en het platteland geen provinciale kerntaak meer vinden, dan kunnen we beter afscheid van deze bestuurslaag nemen”, zegt hij tijdens het slotdebat.

Net als Melissant profiteren veel dorpsraden van de expertise van provinciale verenigingen voor kleine kernen. De krachtenbundeling van dorpen en buurtschappen levert niet alleen een bestuurlijke lobby op, maar ook gedeelde praktijkkennis.

PvdA-wethouder Jacob Bruintjes van Borger-Odoorn toont dat schaalvergroting geen probleem hoeft te zijn. Zijn gemeente telde 24 scholen, 7 tennisbanen, 5 bibliotheken en een tropisch zwemparadijs. Een deel werd afgestoten. De verkoopopbrengst kwam in een fonds voor de instandhouding van de belangrijkste dorpsvoorzieningen. Zolang mogelijk alles open willen houden, is een zinloze strijd, vindt hij. Nu al is het aantal kinderen tot 4 jaar in Borger-Odoorn op het verwachte niveau van 2030 beland. Veel bezoekers knikken nu beamend: accepteer de krimp.

mailIcon print |