Een mislukking kan de wereld zich niet permitteren. Eind dit jaar moet in Kopenhagen een nieuw klimaatakkoord het huidige Kyoto-protocol vervangen. Het economisch tij zit tegen, maar dat is geen excuus om niets te doen, vinden de armoedebestrijders van de Wereldbank en de internationale ontwikkelings-organisatie Oxfam.
De prijs van laksheid is veel te hoog. De wereld kan zich traagheid in besluitvorming niet permitteren. Dat er een financiële crisis speelt met een omvang die zich sinds de Tweede Wereld niet meer heeft voorgedaan, mag geen excuus zijn om de discussie over het klimaat maar op een laag pitje te zetten. Met die woorden uit het gisteren gepubliceerde 32ste World Development Report wenst de Wereldbank de toon te zetten voor de discussie over de oplossing van die andere crisis: de klimaatcrisis.
Er is een groot verschil tussen een economische crisis en een klimaatcrisis, betoogt de bank. Hoe vervelend de huidige financiële crisis ook is, gemiddeld genomen duurt die niet langer dan twee jaar en is de schade gemiddeld 3 procent van het bruto binnenlands product. En door de bank genomen volgen later weer acht jaren van het herstel en welvaart met grofweg 20 procent groei.
De klimaatcrisis kent een dergelijk verloop niet. Nu uitgestelde acties hebben hun effect in tientallen jaren, zo mogelijk zelfs eeuwen. Traagheid drijft de kosten om de klimaatcrisis af te wenden op, de mogelijkheden om aanpassingen aan de klimaatveranderingen te doen worden allengs kleiner en veelal ook duurder. De boodschap moge duidelijk: hoe langer we wachten en hoe meer we het leefpatroon laten afhangen van een economie die een hoge uitstoot van broeikasgassen tot gevolg heeft, des te hoger zijn de kosten. De Wereldbank neemt als uitgangspunt dat nu al het mogelijke gedaan moet worden om een opwarming van de aarde met 2 graden te voorkomen. Die 2 graden is eigenlijk al veel te veel, want nu al worden volgens de bank overal ter wereld de gevolgen van de opwarming van de aarde gevoeld. Periodes van droogte worden langer, op plaatsen waar nooit orkanen waren moet de bevolking er plotseling op voorbereid zijn en in deltalanden als Bangladesh en Nederland moet al stevig rekening worden gehouden met een op termijn stijgende zeespiegel.
Voor de Wereldbank staat vast dat alleen vermindering van de schade geen optie is. De opwarming van de aarde is te ver heen om alleen nog de schade te beperken. Een nieuw akkoord als vervanger van het huidige klimaatprotocol van Kyoto moet dan ook bestaan uit een mix van schadebeperking en steun voor de aanpassing aan de veranderde omstandigheden.
De discussie over klimaatagenda wordt voor een belangrijk deel verstoord door een onnodige discrepantie tussen economie en klimaatbeheersing. De verandering van klimaatbeleid gaat volgens de Wereldbank niet over de keuze tussen hoge economische groei bij hoge uitstoot van kooldioxide of lage economische groei en beperkte uitstoot van broeikasgassen. Nu al kan volgens de bank in de industriële wereld en de energiesector 20 tot 30 procent minder energie worden gebruikt door bestaande technologie toe te passen. Een vergelijkbaar verhaal gaat op voor de ontwikkelingslanden. De gedachte, vooral geuit door China, dat economische groei – en dus ontwikkeling – vooraf gaat aan klimaatbeheersing, wordt door de Wereldbank bestreden.
De klimaatagenda en de ontwikkelingsagenda passen op elkaar als het gaat om betere benutting van water en van landbouwgronden. Zo kan in Afrika worden gekozen voor de benutting van schone energie als aardwarmte en waterkracht en is overschakeling op fossiele brandstoffen overbodig. Afrika en Latijns-Amerika kunnen ook nog veel winnen door duurzaam transport in de steden aan te bieden in plaats van een ongebreidelde groei van het wagenpark toe te staan.
Maar de switch naar een wereld met een lage benutting van koolstof moet vooral komen uit de rijke wereld. Als 40 miljoen benzine slurpende wagens in de VS worden vervangen door even zoveel kleine, zuiniger auto’s geeft dat in de atmosfeer ruimte om 1,6 miljard mensen aan elektriciteit te helpen. Wereldbewoners die nu in hun ontwikkeling blijven steken omdat zij van elektriciteit verstoken blijven.
Welvaart en de uitstoot van broeikasgassen hoeven lang niet altijd hand in hand te gaan. De Wereldbank geeft daarbij als voorbeeld de emissie per hoofd van de bevolking in landen als Zwitserland, Luxemburg en Australië. De laatste twee zitten op een uitstoot per hoofd van de bevolking 27 ton kooldioxide equivalent (de uitstoot van andere gassen teruggerekend naar CO2 ). De Zwitser vervuilt de atmosfeer slechts met 7 ton onder meer vanwege gebruik van waterkracht. Waar de Amerikaan 23 ton uitstoot, doet de Europeaan dat met 10 ton. Dat laatste verschil laat zich volgens de Wereldbank vooral verklaren door het verschil in heffingen op brandstof. Europa gebruikte de oliecrisis om belasting te heffen op benzine. Dat heeft er toe geleid dat de brandstofconsumptie in Europa op de helft is blijven steken van wat het was geweest zonder de belastingheffing. Politiek gezien zal het volgens de Wereldbank moeilijk zijn om subsidies op energie (vooral in ontwikkelingslanden) op te heffen en belastingen (vooral in de VS) in te voeren. Maar de huidige relatief lage olie- en gasprijs geeft de ruimte om dergelijke maatregelen wel te overwegen, zo adviseert de Wereldbank.
Met het belasten van het huidige consumentengedrag alleen kom je er niet. Daarvoor is de uitdaging die het klimaat geeft volgens de Wereldbank te groot. Regeringen die nu hun mandaat ontlenen aan een regeerperiode zullen instituten in het leven moeten roepen die over regeerperiodes heen kijken. Landen als China, India, Mexico, Brazilië, maar ook het Verenigd Koninkrijk hebben al agentschappen opgericht. Die agentschappen, gevoed met wetenschappelijke informatie, begeleiden gedragsveranderingen van consumenten, politieke leiders en bedrijven bij het opbouwen van druk op hun regeringen. Alleen zo kan de besluiteloosheid bij overheden – die volgens de Wereldbank klimaat-slim beleid in de weg – staat tackelen. Dat veel lokale overheden de nationale regeringen al ver vooruit zijn in klimaatbeleid is daarvan volgens de Wereldbank het beste bewijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.