De Tilburgse hoogleraar algemene economie en prominent CDA-lid Lans Bovenberg schreef een boek over de economie van het christelijke geloof. „Jezus was een ware econoom.”
Hemels calculeren is heilzaam. Volgens Lans Bovenberg is er niets mis mee als mensen hun welbegrepen eigenbelang najagen. Sterker nog, Jezus deed het zelf ook toen hij het kruis opnam. „Het was een hoge prijs, maar de baten wogen op tegen de kosten. Jezus was een ware econoom.”
Bovenberg zegt het lachend, maar met overtuiging. Hij is er de man niet naar zomaar uitspraken te doen. De vragen van dit interview wilde hij graag van te voren inzien. Want Bovenberg kent zichzelf: hij reageert nogal secundair. De beste antwoorden geeft hij als hij zich heeft kunnen voorbereiden.
De Tilburgse hoogleraar algemene economie, winnaar van de Spinozaprijs en prominent CDA-lid, blijkt toch een vlotte prater. Ook als hij reageert op vragen die hij niet van te voren kende. Hij oogt ontspannen, en wordt enthousiast als het over het onderwerp gaat waarover hij net een boek publiceerde: Bovenbergs theologische visie op de economie, én de economie van het christelijke geloof. „Mensen die mij kennen als econoom, of die zich afvragen waarom ik bijvoorbeeld voorstander ben van doorwerken tot 67 jaar en uiteindelijk zelfs nog langer, hebben het recht om te weten wat mijn diepste beweegredenen zijn. Het boek geeft een verantwoording van mijn geloof en mijn ideeën als econoom.”
Als pensioendeskundige schuift Bovenberg aan bij talloze denktanks en commissies in Den Haag. Hij kent Jan Peter Balkenende nog uit de ’woestijnjaren’ van het CDA onder Paars. Samen met andere denkers werkte hij in die tijd in het Haagse café Schlemmer aan een nieuwe christen-democratische boodschap, waarmee Balkenende uiteindelijk opnieuw kon regeren. Momenteel zoekt Bovenberg in de Sociaal-Economische Raad (Ser) met werkgevers en werknemers naar een alternatief voor de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Daarvoor hebben ze nog tot 1 oktober. De tijd dringt, want uit alles blijkt dat de onderhandelingen stroef verlopen. Daarover wil Bovenberg weinig kwijt. Denken werkgevers nu dat er geen akkoord meer komt? Bovenberg trekt zijn wenkbrauwen in verbazing op, en zwijgt. Hij analyseert liever de onderliggende patronen dan de incidenten.
U bent enorm actief als CDA-econoom. Staat u er met dit boek over uw persoonlijke geloof voortaan niet al te gekleurd op?
„Allereerst: ik heb er een hekel aan als mensen mij CDA-econoom noemen. Ik ben een onafhankelijk denker. Op een aantal fronten ben ik het niet eens met het CDA en de partij niet met mij. Wel hebben mensen er recht op te weten dat ik mij verbonden weet met het christen-democratische gedachtegoed. Mensen zullen me misschien door dit boek nog sneller in een hokje plaatsen. Dat is jammer. Want veel van de principes die ik als christen huldig, zijn gewoon logisch en heilzaam voor iedereen. Al moet je bij niet-gelovigen ook weer oppassen met dat woord heilzaam. Om goed begrepen te worden moet je in je woordkeuze altijd rekening houden met wie je voor je hebt. Ik zou ook ‘gezond’ kunnen zeggen. Christelijke woordgebruik werkt bij veel mensen contraproductief, bijvoorbeeld omdat zij ooit beschadigd zijn door christenen. Daar worstel ik wel mee.”
Want hoe ga je een ongelovige uitleggen dat hij moet doorwerken tot 67 omdat de Bijbel zou zeggen dat dat heilzaam is?
„In de Bijbel nemen ouderen een belangrijke plaats in in de samenleving. Zij dragen kennis en wijsheid over op jongere generaties. Paulus zegt al dat kinderen niet voor hun ouders sparen, maar ouders voor hun kinderen. Ouderen hebben veel te bieden. Zij zouden zich niet moeten terugtrekken en gaan genieten in Spanje. Ik vind dat een armzalig mensbeeld: twintig jaar genieten van je pensioen. Mensen hebben de behoefte zich in te zetten voor anderen. In mijn visie op de levensloop dienen generaties elkaar. We hebben elkaar nodig om gelukkig te worden. Liefde bestaat eruit dat je gelukkig wordt van het geluk van anderen. Dat geldt voor iedereen: gelovigen en ongelovigen. Ik geloof dat er een eenheid is tussen jouw geluk en dat van een ander.”
Zou een christen langer doorwerken makkelijker accepteren?
„Laat me een voorbeeld geven van mijn grootmoeder, al is dit misschien een beetje emotioneel. Ze was 94 jaar toen ze op haar sterfbed lag. Haar lichaam was totaal uitgewoond. Toch zei ze tegen mij, een paar dagen voor haar dood: ’Ik kan nog heel erg veel. Ik kan nog voor jou bidden’. Zij was dus zelfs op dat moment nog bereid iets te doen voor anderen omdat ze haar geluk mede vond in dat van mij.”
Hoe denkt u zelf actief te blijven?
