Het is niet aan de overheid het islamitisch huwelijk te reguleren omdat vrouwen soms in problemen komen.
Het debat over islamitische huwelijken wordt op oneigenlijke gronden gevoerd, en dat zal averechts werken.
Er worden allerlei redenen genoemd waarom het islamitisch huwelijk ongewenst is: het is schadelijk voor de islamitische vrouw; er zou een risico van een ’parallelle samenleving’ zijn; het is een manier om zich af te zetten tegen Nederland.
Het recente nieuws over ’shariarechtbanken’ in Engeland heeft deze zorgen alleen maar aangewakkerd. Is dat terecht, en moet de overheid daarin optreden? De feiten wijzen daar niet op.
Voor de duidelijkheid: met islamitisch huwelijk wordt bedoeld een relationele verbintenis op religieuze grondslag die niet is ingeschreven bij de burgerlijke stand. Dat is op zich geen unicum. In Nederland staat het iedereen vrij om zijn relationele verbintenissen op eigen wijze vorm te geven zonder die te formaliseren voor de wet.
De vraag is of de overheid zich dit probleem moet aantrekken. Een katholiek scheidingsverbod verhoudt zich immers niet met de Nederlandse wet. Tot nu toe ziet de overheid dit als een privékwestie. Dat is alleen anders als het gaat om mishandeling, of als er minderjarigen bij zijn betrokken: dan geldt het strafrecht. Deze houding is van belang voor de situatie van moslims in Nederland.
Want er is een aantal moslims (cijfers zijn onbekend) dat wel een religieus huwelijk sluit, maar dat niet inschrijft bij de burgerlijke stand. Of dat onwetendheid, vergeetachtigheid of onwil is, is onbekend. Een dergelijk ’islamitisch huwelijk’ is dus geldig volgens het eigen geloof, maar niet volgens de Nederlandse wet.
Dat is op zichzelf niet erg. Het is ook niet verboden. Alleen de ’bedienaar van de godsdienst’ – in dit geval dus een imam – die een dergelijk huwelijk sluit vóórdat het is ingeschreven bij de burgerlijke stand, is strafbaar.
Waarom is dit islamitische huwelijk een probleem? Ten eerste vanwege de positie van de vrouw. Het niet-ingeschreven islamitische huwelijk biedt namelijk geen rechtszekerheid, zeker niet voor de vrouw. Als de man besluit met een andere vrouw te trouwen (zelfs als dit een burgerlijk huwelijk is), of als de man vertrekt zonder een scheiding uit te spreken, blijft de vrouw volgens haar geloof getrouwd. Daar hoeft zij zich natuurlijk niets van aan te trekken, want volgens de Nederlandse wet is zij niet getrouwd en is zij zo vrij als een vogel. Maar voor haar eigen geloofsopvattingen en vaak ook voor haar sociale omgeving is zij dat niet.
Deze schrijnende situaties komen voor (opnieuw: cijfers ontbreken), maar de vraag is dan of de overheid hier een boodschap aan moet hebben. Moeten moslims tegen zichzelf beschermd worden, die zelf beslissen om zoveel waarde toe te kennen aan hun religie en hun relatie dienovereenkomstig inrichten? Is dit niet een taak van de gemeenschap zelf, zoals ook vrouwen van gereformeerde, joodse en katholieke huize zelf opkomen voor hun rechten?
In de specifieke situatie van islamitische huwelijken spelen echter ook andere overwegingen. De belangrijkste zorg is dat er een ’parallelle samenleving’ zou ontstaan van moslims die in Nederland hun eigen regels er op nahouden.
Los van de vraag of dit zo is (ik betwist dat), is de veroordeling van deze situatie bevreemdend. Parallelle samenlevingen zijn een feitelijk gegeven, ook in Nederland.
Hier wringt de schoen. Bij ’parallelle samenleving’ wordt in het geval van moslims ook vaak uitgegaan van de onuitgesproken veronderstelling dat zij zich afzetten tegen de Nederlandse rechtsorde.
Deze veronderstelling gaat misschien op voor een enkele moslim, maar is ronduit beledigend voor de vele moslims die deelname aan de Nederlandse samenleving combineren met het vasthouden aan islamitische leefregels.
Dat neemt niet weg dat (met name vrouwelijke) moslims in moeilijkheden raken door naleving van deze regels. Het is een serieus probleem dat veel aandacht behoeft, maar niet van de overheid. Die zou hoogstens een voorlichtingscampagne kunnen starten over de wenselijkheid en voordelen van een burgerlijk huwelijk.
Maar door te spreken over het islamitisch huwelijk als verwerpelijk en het in de sfeer te trekken van het strafrecht, worden zowel die vrouwen als grote groepen Nederlandse moslims een fundamenteel recht ontzegd, namelijk te mogen trouwen en leven volgens hun eigen geloofsopvattingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.