„Ik ben nu 51. Over vijf jaar ga ik minder werken als hoogleraar. Het is nu echt spitsuur. Misschien blijf ik deeltijdhoogleraar, en ga ik minder onderzoek doen en meer onderwijs geven. In de tijd die ik overhoud, ga ik een studie theologie volgen. Dominee wil ik niet worden, maar ik wil wel meer preken. Het gaat erom het tijdloze evangelie op een toegankelijke manier te brengen in de cultuur anno 2009. Ik kan mijn kennis en levenswijsheid zo hopelijk blijven overdragen op jonge generaties, van wie ik ook weer kan leren.”
Vindt u dat straks niet moeilijk: inkomen inleveren, minder gevraagd worden voor commissies of media?
„Het zal wellicht een verlies aan inkomen en status met zich meebrengen. Dat is dan een offer. Maar ik heb van God geleerd dat ik waardevol ben, ook al presteer ik in de ogen van de wereld minder. Het gaat Hem niet om mijn prestaties, maar om mij. Aan die aanvaarding door God ontleen ik mijn identiteit.
Dat besef heeft zich aan mij als gereformeerd opgevoede jongen, die het geloof intellectueel benaderde, ook pas later geopenbaard. Ik dacht juist dat prestaties telden. Dat ik mij steeds moest bewijzen. Maar dankzij mijn kennismaking met de Amerikaanse evangelische kerk, mede via mijn Amerikaanse vrouw, ben ik de persoonlijk band met God steeds meer gaan ervaren. Mijn vrouw is expressief, haar gevoel is meer betrokken bij het geloof. Voor mij was het geloof iets intellectueels, veel minder iets van mijn hart en mijn passies.
Bij het zien van de film ’Children of a Lesser God’ kreeg ik een openbaring. Net zoals de dove hoofdpersoon, Sarah, tot leven kwam door de liefde van haar spraakleraar, besefte ik opeens dat God mijn hart wil veroveren en vreugde zoekt in mij. Ook al maak ik er een potje van. Misschien beoogt de film dat niet, maar zo ontdekte ik die liefde en de vreugde van het geloof.
En omdat ik nu mijn vreugde in God vind, ben ik minder bang om offers te brengen.”
Die vreugde compenseert het statusverlies?
„Het is een kosten-batenanalyse, net als in de economie. Mensen dienen is welbegrepen eigenbelang. Door relaties met anderen word ik gelukkig, ook al kost me dat wat. Jezus nam het kruis op omdat hij ook een afweging maakte: door deze last zou hij ons bevrijden en laten thuiskomen bij God. Natuurlijk vroeg hij God of deze beker aan hem voorbij mocht gaan. Liever had hij een lagere prijs betaald. Maar toch betaalde hij deze omdat de baten groter waren.”
Is langer doorwerken zo’n kruis dat leidt tot heilzaamheid?
„Ik weet niet of het echt een kruis is. Vijftigminners, voor wie de verhoging van de AOW-leeftijd zou gaan gelden, gaan er al vanuit dat het zal gebeuren. Zij vinden dat ook minder erg dan ouderen omdat ze zich erop kunnen voorbereiden. Zolang werken je in contact brengt met anderen en voldoening geeft, is het geen kruis. Al zitten er aan werk ook moeizame aspecten.”
U legt de nadruk op het geluk dat ligt in menselijke relaties. Toch wordt ons voorgespiegeld dat wij langer moeten werken om de vergrijzing te betalen. Gaat het nu om geluk of geld in de AOW-discussie?
„De financiële baten van langer doorwerken worden nu veel breder uitgemeten dan de heilzame werking van het verheffen en binden van mensen. Het zou er meer over moeten gaan hoe je arbeid tot op hoge leeftijd interessant en vervullend houdt. Ik kan me voorstellen dat mensen bang zijn dat dat niet gaat lukken. Die zorg is terecht. Het gaat mij dus niet in de eerste plaats om de overheidsfinanciën, maar om de onderlinge dienstbaarheid die de samenleving en jezelf geluk brengt.”
Het blijft gewaagd: de Bijbel, die voor zoveel uitleg vatbaar is, zo praktisch toepassen op de maatschappij.
„Dat weet ik. Ik heb de theologie en de economie ook heel lang als gescheiden werelden gezien. En nog steeds bestaat er een spanning tussen. Waarom ik het toch doe? Omdat in een complexere wereld vertrouwen steeds belangrijker wordt. Zonder vertrouwen en geloof vaart niemand wel. De Bijbel is een richtsnoer waarop ik vertrouw. Het is een belangrijke bron waarin God zich laat kennen en aanwijzingen geeft voor het goede leven.
Bovendien ben ik ervan overtuigd dat het in de economie en theologie uiteindelijk om één en dezelfde wereld gaat. En omdat ik op zoek ben naar eenheid tussen mijn diepste zijn – mijn geloof – en mijn dagelijks werk als econoom. Ik ben één en dezelfde persoon: ik kan mijn geloof niet thuislaten als ik de economie analyseer.”
Ondanks dat er geen wetenschappelijk bewezen feit in het geloof is aan te treffen?
„Geloof betreft de onzichtbare dingen in het leven. Wetenschap beperkt zich tot de zichtbare, herhaalbare zaken. In het zoeken naar waarheid zijn beiden van belang. Ik ben op zoek naar de eenheid in het geloof en de wetenschap. Solidariteit en naastenliefde, zoals die uit het geloof voortvloeien, zijn prachtig. Maar het wordt nog krachtiger als je wetenschappelijk aantoont dat deze waarden gezond zijn voor jezelf en de samenleving. Het vertrouwen in het geloof wordt groter door wetenschap of levenservaring die aansluit bij Bijbelse principes. Ik houd van de wetenschap omdat God wil dat wij zijn schepping onderzoeken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.